Diplomafraude in de zorg wordt in de media vaak gekoppeld aan zzp’ers. Dit ondermijnt het vertrouwen in welwillende zelfstandige zorgprofessionals. Aan de andere kant is iedereen het erover eens dat het voorkomen van fraude prioriteit is, ook wat betreft diploma’s. Als we het verwijt richting zzp’ers negeren, wat blijft er dan over aan mogelijkheden en verplichtingen om diplomafraude te voorkomen?
We vroeger het de advocaten Demi van Rossenberg en Daniël Post van Eldermans | Geerts.
Hoe voorkom je diplomafraude?
Steeds vaker zijn er signalen dat personen in de zorg werkzaam zijn zonder het juiste diploma of zelfs helemaal zonder diploma. Uit een recent nieuwsbericht volgt dat honderden zorgmedewerkers alarm slaan, nu zij zich ernstig zorgen maken om verwaarlozing van patiënten en crimineel gedrag. Praktische informatie die noodzakelijk is om goede zorg te verlenen, moet bijvoorbeeld worden opgezocht in online video’s, terwijl het gaat om basiskennis waarover men zou moeten beschikken op basis van een (geschikte) opleiding.
Niet alleen is dit voor patiënten gevaarlijk, ook door zorgorganisaties en collega’s wordt dit als zeer belastend ervaren. Reden genoeg om in dit artikel stil te staan bij de juridische aspecten en gevolgen van het vervalsen van een diploma. Ook staan we stil bij de wijze waarop zorgorganisaties en zorgprofessionals (zzp of dienstverband) kunnen handelen indien zij constateren dat een zorgverlener zich schuldig maakt aan diplomafraude.
Welke verantwoordelijkheid hebben zorgorganisaties?
De IGJ heeft in een brief uit 2023 al duidelijk gemaakt dat zorgorganisaties eindverantwoordelijk blijven voor het personeel dat wordt ingezet en voor de screening van het personeel. Zorginstellingen zijn zowel verantwoordelijk voor zorgverleners in loondienst als voor zorgverleners die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht. De IGJ heeft daarbij te kennen gegeven dat tijdens een inspectiebezoek ook gevraagd kan worden hoe het screeningsproces is georganiseerd en of er wel valide diploma’s en VOG’s in de dossiers van de medewerkers zijn opgenomen. Deze verantwoordelijkheden vloeien voort uit de wet, zoals de Wkkgz.
Hoe ziet een goede screening door de zorgorganisatie eruit?
Laten we allereerst kijken naar de mogelijkheden die een zorgorganisatie als werkgever en opdrachtgever heeft. Op zorgorganisaties rusten bepaalde plichten, waaronder een zorgplicht, een onderzoeksplicht en natuurlijk de plicht tot het leveren van goede zorg.
Het voorkomen van fraude
Instellingen in de zorg zijn op grond van artikel 4 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: “Wkkgz”) verplicht om zich ervan te vergwissen dat de zorgverleners die voor hen gaan werken, geschikt zijn om de zorg te verlenen. Onderdeel van deze zogenoemde ‘vergewisplicht’ is het doen van onderzoek naar het arbeidsverleden van een zorgverlener. Dat kan onder meer op de volgende manieren:
- Navraag doen bij eerdere werkgevers;
- Navraag doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: “IGJ”);
- Het BIG-register en indien van toepassing het SKJ-register raadplegen;
- Het register met tuchtrechtuitspraken raadplegen;
- Het opvragen van een VOG.
Het is tevens cruciaal voor zorgorganisaties om te controleren of zorgaanbieders over de juiste diploma’s beschikken. Daarvoor is niet afdoende om te controleren op de zichtbare echtheidskenmerken. Tegenwoordig zijn vervalste diploma’s met het blote oog lastig te onderscheiden van ‘echte’ diploma’s. Hierom is het verstandig om van sollicitanten een (digitaal) uittreksel uit het diplomaregister van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) te vragen. Dit register bevat gegevens over diplomering van bijna alle erkende onderwijsinstellingen. Alleen de sollicitant zelf kan het uittreksel opvragen, gebruikmakend van zijn DigiD. Weigert de sollicitant dit te doen, dan is dat al een belangrijk signaal, en is het raadzaam nader onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld door de betreffende onderwijsinstelling te contacteren.
