Beroepsorganisatie V&VN publiceert een nieuwe ‘Beter Doen Top 5-lijst’. Waar de eerdere ‘Beter Laten’-lijst vooral benoemden welke handelingen beter achterwege kunnen blijven, richt deze nieuwe lijst zich juist op wat zorgprofessionals vaker zouden moeten doen. Meer aandacht voor eigen regie, een grotere rol voor mantelzorgers en het slimmer inzetten van technologie moeten bijdragen aan betere zorg. Opnieuw wordt de aandacht gericht op het handelen van zorgprofessionals terwijl de grootste problemen in de zorg ergens anders liggen.
Goede aanbevelingen, verkeerde prioriteiten
Als je de ‘Beter Doen’-lijst leest kun je er als zorgprofessional niet op tegen zijn. Het stimuleren van beweging draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid en bevordert de autonomie van cliënten. Technologie kan daarnaast helpen om mensen actief, betrokken en zelfredzaamheid te houden. En een goede samenwerking met familieleden en andere informele zorgverleners kan invulling geven aan een zinvolle dag. Het zijn allemaal voorbeelden van zorg die ‘passender’ wordt ingericht.
Dit soort aanbevelingen worden gepresenteerd als een antwoord op de druk waar de sector mee te maken heeft. Maar wie dagelijks in de zorg werkt, weet dat de grootste uitdagingen niet liggen in het te weinig bewegen van een cliënt of omdat een mantelzorger onvoldoende betrokken is. De druk die zorgprofessionals ervaren wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door een combinatie van personeelstekorten, ziekteverzuim, hoge administratieve lasten en een grote hoeveelheid regels, registraties en verantwoordingsverplichtingen. Toch verschuift zelfs een eigen beroepsorganisatie de aandacht opnieuw naar het gedrag van zorgprofessionals zelf in plaats van de werkomstandigheden om professionals heen.
Zorgprofessionals mogen het oplossen
Communicatie zoals die vanuit V&VN maakt onderdeel uit van allerlei landelijke programma’s rondom ‘passende zorg’, zoals zeggenschap voor zorgprofessionals, administratieve lastenvermindering en digitalisering. Deze programma’s gaan vaak uit van hetzelfde vertrekpunt: zorgprofessionals moeten het vooral zelf anders gaan doen. Ze moeten slimmer werken, anders samenwerken, hun vak meer loslaten en vaker inzetten op zelfredzaamheid en technologie. Het wekt de indruk dat de grootste winst nog altijd op de werkvloer zelf te behalen valt. Alsof de oplossingen voor de problemen in de zorg vooral gevonden moet worden in het anders organiseren van dagelijkse zorgmomenten.
Maar wat is nou eigenlijk de impact hiervan op het grote geheel? De structurele personeelstekorten verdwijnen er niet door. Teams die dagelijks kampen met onderbezetting worden er niet ineens minder belast door. De tijd die zorgprofessionals kwijt zijn aan registraties, verantwoording en andere administratieve verplichtingen neemt er al helemaal niet af.
Ambities worden niet waargemaakt
De bij die landelijke programma’s betrokken koepels zoals onder andere beroepsverenigingen erkennen keer op keer dat de administratieve lasten in de zorg te hoog zijn. Er worden programma’s opgetuigd, actieagenda’s opgesteld en doelstellingen geformuleerd om zorgprofessionals meer tijd voor zorg en minder tijd achter een scherm te geven. Toch blijkt keer op keer dat die ambities in de praktijk nauwelijks worden waargemaakt.
Het verhaal blijft wel steeds haken op wat zorgprofessionals anders zouden kunnen doen. Want je moet toch íets communiceren. Maar hoeveel tijd levert een nieuwe aanpassing op de werkvloer daadwerkelijk op? En hoe verhoudt die winst zich tot de uren die nog altijd verloren gaan aan registraties of het oplossen van ziekteverzuim? Valt daar niet veel meer winst te behalen dan met alweer een nieuwe lijst vol aanbevelingen voor zorgprofessionals?
Waarom ontwijken beroepsorganisaties fundamentele problemen?
Als beroepsorganisatie zegt V&VN op te komen voor verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten. Juist daarom zou je verwachten dat de organisatie nadrukkelijk aandacht vraagt voor de structurele oorzaken van werkdruk, uitstroom en onvrede onder zorgprofessionals. Oplossingen afdwingt, zodat het vak behouden blijft. Want zorgmedewerkers lopen niet vast omdat zij technologie verkeerd inzetten. Zij lopen vast omdat zij moeten werken binnen systemen die steeds meer van hen vragen en tegelijkertijd steeds minder ruimte bieden om hun vak uit te oefenen. De fundamentele vraag over bureaucratie en structurele onderbezetting levert geen stevige standpunten op.
De verkeerde focus
De problemen in de zorg lopen onverminderd door en de aandacht wordt verlegd naar wat zorgprofessionals zelf anders kunnen doen. Alsof zij onderdeel zijn van het probleem. Ondanks personeelstekorten, ziekteverzuim en een groeiende druk op de beschikbare capaciteit geeft de beroepsorganisatie tips over meer zelfredzaamheid, meer mantelzorg en ander gedrag op de werkvloer. Daarmee wordt de oplossing vooral bij zorgprofessionals neergelegd, terwijl zij juist dagelijks de gevolgen ondervinden van problemen die elders worden veroorzaakt. De grootste problemen in de zorg ontstaan niet in de praktijk, maar worden daar wel iedere dag opgelost.