Een inkijkje in de houding van de Belastingdienst. De Landelijk Vaktechnisch Coördinator schetst in een column het spanningsveld tussen politieke doelen en bestaande wetgeving. Die liggen soms ver uit elkaar en dat roept de vraag op hoe daarmee om te gaan. De Coördinator stelt dat het strikt kunnen volgen van wetgeving niet altijd leidend hoeft te zijn, zolang het gewenste doel maar wordt bereikt. Deze redenering helpt te verklaren waarom wordt doorgegaan met een onduidelijke arbeidswet en waarom de aanpak van schijnzelfstandigheid in deze vorm wordt voortgezet.
Geen rechtszekerheid voor burgers, maar resultaat voor de politiek
In een column op Taxlive beschrijft Peter Hoogstraten het groeiende conflict tussen wat de politiek wil en wat er juridisch daadwerkelijk mogelijk is. In zijn functie van Landelijk Vaktechnisch Coördinator zet hij de toon van de handhaving op schijnzelfstandigheid binnen de Belastingdienst. Ook is hij richtinggevend voor de houding van inspecteurs in de praktijk.
Voor Hoogstraten lijkt het zuiver kunnen toepassen van wetgeving in sommige gevallen ondergeschikt te zijn aan het behalen van resultaat. De politiek heeft vaak grote ambities en die botsen regelmatig met bestaande wetgeving. Hoewel een wet niet zomaar terzijde kan worden geschoven, bestaat er wel politieke druk om snel zichtbare resultaten te boeken. Hoogstraten betoogt dat in sommige gevallen het behalen van het beoogde resultaat zwaarder kan wegen dan het strikt volgen van wetgeving. Ook wanneer dat leidt tot verminderde rechtszekerheid voor burgers.
“Kortom, politieke wensen zijn soms ook te behalen met a-systematische wetgeving” – Peter Hoogstraten
Ook als wetgeving onvoldoende duidelijk is, moeten doelen behaald worden. Onzekerheid wordt daarbij geaccepteerd als gevolg voor de burger, in plaats van als een probleem dat eerst moet worden opgelost. Daarmee verschuift het risico van onduidelijke of knellende wetgeving in de praktijk naar burgers en ondernemers, die moeten omgaan met de gevolgen van politieke wensen.
Vergelijking met handhaving schijnzelfstandigheid
Alhoewel Hoogstraten in zijn column niet letterlijk spreekt over de wet DBA, valt zijn standpunt over de huidige aanpak schijnzelfstandigheid heen te leggen. Geen vreemde stap, als je je realiseert dat hij als Coördinator Loonheffingen trendsetter is binnen de Belastingdienst.
Als je de noodzaak tot een duidelijk te volgen wet loslaat in het geval van de arbeidswet en handhaving, welke doelen kun je dan behalen?
- Solidariteit gaat boven het individuele recht op ondernemerschap. Dit is in de praktijk inmiddels het geval. Ook zelfstandig ondernemers worden hard geraakt door deze vorm van handhaving. Dit is uitvoerig bekend, maar wordt niet aangepast;
- De ‘holistische weging’ was nooit écht concreet te volgen. Wanneer je een zzp’er precies buiten dienstverband houdt is onbekend. De wet is niet precies te volgen, waardoor de onzekerheid al decennia in stand blijft. Sinds 1-1-2025 is dit weer zeer actueel;
- Het gedrag van opdrachtgevers en zzp’ers in de praktijk is veranderd. We tellen tien ingrediënten voor angst en onzekerheid, die voor de praktijk het gedrag van opdrachtgevers en zzp’ers sturen. Niet wetgeving, maar emotie stuurt gedrag binnen de arbeidsmarkt;
- Politiek en polder zijn tevreden. Tot op heden grijpt de politiek niet in, wat na een jaar toekijken betekent dat zij instemt met de huidige aanpak. De polder gaf al eerder aan tevreden te zijn met de wet DBA en de effecten van de handhaving.
Geen rechtszekerheid voor werkenden en opdrachtgevers dus, wel politieke resultaten.
Handhaving werkt vanuit een eigen opvatting
Als je naast de column, dit webinar met Peter Hoogstraten terugkijkt, dan wordt duidelijk dat onze Landelijk Vaktechnisch Coördinator van de Belastingdienst een duidelijke visie heeft op de wenselijkheid van zzp-inzet. Hoogstraten beperkt zich in zijn uitlatingen niet strikt tot de rol van handhaver van wetgeving, maar plaatst die handhaving expliciet in een bredere maatschappelijke context. Hij stelt dat we in Nederland “een prachtig sociaal stelsel hebben, maar dat dit stelsel wel gefinancierd moet worden.”
