De zorgsector moet wijken voor defensie. Tijdens de verkiezingscampagnes werd dat tot nu toe nog zorgvuldig verhuld, maar een nieuwe doorrekening van het Centraal Planbureau legt de kaarten op tafel. Vrijwel alle partijen willen fors korten op de zorg. Daarmee neemt de druk op het zorgstelsel verder toe, terwijl personeelstekorten en wachtlijsten al nijpend zijn. Het zorginfarct maakt geen indruk op de politiek.
Waarom de zorg geen onderwerp is deze verkiezingscampagne
Het viel al eerder op dat politieke partijen zich in hun partij programma’s nauwelijks uitlieten over de zorgsector. Verdacht stil, zou je inmiddels kunnen zeggen. De verschillende verkiezingsprogramma’s toonden zich over de zorgsector wel betrokken, maar leken geen verantwoordelijkheid te willen dragen. De afgelopen weken kwamen er media items omhoog over de zorg: de opvallende afwezige in de partijprogramma’s.
De afgelopen jaren leken politieke partijen wel degelijk bezorgd over de zorg. Er is talloze malen gesproken over personeelstekorten, oplopende wachttijden en de toegang tot zorg die steeds verder onder druk komt te staan. Vooral in de ouderenzorg, thuiszorg, Jeugdzorg en de GGZ kwam dit vaak aan de orde. De media kopten continu over tienduizenden vacatures in de zorg, problemen met kwaliteit en continuïteit en uiteraard de zorgen over de redenen van personeelstekort. Hoge werkdruk, bureaucratie, weinig tijd voor patiënten. Doe er dan iets aan, riepen de politieke partijen herhaaldelijk. Van loyaliteit op dit onderwerp blijkt echter geen sprake.
Nu blijkt: alle politieke partijen willen snijden in de zorg..
Het NRC schrijft dat de zorg het grootste slachtoffer lijkt te worden van de naderende coalitie onderhandelingen. Er moeten miljarden gevonden worden voor defensie en er wordt door alle partijen – op één grote na – vooral gekeken naar de zorgsector. Met 155 miljard aan uitgaven in 2024, denken politieke partijen dat je de zorgsector met miljarden kunt korten. Het Centraal Planbureau (CPB) rekende de gevolgen van de verkiezingsprogramma’s door en nu wordt duidelijk waarom de zorg geen thema is deze verkiezingen.
Politieke partijen zijn van mening dat de uitgaven op zorg te beperken zijn, ook in tijden van personeelskrapte, wachtlijsten en oplopende vergrijzing. De voorstellen gaan van een hoger eigen risico en andere eigen bijdragen, tot het negeren van nieuwe behandelmethoden en het verhevigen van de concurrentiestrijd tussen verpleeghuizen. Het Centraal Planbureau waarschuwt – niet verrassend – dat zulke ingrepen de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg verder onder druk zetten en de kloof tussen mensen die wél en niet zelf zorg kunnen betalen, zal vergroten.
Alle partijen, behalve GroenLinks-PvdA (?)
De enige grotere politieke partij die zich afzet tegen snijden in de zorg, lijkt GroenLinks-PvdA. Als we echter kijken naar de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks – PvdA, laat dit zien dat de door haar beloofde hogere zorgkosten, betaald worden via lastenverzwaringen voor iedereen. Huishoudens leveren bij PvdA-GroenLinks in door het afschaffen van de zorgtoeslag, het beperken van de hypotheekrenteaftrek en hogere milieu- en verbruiksheffingen. De financiële ruimte die GroenLinks-PvdA nodig heeft voor de zorg, komt niet vanuit economische groei, maar door op andere plekken te bezuinigen en de lasten te verplaatsen. Vooral werkenden en ondernemers betalen de rekening. De vraag is of deze aanpak het overleeft in coalitie onderhandelingen. Ja, GroenLinks-PvdA is de enige partij die niet snijdt in de zorg, maar heeft voor een coalitie toch ook andere partijen nodig.
Daarnaast is GroenLinks-PvdA fel gekant tegen zzp’ers in het publieke domein; zorg, onderwijs en kinderopvang. Daarmee vergroten zij de huidige personeelskrapte. Zij willen wel een solidair zorgstelsel, maar ten koste van de zzp’er.
Korten op de zorg; dit zijn de plannen
De vier coalitiepartijen uit het kabinet Schoof.