Een tip is het opnemen van een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. Dit om ervoor te zorgen dat de overeenkomst van rechtswege eindigt zodra het uittreksel niet tijdig wordt verstrekt, waardoor de inzet van de betreffende zorgverlener ‘automatisch’ eindigt.
Wat als een zorgorganisatie mogelijke diplomafraude ontdekt?
Uiteraard is het niet altijd mogelijk om bepaalde situaties te voorkomen en is het van belang om te bezien hoe moet worden gehandeld indien er aanwijzingen zijn dat een zorgmedewerker een vervalst diploma heeft aangeleverd. Wel is van belang dat het gaat om:
- Een diploma dat relevant is voor de betreffende functie;
- Het moet voor de werknemer voldoende duidelijk zijn dat dit diploma vereist is (bv. in de vacaturetekst benoemd of besproken tijdens het sollicitatiegesprek).
Als dat het geval is, is allereerst van belang dat op een zorgorganisatie een onderzoeksplicht rust: er moet direct worden gehandeld. Aangezien een zorgorganisatie tevens de plicht heeft, op grond van artikel 3 Wkkgz, om goede zorg te verlenen, is het belangrijk dat eventuele gevaren en risico’s zoveel als mogelijk uit de weg worden gegaan. In dat kader is het aan te raden de betreffende zorgmedewerker op non-actief wordt gesteld gedurende de periode dat er een onderzoek wordt uitgevoerd. Het is immers onduidelijk of de persoon in kwestie überhaupt bevoegd is om de zorg te verlenen.
Verdenking diplomafraude: het onderzoek
Het onderzoek naar diplomafraude kan onder meer uit verschillende stappen bestaan:
- Verzamelen van informatie uit diverse bronnen;
- Voorbereiding van verhoren;
- Contact opnemen met opleidingsinstellingen;
- Ondervragen van de zorgmedewerker;
- Verzamelen én vastleggen van bewijsmateriaal;
- Analyseren van de onderzoeksresultaten.
Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek, kunnen stappen worden genomen. Daarbij kunnen zich twee situaties voordoen.
- Geen en/of niet voldoende bewijs bewuste misleiding > Indien niet (voldoende) komt vast te staan dat sprake is van vervalsing van diploma(‘s), is het lastig maatregelen te nemen, zoals beëindiging van het dienstverband. Nu de fraude (nog) niet is komen vast te staan, is het passender de zorgmedewerker te waarschuwen. Daarnaast is het zaak goed nader onderzoek te doen, om erachter te komen of daadwerkelijk sprake is van een vervalst diploma. Zo kan ook een extern toetsingsbureau worden ingeschakeld.
- Bewijs bewuste misleiding > Indien komst vast te staan dat sprake is van bewuste misleiding (en de diploma(‘s) aldus niet geldig zijn), kan dat leiden tot ontslag op staande voet of een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daar gaan we hieronder op in.
Bij werknemers in loondienst: hoe te handelen bij diplomafraude?
Indien sprake is van vervalsing van het diploma, is, vanuit de zorgplicht die op de werkgever rust én de plicht om goede zorg te verlenen, vaak een passende stap om arbeidsrechtelijke maatregelen te treffen. Er zijn twee mogelijke routes bij een werknemer in loondienst.
1. Ontslag op staande voet
Fraude kan een reden vormen om een werknemer op staande voet te ontslaan. Let wel, dit kan zo zijn. Ontslag op staande voet is zeer vergaand en hier kunnen, indien een werknemer zich met succes tot een rechter zou wenden, nadelige financiële consequenties voor de werkgever aan verbonden zijn. Het is dan ook goed om hier heel zorgvuldig mee om te gaan en goed na te gaan of voldaan is aan de vereisten voor ontslag op staande voet. Dat is niet snel het geval, zo volgt uit de rechtspraak.
