In 2024 brak het aantal zzp’ers nieuwe records
Medio november schreef ik een artikel op ZiPconomy, getiteld ‘Aantal zzp’ers eigen arbeid groeide in Q3 naar hoogste aantal ooit’. Dit op basis van de kersverse CBS-kwartaalcijfers en vanwege het bijzondere gegeven van die groei, namelijk ondanks alle onrust over de handhaving van de Wet DBA vanaf 1 januari 2025. Het totale aantal zzp’ers eigen arbeid (ea) bleek te zijn gegroeid naar 1.081.000, 10.000 meer dan in het tweede kwartaal ’24 en 38.000 meer dan een jaar eerder. Daarmee was het aandeel van zzp’ers ‘ea’ in de totale werkzame beroepsbevolking opgelopen tot een fractie meer dan 11,0% – 11,04%, het hoogste aandeel ooit in de Nederlandse geschiedenis. In welke beroepsgroepen al die 1.081.000 zzp’ers ‘ea’ werkten? Vooral in de technische beroepen, de economisch-administratieve beroepen, de creatieve en taalkundige beroepen en de zorgberoepen.
Uit de grafiek kan worden afgelezen dat het aantal zzp’ers ‘ea’ in die vier grootste beroepsgroepen in het derde kwartaal nog steeds groeide – dus ook in de zorgberoepen. Los van de constatering van doorzettende groei, is het bovendien interessant en belangrijk om meer in te zoomen op die zzp’ers ‘ea’ in de zorgsector. In welke subsectoren werkten zij, in welke beroepsgroepen, wat zijn dan de verschillende trends, zijn er belangwekkende verschillen, wat verdient focus en wat minder?
ZZP’ers in zorg en welzijn
Als we inzoomen op de subsectoren van Zorg en Welzijn, ontstaat in eerste instantie het volgende beeld.*
*De meest recente dataset (enkele dagen jonger dan de vorige) laat zien dat er ongeveer 4.000 zelfstandigen (zzp’ers en vergelijkbare categorieën) niet meer voorkomen in de Q3-data. Dit suggereert een aanpassing of correctie in de registratie of rapportage van gegevens, mogelijk door administratieve wijzigingen, fouten, of actualisatie van de dataset.
Wat valt op? De subsector Overige zorg en welzijn (zoals praktijken van tandartsen, fysiotherapeuten en verloskundigen) telde in het derde kwartaal van 2024 veruit de meeste zzp’ers en vergelijkbare zelfstandigen: 58.000. Dit komt neer op ruim 37% van het totale aantal zzp’ers en zelfstandigen in de zorg tijdens die periode. Zes subsectoren zaten rond de 15.000 zzp’ers ea en een viertal subsectoren werkten met hooguit een paar duizend zzp’ers ea, of zelfs (bijna) geen, zoals de UMCs. Sinds 2016 zijn de Overige zorg en welzijn plus de Kinderopvang, de Thuiszorg en het Sociaal werk samen goed voor ruim driekwart van de groei van het aantal zzp’ers ‘ea’. Dit onderstreept dat de groei van zzp’ers in de zorg vooral geconcentreerd is in specifieke subsectoren, terwijl andere, zoals de UMC’s, nauwelijks gebruikmaken van zelfstandigen.
Stijging aantal zorg zzp’ers in alle subsectoren
In elke subsector is het aantal zzp’ers ‘ea’ (sterk) gestegen, gemiddeld +114% sinds begin 2013. Dit was het eerste meetmoment en daarmee is er sprake van meer dan een verdubbeling, met +25% in de Kinderopvang, +89% in de Thuiszorg en +152% in de Overige zorg en welzijn. In de totale Nederlandse arbeidsmarkt lag die groei in diezelfde periode met +57%, aanzienlijk minder. Er zijn meerdere perioden met sterke groei van de aantallen zzp’ers ‘ea’ zichtbaar en de groei is duidelijk al voor corona begonnen. De periode 2021-2024 slaat echter alles – in deze drie jaar zijn er 47.000 zzp’ers bij gekomen in Zorg en Welzijn, een groei van +42%. De totale werkgelegenheid in de sector Zorg en welzijn groeide aanzienlijk minder hard dan het aantal zzp’ers ‘ea’ dat deed. Inclusief zzp’ers was dat +23%, waar dat +18% zou zijn geweest zonder zzp’ers. In de totale Nederlandse economie lag dat groeitempo van de werkgelegenheid met +16% duidelijk lager dan in zorg en welzijn. Deze cijfers benadrukken dat de opkomst van zzp’ers in de zorg en welzijn niet alleen structureel is, maar ook een drijvende factor achter de groei van de werkgelegenheid in de sector.
Beeld van zorg zzp per subsector is gevarieerd
Zetten we de absolute aantallen zzp’ers ‘ea’ af tegen het totale bestand van werkenden per subsector, dan ontstaat een gemêleerd beeld van het aandeel zzp’ers ‘ea’ in elke subsector.
