De belangrijkste conclusies van een onafhankelijk onderzoek naar zzp’ers in de zorg gingen over brede problemen op de arbeidsmarkt. Hoe organiseer je voldoende stabiliteit voor cliënten en hoe ga je flexibel genoeg om met zorgprofessionals? De Gehandicaptenzorg laat goed zien dat het zzp-dossier geen discussie is over contractvorm, maar over de arbeidsmarkt. Ook al haalt de zzp-stop als heldendaad nog steeds de zorgmedia.
Werkgeverskoepel Gehandicaptenzorg: ‘het gaat niet over zzp’
De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) reageert positief op het nieuwe onderzoek van AZW en Panteia. De branchevereniging voor werkgevers in de Gehandicaptenzorg beoordeelt het rapport niet als een pleidooi ‘voor‘ of ‘tegen‘ zzp’ers, maar onderstreept dat het vraagstuk ingewikkeld is en over de arbeidsmarkt gaat. Het onderzoek is waardevol omdat het helpt om beter onderbouwde keuzes te maken in de praktijk, zo geeft VGN aan.
Voor de gehandicaptenzorg ligt de behoefte bij langdurige relaties, vaste gezichten en stabiele teams. Cliënten binnen deze sector zijn gebaat bij continuïteit en voorspelbaarheid van zorg. Stabiliteit bieden is dan ook de kern van de zorgverlening in die sector. Tegelijkertijd heeft ook de gehandicaptenzorg te maken met personeelstekorten en moet zij het werk op een flexibele manier organiseren. De sector heeft daarom niet de luxe om één bepaalde contractvorm centraal te stellen, maar vraagt zich af hoe zorgorganisaties het werk moeten organiseren in een structureel krappe arbeidsmarkt. De waarheid ligt ergens in het midden.
Zorgorganisatie in de Gehandicaptenzorg: ‘trots op zzp-stop’
Zorgbestuurder Jannie Riteco van Abrona ziet zichzelf als iemand met lef omdat zij een zzp-stop afdwong voor haar organisatie. In dezelfde week waarin het AZW onderzoek gepubliceerd wordt en nuance laat zien, stelt de zorgbestuurder dat “je de situatie niet verandert door ergens in het midden te blijven”, zo stelt zij. Een ultiem standpunt was volgens Riteco noodzakelijk.
Abrona heeft zich niet alleen ingezet om de afhankelijkheid van externe inhuur te beperken, maar koos voor een harde zzp-stop als statement. “Het was echt een soort van Randstad Abrona hier”, zo stelt Riteco. Daar wilde ze vanaf. Het valt op dat de achterliggende drijfveer van de organisatie wel degelijk te maken heeft met de AZW conclusies, want “met name in de complexe zorg, waar cliënten en medewerkers juist gebaat zijn bij stabiliteit, stonden de vaste gezichten onder druk.” Dat is alleen niet wat naar buiten gecommuniceerd wordt.
De media wordt niet gehaald met hoe je stabiliteit organiseert, maar met het doorstrepen van zzp als heldendaad. Riteco roept collega-bestuurders op om hetzelfde te doen.
‘ZZP-stop’ leidde niet tot meer vaste medewerkers
Het jaarverslag van Abrona over 2025 laat zien dat ook voor deze organisatie het verhaal complexer is dan de zorgbestuurder wil doen geloven. Abrona schrijft in haar jaarverslag dat de arbeidsmarkt in 2025 “onverminderd krap” bleef. Door moeilijk vervulbare vacatures kwam volgens de organisatie de continuïteit van zorg juist voor kwetsbare en intensieve doelgroepen onder druk te staan. Over 2025 stroomden er 211 nieuwe medewerkers in, maar verloor de organisatie 198 uitstromers; zo’n 15% aan verloop. Verzuim lag organisatie breed op 8,6%, hoger dan het gemiddelde in de gehandicaptenzorg.
Om de afbouw van zzp mogelijk te maken werd fors geleund op de eigen organisatie; de eigen medewerkers. Abrona spreekt over “veel extra inzet van collega’s” en probeerde met een programma extra ureninzet te stimuleren. Zzp’ers werden actief benaderd om alsnog in dienst te komen of uitgenodigd om via – veel duurdere – uitzendconstructies terug te keren. Van de circa 100 fte aan zzp’ers, kwamen uiteindelijk 15 zzp’ers in dienst. Ondanks de intensieve afbouw van zzp’ers groeide het aantal medewerkers in loondienst niet.
Het aantal fte aan vaste medewerkers bleef nagenoeg gelijk: 801 eind 2024 tegenover 801 eind 2025.
Kan Abrona ‘zonder zzp’ers werken’? Of is de externe inhuur een vraagstuk zoals voor alle zorgorganisaties? Het werven van meer vaste medewerkers in de huidige arbeidsmarkt bleek ook voor Abrona lastig. Stabiliteit richting cliënten werd uiteindelijk georganiseerd door meer beroep te doen op vaste medewerkers, vrijwilligers en studenten.
Waarom blijven zorgbestuurders de arbeidsmarkt een zzp-dossier noemen?
Een zorgorganisatie die grip krijgt op haar vast-flex verhoudingen heet een zzp-stop. Alsof het verdwijnen van zzp’ers zelf de prestatie is. Het nieuwe AZW-onderzoek, de reactie van de VGN en het jaarverslag van Abrona vertellen een ander verhaal dan de goedlachse zorgbestuurder in Zorgvisie. Problemen op de arbeidsmarkt worden telkens verkleind tot één schuldige werkvorm: ‘zzp’ als bron van het kwaad.
Zorg voor cliënten organiseren gaat ook voor Abrona niet over het uitsluiten van een contractvorm. Als je althans het interview in Zorgvisie negeert en het jaarverslag leest. Het gaat over het leunen op vaste medewerkers, continuïteit van zorg organiseren en werken aan behoud. Uit de cijfers blijkt hoeveel moeite Abrona dat kost. Zo komen zowel het AZW, zorgkoepel VGN én Abrona uiteindelijk allemaal uit op stabiliteit in de personele formatie. Het mag alleen niet zo heten.
De discussie over zzp verdwijnt naar de achtergrond als je kijkt naar het echte vraagstuk. Dat bracht het AZW rapport. Zorgprofessionals in vaste dienst maken zich hier al jaren druk over, terwijl hun zorgbestuurders zich tot op de dag van vandaag richten op zzp’ers. Als dat het echte vraagstuk de complexe problemen op de arbeidsmarkt zijn, waarom blijven we het dan in de media een zzp-dossier noemen?