Een van de eisen voor ontslag op staande voet is dat er is sprake van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Daaronder wordt in de jurisprudentie in bepaalde gevallen ook fraude verstaan. Daarbij is het wel van belang dat een werknemer afdoende is gewaarschuwd en dat er voldoende bewijsmateriaal is verzameld / onderzoek is gedaan naar de fraude. Ook moet het ontslag onverwijld (zo snel mogelijk) na de ontdekking van de fraude plaatsvinden.
Er is de nodige jurisprudentie over het inzetten van zorgmedewerkers die frauderen met diploma’s. Zo oordeelde het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak relatief mild over het ontbreken van een diploma en kon het ontslag op staande voet geen stand houden:
In deze zaak had de werkgever een medewerker op staande voet ontslagen, omdat deze niet eerlijk was geweest over het ontbreken van een diploma voor de betreffende functie. Het gerechtshof oordeelde dat, ondanks het feit dat de werknemer onjuiste informatie heeft verstrekt over het beschikken over een bepaald diploma, er geen sprake was van een dringende reden. Deze persoon heeft gehandeld in het belang van de cliënten en is niet onbekwaam gebleken voor de functie. Ook het tijdsverloop wordt meegewogen: er heeft pas enkele maanden nadat de werkgever erachter kwam dat de werknemer niet over het diploma beschikte een ontslag plaatsgevonden.
2. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Indien er twijfels bestaan over de vraag of een ontslag op staande voet van een werknemer in loondienst op zijn plaats is, kan er ook voor worden gekozen een ontbindingsverzoek in te dienen bij de kantonrechter. Door vervalsing van het diploma, heeft de werknemer namelijk verwijtbaar gehandeld, waardoor van een werkgever niet kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. Daarnaast kan een dergelijke situatie ook zorgen voor een ‘verstoorde arbeidsrelatie’, hetgeen ook een ontbindingsgrond vormt.
Goed om op te merken is dat zorgvuldig moet worden gehandeld. Indien sprake is van een werknemer die al jarenlang werkzaam is, zal het lastiger zijn maatregelen te nemen. Afhankelijk van de functie (en vereiste diploma’s), zal het ontbindingsverzoek meer of minder kans van slagen hebben.
Bij zzp’ers: beëindiging van overeenkomst van opdracht
Indien een zorgorganisatie geen werkgever, maar een opdrachtgever is, dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst, maar van een overeenkomst van opdracht. Voor opdrachtgevers geldt dat in geval van vervalsing van het diploma, eveneens vanuit de plicht om goede zorg te verlenen, een passende stap kan zijn de beëindiging van de overeenkomst van opdracht indien sprake is van een zzp’er. Afhankelijk van de inhoud van de overeenkomst van opdracht, kunnen maatregelen worden getroffen. Gedacht kan worden aan (directe) beëindiging, een waarschuwing of een schorsing. Het is raadzaam de inhoud van de overeenkomst er zorgvuldig op na te slaan, om te bezien welke stappen kunnen worden genomen.
In veel overeenkomsten van opdracht die wij zien is opgenomen dat de opdrachtgever bij beëindiging van de overeenkomst van opdracht de schade op de zzp’er kan verhalen, die de opdrachtgever als gevolg van de beëindiging van de overeenkomst van opdracht lijdt. Denk aan eventuele gederfde winsten van de opdrachtgever en kosten om op stel en sprong een andere zorgverlener in te roosteren. Daarnaast kan worden gedacht aan een bepaling waaruit volgt dat de opdrachtgever eventuele onderzoekskosten op de zzp’er kan verhalen, indien uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een vervalst diploma.
Bij zowel werknemer als zzp’er: doe melding bij de IGJ
Zorgorganisaties in de zorg worden door de IGJ aangemoedigd om valse documenten van sollicitanten en medewerkers te melden bij de IGJ en het Openbaar Ministerie. Dit kan leiden tot vervolging voor een strafbaar feit, zoals wij hieronder nog uitwerken. De IGJ kan zorgaanbieders adviseren over de juiste stappen en kan in sommige gevallen zelf onderzoek doen. Deze melding kan worden gedaan bij het Knooppunt Zorgfraude. Dat de IGJ het doen van een melding aanmoedigt, maakt nog niet dat daartoe ook een wettelijke plicht bestaat. Daarvoor geldt het volgende.