De groei van het aantal zzp’ers is volgens hem niet zozeer een uiting van ondernemerslust, maar een risico voor solidariteit. Hij waarschuwt dat “het negeren van de regels leidt tot een uitholling van onze sociale zekerheid.” De handhaving krijgt daarmee een bredere betekenis dan het toetsen van individuele arbeidsrelaties. De handhaving wordt gepresenteerd als instrument om ontwikkelingen op de arbeidsmarkt bij te sturen.
Hoogstraten is daar ook helder over: “We kunnen niet langer wegkijken,” stelt hij, waarbij ‘we’ staat voor de overheid in brede zin. Tijdens het webinar kondigde hij vorig jaar aan dat de Belastingdienst vanaf 2025 strikter zal handhaven, omdat “het probleem van schijnzelfstandigheid zichzelf niet oplost.”
Deze benadering sluit aan bij het dominante polderbeeld waarin het ‘dienstverband de norm is‘.
Houding van de Belastingdienst valt te verklaren
Via de column en het webinar krijgen we een inkijkje in de houding van de Belastingdienst.
- De handhaving schijnzelfstandigheid is wel degelijk het breed ontmoedigen van zzp geworden, want de solidariteit binnen de samenleving moet door de Belastingdienst beschermd worden. Ten koste van het recht op ondernemerschap;
- De column en het webinar verklaren ook de stille koerswijziging van de Belastingdienst die uit Woo-stukken blijkt. Modelovereenkomsten worden beperkt serieus genomen en schijnzelfstandigheid hoeft niet onderbouwd te worden om te worden aangepakt;
- Dat de Belastingdienst zich met steun van de polder en enkele politieke partijen niets aantrekt van de rest van de Tweede Kamer, is daarmee ook logisch. Het terzijde leggen van aangenomen Kamermoties en niet uitvoeren van de zachte landing worden toegestaan.
Samengevat creëert de handhaving op deze manier een werkelijkheid waarin het dienstverband als enige optie overblijft, terwijl rechtszekerheid voor zelfstandig werkenden verdwijnt. Dat recht op ondernemerschap is overigens formeel niet opgeheven, maar dat hoeft in deze redenatie ook niet.
Onnavolgbare wet, maar wel handhaven
Waar je van de Belastingdienst zou verwachten dat er wordt gestreden voor een werkbare wet die voor iedereen duidelijk is, blijft de duidelijkheid juist uit. “Er is geen spoorboekje te maken voor iedere individuele situatie”, aldus Hoogstraten – maar toch wordt er gehandhaafd. Dit soort uitspraken staan in schril contrast met de marketing beloftes van de Belastingdienst die gaan over eigen verantwoordelijkheid voor burgers.
“De Belastingdienst wil dat burgers en bedrijven zoveel mogelijk uit zichzelf hun fiscale verplichtingen nakomen en zet daarbij in op het voorkomen van fouten in een vroeg stadium.” – stand van zaken Belastingdienst, maart 2025.
Voor de zorgsector leidt de resultaatgerichte in plaats van rechtszekere aanpak tot talloze gevallen waarin zzp-constructies keer op keer worden afgewezen, zelfs wanneer professionals handelen binnen kaders zoals de Wkkgz en bestaande modelovereenkomsten. De Belastingdienst geeft daarbij aan zich “niet te kunnen voorstellen” dat zzp-inzet in de zorg mogelijk is. Daarmee ontstaat een praktijk waarin niet een helder juridisch kader, maar interpretatie en de dreiging van handhaving leidend zijn. Dit voedt onzekerheid en angst binnen de zorgsector, creëert praktische problemen voor zorgorganisaties en zzp’ers en zet de rechtspositie van zelfstandig zorgprofessionals structureel onder druk. Of de politiek dit zo laat voortbestaan, zal moeten blijken.
Handhaving zonder rechtszekerheid raakt de rechtsstaat
Daarmee komt een fundamentelere vraag op tafel, die verder reikt dan het zzp-dossier alleen. Wat mag de overheid in een democratische rechtsstaat eigenlijk doen wanneer wetgeving onduidelijk of onuitvoerbaar is, of een nieuwe politieke coalitie niet aanstaat? Is het aan handhavende instanties om via onzekerheid en het sturen van gedrag beleidsdoelen te halen? Of ligt de verantwoordelijkheid bij politiek en wetgever om te zorgen voor duidelijke, navolgbare en rechtszekere regels? Die vraag raakt niet alleen de positie van zzp’ers, maar de kern van rechtszekerheid en de democratie zelf.
“Veel ouders is in de kinderopvangtoeslagaffaire een ‘ongekend onrecht’ aangedaan (…) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag zijn grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden.” – rapport Ongekend onrecht. Hoogstraten verwijst in zijn column naar voorbeelden die hij als succesvol beschouwt, zoals beleid rond fossiele personenauto’s en de pensioenleeftijd. De toeslagenaffaire, waarin juist het ontsporen van handhaving en rechtszekerheid centraal stonden, blijft onbenoemd.