De handhaving op schijnzelfstandigheid moest in de zorg leiden tot meer vaste dienstverbanden, maar de eerste resultaten in de VVT sector laten een ander beeld zien. Minder zzp’ers betekende vooral minder beschikbare zorgprofessionals, terwijl de druk op de achterblijvende medewerkers verder opliep.
‘Handhaving schijnzelfstandigheid‘: VVT sector werd de proeftuin
De handhaving op schijnzelfstandigheid werd aangekondigd als een aanpak richting alle sectoren, maar de Belastingdienst maakte van de zorgsector een proeftuin. Al in 2023 begon de Belastingdienst met het controleren van zzp constructies in de zorg, ver voor 1 januari 2025.
Terwijl het ministerie van SZW de suggestie wekte dat de handhaving ‘sectorneutraal’ zou moeten gaan verlopen, moesten de slechts 80 fte aan belastinginspecteurs gerichter op pad gestuurd worden. Het werd de ouderenzorg, waar tienduizenden zzp’ers als onderaannemer actief waren. De ouderenzorg, waar tegelijkertijd de tekorten aan personeel het grootst zijn.
Belastingdienst belemmerde modelovereenkomst en fiscaal kader
De VVT sector was zelf al jaren bezig om de inzet van zzp’ers te professionaliseren. Twee concrete ontwikkelingen die de zzp inzet moesten regelen werden uiteindelijk door de Belastingdienst belemmerd.
- De gezamenlijke werkgeverskoepels in de zorg werkten samen met de Belastingdienst aan een Fiscaal Kader ZZP Zorg, een beheersingsmodel voor veilige zzp inzet. Na jaren overleg stapte de Belastingdienst de dag vóór publicatie uit het overleg. Later zou via een Woo-verzoek duidelijk worden dat het Fiscaal Kader geen schijn van kans had. Het werd actief tegengewerkt van binnenuit de Belastingdienst;
- De VVT sector kreeg aanvankelijk een ‘intramurale’ modelovereenkomst goedgekeurd. Met deze goedgekeurde modelovereenkomst konden zzp’ers veilig ingezet worden binnen de muren van een instelling. Anderhalf jaar later paste de Belastingdienst de data van goedkeuring aan, om de modelovereenkomst met terugwerkende kracht te zien verlopen. Zo werd de intramurale modelovereenkomst buiten spel gezet.
Nu was de weg vrij voor de Belastingdienst voor haar aanpak richting de verpleeghuizen.
Geen beoordeling per geval, maar zzp’ers op één hoop
De angst en onzekerheid onder zorgorganisaties ontstond met name omdat niet duidelijk werd wanneer je wel of geen zzp’er in kon huren. Tijdens bedrijfsbezoeken communiceerde de Belastingdienst bij VVT organisaties dat zij maar beter compleet konden stoppen met zzp inhuur. Uit angst voor naheffingen, boetes en langdurige discussies met de Belastingdienst kozen organisaties daarom voor een – onnodige – zzp-stop.
De Belastingdienst ging in de praktijk niet over tot de beoordeling per zzp opdracht zoals de wet- en regelgeving vereist, maar gooide groepen zzp’ers op één hoop met de boodschap ‘ingebed werk = dienstverband’. Dit is juridisch onhoudbaar, maar dat wordt pas later bevestigd als de rechter eraan te pas komt. Tot die tijd kun je met tien technieken de angst op laten lopen.
Handhaving in VVT sector leidde uitstroom en meer werkdruk
Sinds 1 januari 2025 werd de zzp inzet door verpleeghuizen afgebouwd. Deze ontwikkeling laat nu na anderhalf jaar zien dat de afname van zzp’ers niet automatisch geleid heeft tot meer personeel in loondienst. Het recente AZW-rapport beschrijft dat er sinds 2025 juist in de VVT sector een duidelijke afname zichtbaar is van het aantal zzp’ers, terwijl de arbeidsmarktkrapte in verpleegkundige en verzorgende beroepen onverminderd hoog bleef. De externe inhuur nam dus af en daardoor de druk op vast personeel toe.
De BDO Benchmark Langdurige Zorg laat vervolgens zien wat deze ontwikkeling in de praktijk heeft betekend voor de ouderenzorg. Door de afbouw van externe inhuur daalden de kosten van inhuur, maar de overstap naar vaste dienstverbanden bleef grotendeels uit. Volgens BDO verlieten naar schatting ruim 3.000 zzp’ers de ouderenzorg sinds de handhaving van start ging, terwijl tegelijkertijd onder achterblijvende medewerkers het ziekteverzuim verder opliep en de werkdruk toenam.
De combinatie van beide rapporten schetst daarmee een duidelijk beeld. De handhaving op schijnzelfstandigheid heeft bijgedragen aan uitstroom en heeft de druk op vaste medewerkers verder opgevoerd.
Voor welk probleem is beleid tegen zzp’ers een oplossing?
Waarom werd juist de bijzonder krappe arbeidsmarkt in de zorg de proeftuin voor de fiscus? Waarom werd juist de zorgsector die kampt met de grootste tekorten de kop van jut? Na anderhalf jaar is duidelijk dat beleid tegen zzp’ers in de zorg vooral leidt tot meer druk op vast personeel. Niet tot meer vast personeel. De handhaving was bedoeld om meer mensen terug te laten keren naar loondienst, maar resulteert in minder beschikbare zorgprofessionals voor dezelfde zorgvraag.
Dat is logisch, want het is al jaren bekend waarom zzp’ers ontstaan. Het onafhankelijke AZW rapport reikt aan dat de discussie gaat over zzp, maar zou moeten gaan over voldoende flexibiliteit voor alle werkenden in de zorg. “Er is veel aandacht voor de contractvorm, maar het zou … meer moeten gaan over de balans tussen de gewenste flexibiliteit en stabiliteit die tegemoetkomt aan de wensen van zowel werkgevers als de werkenden.”
Dit type signalen is niet nieuw, maar professioneel genegeerd de afgelopen tien jaar. Dus neemt de uitstroom van zorgprofessionals toe, loopt het ziekteverzuim verder op en groeit de druk op vaste medewerkers. Minder beschikbare zorgprofessionals betekent meer roosterproblemen, minder productie en oplopende wachtlijsten. Voor welk maatschappelijk probleem is beleid tegen zzp’ers in de zorg een oplossing? Ondertussen blijft de vraag naar zorg oplopen, terwijl de beschikbare capaciteit afneemt.