SER

De SER wil snel buitenlandse zorgprofessionals inzetten, maar wie gaat ze begeleiden?

In plaats van dat statushouders die in de zorg willen gaan werken eerst de taal leren en zich scholen, wil de Sociaal Economische Raad (SER) dat zij zo snel mogelijk aan het werk gaan. Nederland heeft al vaker buitenlandse verpleegkundigen voor de zorg klaargestoomd, maar die geschiedenis geeft juist een waarschuwing af. Want als je een buitenlandse zorgprofessional aan het bed in wil kunnen zetten, moet de werkplek wel goed de ruimte bieden om de Nederlandse zorg te leren kennen.

SER wil werk en leren tegelijk laten plaatsvinden

De SER adviseert om statushouders met een zorgachtergrond niet langer door een reeks losse stappen te laten gaan vóórdat zij aan het werk kunnen. Taal, opleiding en begeleiding moeten niet vóór het daadwerkelijke werken in de zorg van start gaan, maar direct gecombineerd worden met elkaar. Volgens de SER kan daarmee “beter worden aangesloten bij wat iemand al aan opleiding en werkervaring meebrengt”. Zo moet worden voorkomen dat buitenlandse professionals onnodig lang buiten de arbeidsmarkt gehouden worden en nog niet aan het werk zijn als formele beroepskracht. Ervaringen uit de geschiedenis laten zien dat het opvangen van buitenlandse zorgprofessionals niet eenvoudig is en dat nog zonder de gewenste haast.

Buitenlandse verpleegkundigen liepen twintig jaar geleden al tegen dezelfde obstakels aan

Al in 2002 onderzocht NIVEL hoe buitenlandse verpleegkundigen hun weg vonden in de Nederlandse zorg. Het onderzoek richtte zich op onder andere verpleegkundigen uit andere EU-landen die in Nederland aan de slag waren gegaan. Bijna duizend verpleegkundigen deden mee aan het onderzoek. De onderzoekers keken onder meer naar hun ervaringen met de Nederlandse taal, de erkenning van hun diploma en de begeleiding door werkgevers. Destijds speelden dezelfde onderwerpen die ook nu, ruim twintig jaar later, terugkomen bij het ‘versneld’ inzetten van buitenlandse zorgprofessionals.

Ruim de helft van de verpleegkundigen had voor de start in Nederland al een cursus gevolgd waarvan het vaak om Nederlandse taallessen ging. Toch bleven taal en kennis van het Nederlandse zorgstelsel ook na de start belangrijke problemen. Ongeveer een derde van de ondervraagden vond bovendien dat de werkgever onvoldoende ondersteuning bood. Voorbereiding alleen bleek dus niet genoeg. Op de werkvloer vroegen buitenlandse verpleegkundigen uitvoerige begeleiding, terwijl diezelfde werkvloer al moeite heeft om Nederlandse studenten voldoende praktijkbegeleiding te bieden.

Begeleiding maakt het verschil…

De mate van begeleiding maakt het verschil. In september 2000 begonnen acht Indonesische verpleegkundigen bij het Rode Kruis Ziekenhuis in Den Haag. Nog geen vier maanden later besloot het ziekenhuis hun arbeidsovereenkomst niet voort te zetten. Hun Nederlands was volgens het ziekenhuis onvoldoende om goed te communiceren met artsen, patiënten en collega’s. De groep had één maand Nederlandse les gehad en was volgens het ziekenhuis niet in staat om zelfstandig op verpleegkundig niveau te werken.

Een ander ziekenhuis had daarentegen goede ervaringen met Indonesische verpleegkundigen. Bij het OLVG kregen de zorgprofessionals wel begeleiding en taallessen. Het OLVG had op dat moment al anderhalf jaar goede ervaringen met veertien Indonesische verpleegkundigen. Het verschil zat dus niet in het feit dat de verpleegkundigen uit Indonesië kwamen. Maar in de manier waarop zij werden voorbereid en begeleid binnen de werkomstandigheden van de zorg.

Het inzetten van buitenlandse verpleegkundigen gaat dus niet alleen om wat iemand al kan. Ook de overgang naar hoe de zorg in Nederland wordt georganiseerd moet je begeleiden. Een verpleegkundige die in een ander land is opgeleid en heeft gewerkt, stapt niet alleen een nieuwe baan binnen, maar een compleet andere werk- en leefomgeving.