Er bestonden en bestaan grote verschillen ten aanzien van het aandeel zzp’ers in de personeelsbestanden tussen de subsectoren. In de Overige zorg en welzijn werkte bijna een kwart als zzp’er ‘ea’. Tien jaar eerder lag dat aandeel ook al rond de 20%. Bij Huisartsen en gezondheidscentra is het aandeel ontploft naar ruim 20% en in de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) lag het aandeel in het derde kwartaal op 13,6%, alhoewel dat niet structureel hoger is dan 10 jaar eerder. In het Sociaal werk, Thuiszorg en de Jeugdzorg zijn de aandelen zzp’ers ea na corona “ineens” hoger komen te liggen, maar zijn sindsdien min of meer stabiel. In de loop van 2024 zie je bij een aantal beroepsgroepen het aandeel zzp’ers ‘ea’ dalen, bij andere stijgt het wat. Voor het totaal van de Zorg en welzijn-sector geldt een lichte daling van 9,4% naar 9,3%. Begin 2013 was dat aandeel nog 5,3%. Op de totale Nederlandse arbeidsmarkt is in 2024 nog een minieme stijging van het aandeel zzp’ers ea te zien, van 10,99% naar 11,04%. Begin 2013 was het aandeel zzp’ers in Nederland nog 8,2%. Verhoudingsgewijs is het aandeel zzp’ers in de zorg veel krachtiger gestegen van 2013 tot 2024 dan gemiddeld genomen in Nederland.
Zzp’ers in Zorg en Welzijn ‘ea’ per beroepsgroep
Als we via de invalshoek van de zorg en welzijn beroepen (met de statistische beroepscode 10) kijken, zien we de volgende standen en ontwikkelingen.
In alle beroepsgroepen was er groei van het aantal zzp’ers ‘ea’, maar de sterkste groei – zowel in absolute aantallen als procentueel – was te zien bij de ‘Artsen, therapeuten, gespecialiseerd verpleegkundigen en overige specialisten gezondheidszorg’ (beroepsgroep 101). Zij waren in het derde kwartaal goed voor net niet de helft van alle zzp’ers ‘ea’. Ook waren zij goed voor exact de helft van de groei van het aantal zzp’ers ea sinds 2016. Beroepsgroep 103 was de enige met een dalende trend. Deze beroepsgroep omvat laboranten, apothekersassistenten, verpleegkundige mbo-niveau, medisch praktijkassistenten en overige medisch vakspecialisten.
Beroepsgroepen: een tweeledig beeld
Zetten we de absolute aantallen zzp’ers ‘ea’ af tegen het totale werkendenbestand per beroepsgroep, dan ontstaat een meer tweeledig beeld van het aandeel zzp’ers ‘ea’ in elke beroepsgroep. Twee beroepsgroepen hebben een gelijk, relatief hoog aandeel zzp’ers ‘ea’, drie beroepsgroepen ongeveer hetzelfde relatief lage aandeel zzp’ers ea.
Ook hier is de stijging van het aandeel van zzp’ers ‘ea’ in alle beroepsgroepen zichtbaar. De ‘specialisten op maatschappelijk gebied’ (code 102, onder andere maatschappelijk werkers, specialisten sociale hulpverlening, psychologen), komt uit een sterke daling van eind 2016 tot in 2019. Deze beroepsgroep en die van de ‘Artsen, therapeuten, gespecialiseerd verpleegkundigen en overige specialisten gezondheidszorg’ bevatten in het derde kwartaal wel veruit het grootste aandeel zzp’ers ‘ea’: allebei 17,6%. In 2013 lag dat met 13,7% respectievelijk 12,9% nog lager.
Stijging van zzp’ers in de zorg bleef structureel
Samengevat laat het onderzoek zien dat het aantal zzp’ers in de sector Zorg en Welzijn, de afgelopen jaren sterk is gegroeid. Er is sprake van piekmomenten in recente jaren. Deze groei is niet gelijk verdeeld over subsectoren en beroepsgroepen; sommige subsectoren zoals Overige zorg en welzijn, Kinderopvang en Thuiszorg hebben een explosieve stijging laten zien, terwijl andere subsectoren, zoals UMC’s, nauwelijks met zelfstandigen werken. De stijging van het aandeel zzp’ers is structureel en vormt een belangrijke factor in de bredere groei van werkgelegenheid binnen de zorgsector. Tegelijkertijd toont de diversiteit in groeipercentages, subsectoren en aandelen per beroepsgroep aan dat het zzp-landschap in de zorg complex en gevarieerd is, met duidelijke verschillen in dynamiek en ontwikkeling.
Wim Davidse brengt via zijn bedrijf Djzeng onder meer voor ZiPconomy trends binnen de arbeidsmarkt in kaart.