- PVV (33 zetels volgens Peilingwijzer). De PVV profileert zich -wederom- als partij die ‘menselijke zorg’ wil herstellen, onder meer door het eigen risico te verlagen en marktwerking in acute zorg terug te draaien. Er wordt geen extra geld uitgetrokken voor personeel, wachtlijsten of verpleeghuiscapaciteit. De partij spreekt over “meer handen aan het bed” en “minder bureaucratie”, maar zonder maatregelen die het tekort aan zorgprofessionals daadwerkelijk oplossen. De PVV heeft niet meegedaan aan de officiële CPB-doorrekening;
- VVD (14 zetels volgens Peilingwijzer). De VVD kiest voor hogere drempels in de zorg, in plaats van structurele investeringen. Het eigen risico stijgt naar €440 en nieuwe behandelingen worden niet automatisch meer in het basispakket opgenomen. Digitalisering en efficiëntie moeten de groei van zorgkosten beperken. Er is geen extra budget voor personeelsuitbreiding of werkdrukverlaging, terwijl de partij wel rekent op een hogere productiviteit van hetzelfde personeel. Het CPB waarschuwt dat deze maatregelen leiden tot hogere financiële drempels en een toename van sociaaleconomische verschillen in de toegang tot zorg;
- BBB (4 zetels volgens Peilingwijzer). BBB benadrukt het belang van regionale ziekenhuizen en basiszorg dichtbij huis. Ze wil minder marktwerking en meer zeggenschap voor zorgverleners. Over financiering en structurele uitbreiding van personeel blijft het programma echter vaag. De partij rekent vooral op “minder regels” en “meer vertrouwen”, zonder een concreet plan om de arbeidsmarktproblemen of de oplopende zorgvraag op te vangen;
- NSC (0 zetels volgens Peilingwijzer). Nieuw Sociaal Contract positioneerde zich aanvankelijk als hervormingsgezinde middenpartij die de zorg “toegankelijk en betaalbaar” wilde houden, maar koos in de CPB-doorrekening net als de meeste partijen voor ombuigingen op de zorguitgaven.
Hieronder de politieke partijen vanaf 6 (fictieve) zetels.
- GroenLinks-PvdA (24 zetels volgens Peilingwijzer). GroenLinks-PvdA is de enige partij die de zorguitgaven laat stijgen in plaats van ze te beperken. De partij wil meer verpleeghuiscapaciteit en extra investeringen in ouderenzorg, gefinancierd door lastenverzwaringen voor huishoudens en bedrijven. Daarmee blijft de zorg overeind, maar groeit de belastingdruk fors. De partij wil verplichte loondienst voor artsen en ander zorgpersoneel;
- CDA (23 zetels volgens Peilingwijzer). Het CDA zegt de zorg dichtbij huis te willen houden en de werkdruk te willen verlagen, maar kiest in de praktijk voor het beperken van uitgaven. Er komt geen structureel extra geld voor personeel of capaciteit. De partij wil de administratieve druk verminderen en basiszorg behouden in de regio, maar accepteert tegelijkertijd bezuinigingen op vernieuwing en weigert uitbreiding van het zorgaanbod;
- D66 (12 zetels volgens Peilingwijzer). D66 ziet preventie, innovatie en digitalisering als oplossing voor oplopende zorgkosten. De partij praat over een gezonde leefstijl en meer samenwerking tussen eerste en tweede lijn. In de CPB-doorrekening haalt D66 miljarden op door hogere eigen bijdragen en bevriezing van het basispakket. De suggestie van ‘slimmer organiseren’, maskeert het ontbreken van structurele investeringen in personeel en capaciteit;
- JA21 (11 zetels volgens Peilingwijzer). JA21 wil het zorgstelsel ‘betaalbaar en efficiënt’ houden door het basispakket te bevriezen en hogere eigen bijdragen te vragen. Er wordt niet geïnvesteerd in personeel of innovatie, maar juist bezuinigd op instroom van nieuwe behandelingen. De partij gebruikt taal zoals ‘gezond verstand’ en ‘doelmatigheid’ en vertaalt dat in het hard begrenzen van uitgaven en opwerpen van financiële drempels;
- SP (6 zetels volgens Peilingwijzer). De SP is de enige partij die de zorg radicaal wil hervormen. Zij wil zorgverzekeraars afschaffen, het eigen risico schrappen en één publieke Nationaal Zorgfonds invoeren. Daarmee verdwijnt volgens de partij de marktwerking volledig uit de zorg. In theorie creëert dit eenvoud en gelijkheid, omdat iedereen via één publiek systeem toegang krijgt tot dezelfde zorg. In de praktijk is dit plan echter grotendeels onbetaalbaar en organisatorisch onuitvoerbaar volgens het CPB. De SP weet geen sluitende dekking aan te reiken voor de vele miljarden die nodig zijn om het zorgstelsel te wijzigen.
De zorg gaat van recht, naar voorrecht
Met dit beleid verandert de zorg ingrijpend, zowel voor wie zorg verleent, als voor wie zorg nodig heeft. De continuïteit van zorg komt onder druk te staan doordat personeelsproblemen niet worden opgelost, maar vergroot. De kwaliteit gaat stapsgewijs omlaag, omdat nieuwe behandelmethoden niet langer vanzelfsprekend worden toegelaten en kwaliteitseisen voor sectoren en personeel worden losgelaten. De beschikbaarheid van zorg verschuift van solidaire toegang naar selectief beleid: niet iedere burger heeft straks nog recht op dezelfde zorg. Dat gaat in tegen het recht dat de kiezer op dit moment heeft.
Het Centraal Planbureau waarschuwt daar expliciet voor: “de toegankelijkheidsverschillen (tussen burgers, red.) nemen toe.” In gewone taal betekent dat: langere wachtlijsten, minder tijd per patiënt en meer mensen die de zorg niet meer kunnen betalen. Ondertussen mogen vaste zorgmedewerkers de klappen opvangen in de praktijk. Politieke partijen houden dit onderwerp bewust buiten de campagne en lijken daarin opmerkelijk eensgezind. Misschien is de zorg geen verkiezingsthema geworden omdat ze allang is gedegradeerd tot bezuinigingsdossier. De kiezer die straks zijn stem uitbrengt, kiest niet alleen een partij, maar ook of hij later nog op zorg kan rekenen.