…en gaat over meer dan taal

Wie in een ander land als verpleegkundige aan de slag gaat, krijgt ook te maken met andere gewoontes, verwachtingen en manieren van werken. Een buitenlandse professional moet niet alleen leren hoe hij of zij zich verstaanbaar maakt, maar ook het vakjargon kennen en begrijpen hoe de Nederlandse zorg in de praktijk werkt. Er komt dus enorm veel op deze mensen af.

Dit bleek ook uit onderzoek van Anita Ham uit 2019 naar buitenlandse verpleegkundigen in een Nederlandse verpleeghuisorganisatie. Zij volgde tien buitenlandse en tien Nederlandse verpleegkundigen en zag dat er verschillen ontstonden in communicatie, professionele normen en de manier waarop het werk werd uitgevoerd. De buitenlandse professionals moesten wennen aan hoe de zorg in Nederland wordt verleend, terwijl ook hun Nederlandse collega’s moesten leren omgaan met een andere manier van werken. In het onderzoek ontstonden tussen beide groepen beelden van ‘wij’ en ‘zij’. De cultuur op de werkvloer is daarmee ook een factor van belang bij het willen integreren van buitenlandse zorgprofessionals. De organisatie krijgt daarmee ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat collega’s van verschillende nationaliteiten weten wat ze van elkaar kunnen verwachten.

Wie heeft tijd voor complexe begeleiding?

De SER wil dat buitenlandse zorgprofessionals sneller aan het werk gaan en tijdens dat werken zelf verder leren. Die verandering plaatst het inwerk- en leertraject eerder op de werkvloer. Uit voorgaande voorbeelden blijkt dat dit leertraject behoorlijk complex is. Het gaat niet alleen om de Nederlandse taal, maar ook om kennis van het Nederlandse zorgstelsel, professionele normen, communicatie en de manier waarop collega’s met elkaar samenwerken.

Dat betekent dat begeleiding op de werkvloer meer vraagt dan iemand een paar dagen laten meelopen. Een nieuwe collega moet worden ingewerkt ondanks de taalbarrière, iemand moet meekijken ondanks de werkdruk, met geduld uitleg geven en een reeks aan vragen beantwoorden die verder gaat dan alleen het vak. De SER benoemt zelf dat begeleiding op de werkvloer belangrijk is en dat werkgevers en andere partijen daarin moeten investeren. Hoe zij dat denkt te faciliteren wordt niet benoemd.

En juist tijd en mensen met een beroepsdiploma zijn in de zorg steeds schaarser. Zorgprofessionals hebben door personeelstekorten en hoge werkdruk nu al beperkte ruimte om nieuwe collega’s en Nederlandse studenten goed te begeleiden. De SER voegt daar een nieuwe groep aan toe die een intensieve inwerkperiode nodig heeft. Het beleid vergroot opnieuw de opdracht, maar laat het gebrek aan beschikbare tijd voor wat het is. Opnieuw is het de zorgprofessional die het in de praktijk moet opvangen.

Bewust starten en aan alle eisen voldoen?
Het WTZa abonnement

€10,-

per maand (incl. BTW)
Onze gratis e-books
wtza checklist
Wtza checklist

Voldoe jij al aan de Wtza? Met deze checklist controleer je of jij voldoet aan de Wet Toetreding Zorgaanbieders die van kracht is sinds 1 januari 2022.

  • Wanneer moet je voldoen aan de Wtza?
  • Hoe controleer je of je in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) staat?
  • Hoe vraag je eHerkenning aan?
wkkgz checklist
Wkkgz checklist

Met deze checklist controleer je of jij voldoet aan de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg die van kracht is sinds 1 januari 2016.

  • Wanneer moet je voldoen aan de WKKGZ en Wtz?
  • Hoe controleer je of je in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) staat?
  • Hoe vraag je eHerkenning aan?
zorg webinar
Gratis overzicht met top 5 risico's

Het zzp-schap voor zorgprofessionals biedt mooie kansen, maar komt ook met verantwoordelijkheden en verplichtingen.

Krijg inzicht in risico’s en hoe je ermee om kan gaan als zzp’er in de zorg.

Blijf op de hoogte

Elke 2 weken de belangrijkste updates in je mailbox

Start met de gratis
uitlegvideo's

Binnen enkele minuten ontvang je een e-mail met jouw inloggegevens voor ons platform. Met deze gegevens kun je direct inloggen en de gratis video’s bekijken.