In artikel 11 van de Wkkgz is neergelegd dat zorgaanbieders in bepaalde gevallen verplicht zijn een melding te doen bij de IGJ. Van de volgende gevallen dient een melding te worden gedaan bij de IGJ:
“a.iedere calamiteit die bij de zorgverlening heeft plaatsgevonden;
b.geweld in de zorgrelatie;
c.de opzegging, ontbinding of niet-voortzetting van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, met een zorgverlener op grond van zijn oordeel dat de zorgverlener ernstig is tekort geschoten in zijn functioneren.”
Indien de arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht wordt ontbonden of opgezegd (al dan niet ontslag), is het de vraag het bij het vervalsen van een diploma gaat om disfunctioneren. Strikt genomen kan worden gesteld dat daarvan geen sprake is, indien de zorgmedewerker zonder passend diploma goed functioneerde tijdens diens werkzaamheden. Aan de hand van artikel 8.12 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wkkgz en de door de IGJ gegeven toelichting op artikel 11 Wkkgz, wordt duidelijk dat het aan de werkgever is een beoordeling te maken of sprake is van ernstig tekortschieten in iemands disfunctioneren, maar dat daarvan in ieder geval sprake is indien:
“sprake is van een situatie die voor de veiligheid van cliënten of de zorg een ernstige bedreiging kan betekenen”.
Voorstelbaar is dat werkzaam zijn terwijl daarvoor geen geldig diploma aanwezig is, zeker in de zorg waarbij de gezondheid van cliënten op het spel staat, een gevaar kán opleveren voor de veiligheid van de zorg / cliënten. Deze situatie wordt echter niet als zodanig benoemd in de rechtspraak en/of wetsgeschiedenis, waardoor niet duidelijk is of zonder geldig diploma altijd ‘automatisch’ sprake is van een situatie die een ernstige bedreiging voor de veiligheid kan betekenen. Wij kunnen ons voorstellen dat hier in veel gevallen echter wel sprake van zal zijn, zoals bijvoorbeeld ook bleek uit het onderzoek van RTL waarbij duidelijk werd dat zorgverleners zonder juist diploma YouTube-video’s nodig hadden om de zorg te kunnen verlenen. Verder is bekend dat de IGJ steeds meer tips en/of meldingen binnenkrijgt over diplomafraude, nu de IGJ cijfers hierover bekend maakt (zie o.a. dit bericht). Het is uiteindelijk aan zorgorganisaties zelf een inschatting te maken of er sprake is van disfunctioneren.
Goed om op te merken is dat, indien zorgorganisaties op grond van de Wkkgz een meldplicht hebben, deze melding binnen drie werkdagen dient te worden gedaan nadat duidelijk is geworden dat een zorgmedeweker gaat vertrekken of nadat de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
Welke verantwoordelijkheid heb jij als zorgprofessional?
Hoe dien jij te handelen als je een collega werknemer of zzp’er niet vertrouwt? Zoals gebleken is in dit artikel, is de ontdekking (of het vermoeden) dat een collega werkzaam is met een vals diploma is niet alleen een schending van de (straf)wet, maar kan dit ook de veiligheid van patiënten en de integriteit van de zorgorganisatie in gevaar brengen. Het is belangrijk dat werknemers en zzp’ers van zorgorganisaties weten welke mogelijkheden zij hebben, wanneer ze een vals diploma vermoeden of ontdekken. Hieronder geven wij de stappen weer.
1. Behoud vertrouwelijkheid en objectiviteit. Wanneer iemand vermoedt dat een collega met een vals diploma werkzaam is, is het belangrijk om de bevindingen discreet en zorgvuldig te behandelen. Het gaat hierbij om ernstige beschuldigingen, en onterecht beschuldigen kan schadelijk zijn voor zowel de betrokken collega als de organisatie. Het is essentieel om objectief te blijven en eerst concrete feiten te verzamelen. Vertrouwelijkheid is daarbij zeer belangrijk. Vermijd het bespreken van vermoedens met andere collega’s voordat de verdere stappen zijn gevolgd.
