De Belastingdienst voerde een controle uit bij een tandartsenpraktijk en concludeerde uiteindelijk dat een zzp tandarts niet schijnzelfstandig was. Dit keer was tussenkomst van de rechter niet nodig om te bevestigen wat al lang bekend is. ZZP in de zorg is prima mogelijk. De eigen professionele verantwoordelijkheid uit de Wkkgz bleek een factor die de zelfstandige positie onderstreepte.
ZZP-tandarts níet schijnzelfstandig
Op de website van bevlogen tandartsen lezen we over de beoordeling van de Belastingdienst over een zzp tandarts. In dit geval kwam de rechter er niet aan te pas. De Belastingdienst paste haar eerdere oordeel aan en stelde vast dat er geen sprake was van schijnzelfstandigheid.
Uit de uiteindelijke beoordeling bleek dat de zzp tandarts niet functioneerde als werknemer binnen de tandartsenpraktijk. Er was geen exclusieve binding aan één opdrachtgever, de tandarts had ruimte om de werkzaamheden zelfstandig in te richten en droeg zelf verantwoordelijkheid voor de behandeling van patiënten. Zoals bedoeld in de kwaliteitswet Wkkgz. Ook zaken als een eigen klachtenregeling, eigen verzekeringen, eigen communicatie met patiënten en financieel risico bij fouten, leidden tot het oordeel ‘geen gezag’. De zzp tandarts was niet schijnzelfstandig volgens de Belastingdienst zelf. Dit is een relevante ontwikkeling voor het dossier van zzp’ers in de zorg.
ZZP in de mondzorg ‘zou in meeste gevallen niet houdbaar zijn’
Ook de mondzorg werd de afgelopen jaren met regelmaat genoemd als sector waar de risico’s op schijnzelfstandigheid groot zouden zijn. De eigen beroepsorganisatie KNMT ging daar vorig jaar nog deels in mee en schreef dat “de meest gangbare vorm van zzp’en in de mondzorg (…) in de meeste gevallen niet meer houdbaar” zou zijn.
Bijzonder, want diezelfde KNMT vertelt op een andere webpagina dat een goedgekeurde modelovereenkomst juist uitkomst zou moeten bieden. De ‘voorbeeldovereenkomst praktijkmedewerking tandartsen‘ is geldig tot en met 31 december 2029. Het is juist deze overeenkomst die in het geval van de zzp tandarts gebruikt werd door de praktijk. Dat bleek echter geen oplossing te bieden, omdat de Belastingdienst zichzelf tegensprak over die modelovereenkomst.
De door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst, bleek onvoldoende duidelijk volgens de Belastingdienst.
Handhaving: het zaaien van onduidelijkheid in de praktijk
Het voorbeeld van de zzp tandarts laat goed zien hoe de Belastingdienst alle kanten op schiet. Formeel genomen communiceert de Belastingdienst dat goedgekeurde modelovereenkomsten tot en met 31 december 2029 geldig zijn. Zolang de partijen werken volgens de afspraken uit de overeenkomst, kan schijnzelfstandigheid voorkomen worden.
Toch kreeg de tandarts in deze zaak eerst te horen dat de goedgekeurde modelovereenkomst toch tot schijnzelfstandigheid zou leiden. De inspecteur concludeerde eerst dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en negeerde dus de goedgekeurde modelovereenkomst. Pas nadat de feiten opnieuw werden beoordeeld, draaide dat oordeel om en bleek dezelfde tandarts alsnog niet schijnzelfstandig.
Voor zorgprofessionals en opdrachtgevers is dit het probleem. Landelijk staan er modelovereenkomsten gepubliceerd en wordt de suggestie gewekt dat zij bruikbaar zijn als instrument. Terwijl lokale inspecteurs dezelfde overeenkomsten terzijde schuiven. Gevolg; angst en onzekerheid onder opdrachtgevers. Het onderstreept de werkwijze van de Belastingdienst, die geen duidelijkheid creëert, maar vooral zelf onzekerheid veroorzaakt.
Ook zonder rechter kan ‘buiten dienstverband’ bevestigd worden
Onlangs deed de rechter uitspraak dat er geen sprake zou zijn van gezag over een zzp’er in de zorg, dus schijnzelfstandigheid niet aan de orde was. Het voorbeeld van Bevlogen tandartsen laat zien dat nu ook de Belastingdienst zelf bij onderaannemerschap van een zzp’er tot inkeer kan komen. Zonder tussenkomst van een rechter.
Als je precies wil weten hoe je de relatie tussen zzp’er en opdrachtgever in de zorg goed regelt, lees dan het Fiscaal Kompas ZZP Zorg. Maak daarnaast gebruik van modelovereenkomsten als ze er zijn. De manier waarop de Belastingdienst tot haar oordeel kwam in het geval van de zzp tandarts, sluit goed aan bij deze documenten.
ZZP-schap in de zorg is prima mogelijk. Ook al is lang verteld dat het ‘niet voor de hand lag’. Niet waar. Deze tandarts werkt met professionele autonomie onder de kwaliteitswet Wkkgz. Net zoals iedere zzp’er in de zorg doet. Meerdere opdrachtgevers, risico lopen en eigen verantwoordelijkheid dragen voor patiënten, was van belang. Ook dat is voor zelfstandigen in de zorg heel gebruikelijk.
Het viel op dat juist de klassieke kenmerken van ondernemerschap de doorslag gaven. Niet het beroep van tandarts en niet de zorgsector zijn bepalend. Uiteindelijk keek de Belastingdienst naar de feitelijke samenwerking. Het gaat dus niet over een beroepsgroep zoals tandartsen. Of over een sector, zoals de zorg. ZZP is prima mogelijk. Dus ook in de zorg.
Meer lezen?
-
Rechter over zzp’er in de zorg: geen gezag, dus geen schijnzelfstandigheid;
-
Rechtbank: anesthesiemedewerker werkt zelfstandig, binnen kaders van anesthesioloog;
-
Rechtbank: operatieassistent werkt als zelfstandige, chirurg oefent geen gezag uit;
-
Rechtbank: geen gezag over een praktijkondersteuner (POH) bij werk voor een huisarts.