De beroepsgroep verzorgenden kan geen kant meer op. Het is de eerste groep professionals die door een stapeling van onmogelijkheden, de handdoek massaal in de ring gooit. Terwijl de vraag naar deze beroepsgroep binnen de ouderenzorg nog nooit zo groot was.
Waar leidt geen arbeidsmarktbeleid toe?
Niet kiezen, is ook een keuze. Als je geen arbeidsmarktbeleid voert op beroepsgroepen die dat nodig hebben, eindig je uiteindelijk met een lege arbeidsmarkt voor die beroepsgroep. De verzorgende-IG lijkt de eerste beroepsgroep te worden die als gevolg van geen mogelijkheden massaal het vaste dienstverband verlaat. Een combinatie van onderbetaling, slecht werkgeverschap en overbelasting drukt de groep de sector uit. Verzuim is torenhoog, de ‘uitstroom intentie‘ bij het vaste dienstverband is sterk, nieuwe instroom stokt en meer bezuinigingen op de ouderenzorg zijn onderweg. De beroepsgroep verzorgenden in dienstverband kan als gevolg van deze ontwikkelingen geen kant meer op. Voor zzp verzorgenden geldt dat zij door de handhaving op schijnzelfstandigheid soms niet langer zorgorganisaties kunnen ondersteunen. Opgeteld heeft de ouderenzorg een heel groot probleem. De huidige wachtlijsten voor verpleeghuiszorg worden onvermijdelijk langer, voor zover dit type formele zorg nog blijft bestaan.
Wat doen verzorgenden-IG?
De Verzorgende-IG (Individuele Gezondheidszorg) vormt het kloppend hart van de ouderenzorg, oftewel verpleeghuizen en thuiszorg. Deze beroepsgroep is opgeleid op niveau 3 en voert verpleegtechnische handelingen uit, zorgt voor het welzijn van cliënten en richt zich op zowel lichamelijke als psychische ondersteuning. Verzorgenden-IG werken voor het leeuwendeel in verpleeghuizen en de thuiszorg. Daar zijn zij tijdens een dienst zelf verantwoordelijk voor een aantal bewoners of thuiswonende ouderen. In samenwerking met de beroepsgroep Helpenden bieden zij formele zorg.
De verhouding tussen het aantal bewoners en aantal formele zorgverleners staat de laatste jaren steeds verder onder druk. Signalen vanuit de beroepsgroep werden stelselmatig genegeerd. Drie jaar geleden werd via wetenschappelijk onderzoek al duidelijk dat verzorgenden-IG zich structureel niet gezien voelen bij het uiten van problemen op de werkvloer. Dit leidde tot talloze oproepen aan het adres van werkgevers vanuit de beroepsvereniging. Ondertussen trokken duizenden verzorgenden hun conclusies. Zij verlieten het dienstverband en juist in de ouderenzorg groeide het aantal zzp’ers explosief. Structurele overbelasting, onderbetaling en slecht werkgeverschap hielden aan voor de groep verzorgenden die binnen een dienstverband bleven werken. Met alle gevolgen van dien.
Instroom: aantal studenten verzorgende-IG met 41% gedaald
Nieuwe aanwas van Verzorgenden-IG stokt. Beroepsorganisaties V&VN stelt dat “de instroom bij de opleidingen voor verzorgende IG zo dramatisch afneemt dat we op een kantelpunt zitten. Er zijn scholen die dit jaar de klas met de opleiding verzorgende IG niet starten omdat er te weinig aanmeldingen zijn. En dit terwijl de behoefte aan verzorgenden groeit, gezien de langer thuis wonende ouderen en ouder wordende kwetsbaren in verpleeghuizen.” In 2019 schreven zich nog 11.000 studenten in voor verzorgende IG. In 2023 waren dit er nog maar 6.700. Voor schooljaar 2024-2025 zet de daling verder door. ‘Optimistische’ prognoses stellen dat er in 2030 33.000 verzorgenden te weinig zijn.
Verzuim binnen de ouderenzorg: boven de 8%
Hoe gaat het met de verzorgenden op de werkvloer? Onderzoek liet zien dat 80% van de zorgverleners het huidige werk zo niet vol houdt. In de ouderenzorg zit de overbelasting met name op de hoeveelheid bewoners per medewerker en de toegenomen complexiteit van die bewoner. Het verzuimpercentage in de ouderenzorg kwam in 2023 niet onder een landelijk gemiddelde van 8% uit. Sommige verpleeghuislocaties kampen met meer dan 25% verzuim.
Ruim een derde van de verzorgenden geeft aan op omvallen te staan door de hoge werkdruk. Uitval van collega’s, de fysieke en psychische belasting en onderwaardering worden als belangrijkste redenen genoemd. Een onderzoek door TVV online onder 2000 verzorgenden in vaste dienst stelt dat ‘… 91 procent van de verzorgenden aan geeft niets te merken van maatregelen om verzorgenden te behouden voor de zorg. Volgens 84 procent van de respondenten is de situatie voor verzorgenden de afgelopen jaren alleen maar slechter geworden.’