2. Neem contact op met de juiste personen binnen de organisatie. De eerste stap bij het melden van een vermoedelijk vals diploma is het melden aan een leidinggevende of een verantwoordelijk persoon binnen de zorgorganisatie. Gedacht kan worden aan een vertrouwenspersoon of een manager. Zorg ervoor dat je alle feiten en eventuele bewijsstukken duidelijk communiceert. Ook is het belangrijk om na te gaan of de organisatie interne procedures en/of richtlijnen heeft voor het omgaan met dit soort situaties. Denk aan een meldingsplicht bij onregelmatigheden in diploma’s of een meldingsformulier voor frauduleus gedrag. Het is belangrijk deze protocollen te volgen.
3. Overweeg een melding bij de IGJ. Dan is van belang om na te gaan of, naast het afgeven van een signaal binnen de organisatie, moet worden overgegaan tot het doen van een externe melding. Op grond van de wet bestaat er geen meldplicht voor zorgmedewerkers die werkzaam zijn voor een zorgorganisatie. De meldplicht op grond van artikel 11 Wkkgz geldt namelijk enkel voor zorgaanbieders in de zin van de Wkkgz.
Indien het vermoeden bestaat dat de kwaliteit van zorg in het geding is, kan daarover een melding worden gedaan bij het Landelijk Meldpunt Zorg van de IGJ. Deze melding kan ook anoniem worden gedaan. Het is goed om zorgvuldig na te gaan of over moet worden gegaan tot het doen van een melding. Indien de plicht tot het melden op de zorgorganisatie rust, kan het ook verstandig zijn de afweging aan de organisatie over te laten.
Wat zijn de strafrechtelijke consequenties van diplomafraude?
In de zorg werken zonder diploma is uiteraard niet per definitie ‘fout’ of strafbaar. Diplomafraude is dat echter wel. Denk aan personen die een diploma vervalsen, kopiëren of namaken. Ook het kopen van een vals diploma en dat gebruiken om een baan te verkrijgen, is strafbaar. In onze praktijk zien wij bijvoorbeeld regelmatig dat diploma’s gekopieerd worden en enkel de naam van de persoon wordt gewijzigd, zodat het erop lijkt alsof de persoon in kwestie het diploma zelf heeft behaald. Dat kan gekwalificeerd worden als diplomafraude.
Diplomafraude is strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. In de praktijk kunnen ‘zorgverleners’ ook daadwerkelijk strafrechtelijk worden vervolgd voor het werken met valse diploma’s. Een voorbeeld is een uitspraak uit 2024 van de Rechtbank Gelderland. Uit de betreffende uitspraak blijkt dat een vrouw een zorginstelling én een bemiddelingsbureau had opgelicht door zich voor te doen als verzorgende IG, door een vals diploma te verstrekken en vervolgens op basis daarvan aan het werk te gaan in zorginstellingen. De vrouw, die daarnaast zich ook schuldig had gemaakt aan diefstal van geld en sieraden van bewoners, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.
Door zorgorganisaties kan hier dus – naast bovengenoemde stappen – ook aangifte van worden gedaan bij de politie.
Tot slot
In dit artikel is uitgebreid stilgestaan bij de situatie dat sprake is van (een vermoeden van) vervalsing van diploma’s van zorgmedewerkers, zowel in de situatie waarin sprake is van personeel in loondienst als van zorgverleners die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht. Zo zijn de op de zorgorganisatie rustende verantwoordelijkheid en daaruit voortvloeiende te nemen stappen in kaart gebracht, zoals het verrichten van onderzoek, het eventueel nemen van (arbeidsrechtelijke) maatregelen of het doen van een melding bij de IGJ. Ook is stilgestaan bij de mogelijkheden van collega’s, die constateren dat mogelijk sprake is van een vervalst diploma. Tot slot is stilgestaan bij de mogelijke strafrechtelijke consequenties van diplomafraude.