Uitstroom: kwart verzorgenden overweegt sector te verlaten
Van de groep verzorgenden overweegt een kwart de zorgsector te verlaten. Een derde dreigt uit te vallen. De fysieke overbelasting, psychische overbelasting en ervaren onderwaardering zijn de voornaamste redenen voor uitstroom, zo luidt de conclusie vanuit onderzoek. 39% van de verzorgenden geeft aan dat zij verwacht uit te vallen. Onderbezetting is volgens 75% van de ondervraagde verzorgenden de voornaamste oorzaak van uitval. Te hoge werkdruk wordt voor 62% van de ondervraagden veroorzaakt door fysieke belasting. Voor 51% telt te hoge psychische belasting als aanleiding voor (naderende) uitval. Een voorspelbaar rooster ontbreekt nog steeds voor 43%. Zij ervaren geen werk- privé balans. Kleine contracten met relatief veel werkdagen leiden tot uitputting. Tekortschietende leidinggevenden is voor 38% van de verzorgenden een punt van zorg.
De onderzoekers van TVV online – ‘Meer dan een kwart (27 procent) van de deelnemers denkt aan stoppen als verzorgende, vanwege de hoge werkdruk. Bijna driekwart (71 procent) van hen wil de zorg volledig de rug toekeren en een baan in een andere branche zoeken. Verder geeft 91 procent van de verzorgenden aan niets te merken van maatregelen om verzorgenden te behouden voor de zorg. Volgens 84 procent van de respondenten is de situatie voor verzorgenden de afgelopen jaren alleen maar slechter geworden.’ Zo lang de overbelasting van zorgmedewerkers wordt genegeerd, stijgt de uitstroom door.
Onderbetaling verzorgenden niet opgelost: loonkloof blijft
Een ander probleem binnen de ouderenzorg is de loonkloof voor de middeninkomens. De grootste beroepsgroepen binnen de zorg hebben een inkomen in het midden, zoals Verzorgenden-IG. Deze inkomens hebben sinds 1999 een ‘loonkloof’ die ook minister Agema niet op gaat lossen. Deze maand publiceerde zij antwoord op Kamervragen over het onderzoek onder Verzorgenden-IG in een vast dienstverband. De minister geeft aan geschrokken te zijn van het voornemen van Verzorgenden-IG om uit te stromen, maar geeft even verderop aan dat “de staat van de overheidsfinanciën geen ruimte biedt om extra middelen vrij te maken” voor de loonkloof. Oftewel; de loonkloof uit 1999 blijft in stand. De gevolgen dus ook. De loonkloof veroorzaakt traditiegetrouw een toename aan zzp’ers in de zorg, maar hogere uitstroom dreigt in dit geval door de aanpak schijnzelfstandigheid.
Ook onderaannemerschap voor zzp verzorgenden onder druk
De afgelopen jaren is – onder druk van de omstandigheden in een vast dienstverband – de groep zzp’ers in de ouderenzorg stevig gegroeid. Inmiddels wordt deze ontwikkeling door zorgorganisaties omgekeerd geframed. Het huidige aantal zzp’ers veroorzaakt een slecht dienstverband, omdat de vaste krachten binnen de teams het oplopen – aldus regionale en lokale werkgevers. Deze framing heeft er de afgelopen jaren vooral voor gezorgd dat zzp’ers nog meer op eigen grond zijn gaan staan. Een deel van de groep zzp’ers is nu nog actief als onderaannemer voor verpleeghuizen. Deze opdrachten staan bij een aantal organisaties onder druk door de toename van handhaving op schijnzelfstandigheid. We zien de verzorgende beroepsgroep inmiddels uitreiken naar alternatieve opdrachten zoals bij PGB-zorg, ongecontracteerde zorg en particuliere zorg. Een vast dienstverband is voor zeer weinig professionals die hun vak uit willen oefenen een logische optie.
Vakmensen kunnen geen kant op binnen een dienstverband
De Verzorgende-IG is de eerste beroepsgroep die laat zien dat zij geen kant meer op kunnen binnen het dienstverband. Overbelast en onderbetaald trekken zij de conclusie dat zij niet gewaardeerd worden voor het werk wat zij doen en hun vak niet uit kunnen oefenen. Inmiddels neemt de animo voor het beroep logischerwijs af onder druk van de werkomstandigheden. ZZP vereniging VZOZ wijst erop dat juist de behoefte aan vakmanschap de stap naar zzp in de zorg maakt. “Juist omdát mensen vakmensen zijn, opkomen voor hun vak, hun professionaliteit én voor zichzelf, zijn zij zzp-er geworden”, zo stelt de vereniging in een reactie. Hiermee reageert zij op een artikel in het FD dat stelt dat ‘echte vakmensen uiteindelijk wel weer in loondienst gaan’ binnen de zorg. Ze hebben toch geen keus, zo stelt een arbeidsrechtadvocaat. VZOZ vindt het “arrogant en dom om te stellen dat zorgprofessionals vanwege een ‘roeping’ uiteindelijk toch wel voor een slecht dienstverband kiezen”. Werkgevers veroorzaken al jaren zelf de uitstroom die leidde tot zzp. Uitstroom uit de sector is voor velen het enige alternatief voor ervaren beroepskrachten. Leegloop maakt de zorg niet toekomstbestendig.
