Personeelstekort, hoge werkdruk en toenemend verzuim. De meeste zorgprofessionals zien het wekelijks voorbijkomen en hebben er dagelijks mee te maken. De structurele problemen in de zorg nemen verder toe door een terugtrekkende beweging van zorgorganisaties die uit angst besluiten om minder zzp’ers in te zetten. Zzp’ers keren nauwelijks terug in loondienst en als dat wel gebeurt, levert dat een nieuw knelpunt op: loondienstconstructies bieden onvoldoende flexibiliteit om aan te sluiten bij de behoeften van cliënten en patiënten. In dit artikel mijn ervaringen uit de praktijk.
De praktijk botst met de regels
Sommige zzp’ers hebben de overstap gemaakt naar het loondienstverband. Lang niet altijd vanwege de onduidelijkheid rondom schijnzelfstandigheid, maar ook omdat dit beter past in hun levensfase. Toch merken deze ex-zzp’ers dat ze in loondienst minder mogen betekenen in bijvoorbeeld piekmomenten of bij ziekteverzuim. Zo bereikte mij deze week de casus van een oud-zzp’er die wilde bijspringen tijdens verzuim van een collega, maar werd begrensd door de arbeidstijdenwet.
“Nu moeten wij jou houden aan de rusttijden” kreeg deze zorgprofessional van de werkgever te horen.
De loondienstconstructie is strak, terwijl de zorgvraag onvoorspelbaar is. Met de huidige tekorten op de arbeidsmarkt en de verminderde inhuur van zzp’ers, neemt de druk op het rooster verder toe. De gaten die ontstaan blijken lang niet altijd in te vullen, ook als de professional dit wel zou willen.
De praktijk: NORO-virus eist alle hens aan dek
Uitval van collega’s is één. De uitbraak van een onvoorziene situatie is een tweede. Door het rondgaan een virus op een afdeling, wordt alles ontregelt. Neem het NORO-virus. Zeer besmettelijk en levensgevaarlijk voor cliënten op leeftijd. In zo’n geval moet alles op alles gezet worden om verspreiding te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat maar een beperkt aantal zorgverleners op zo’n afdeling mag werken. Die medewerkers lopen meer risico om zelf ziek te worden en vallen vervolgens mogelijk ook uit. Juist dan is er extra inzet nodig, maar daar worden steeds meer belemmeringen voor opgetrokken.
Nuluren contracten worden afgeschaft, zzp inhuur afgebouwd, uitzenden is te duur en het maximum van een min/max contract mag niet teveel oplopen. Voor mijn collega’s in vaste dienst wordt het ondoenlijk op deze manier. De beschikbaarheid van extra collega’s is er, maar hun inzet wordt onmogelijk gemaakt.
De cyclus van verzuim: flexibel vermogen verdwijnt
De combinatie van terughoudendheid in het inzetten van zzp’ers en de beperkingen binnen loondienstconstructies veroorzaakt een nieuw knelpunt dat het personeelstekort stimuleert. Doordat zzp’ers minder worden ingezet, neemt de werkdruk toe voor het vaste team. Met een toenemende werkdruk stijgt het verzuim. Vervolgens is er minder ruimte binnen het vaste team om flexibel op te schalen. Extra flexinzet wordt belemmerd. Het resultaat: we belanden in een vicieuze cirkel van verzuim. Werkdruk -> verzuim -> beperking van flexibele inzet -> nóg meer werkdruk. Op deze manier escaleert het personeelstekort verder.
Regionaal werkgeverschap als oplossing?
Regionale werkgeverschapsinitiatieven zoals platform B!NC presenteren zich als een flexibel alternatief voor het zzp-schap. Jij bepaalt zelf wanneer en waar je werkt, maar hoe realistisch is dat? In de praktijk blijven de gebruikelijke loondienstbeperkingen zoals de arbeidstijdenwet gewoon van kracht. Want de CAO geldt ook hier. Juridisch loondienst betekent ook juridische grenzen. Het gedeelte van de regionale flexpool waarbij een zorgprofessional zelf bepaalt waar en wanneer die werkt, ‘voelt’ wellicht als zzp, maar functioneert juridisch totaal anders. Dit is ook de voornaamste reden waarom dit soort constructies niet heel populair geworden zijn tot nu toe. Werken zoveel en wanneer je wil, is juist één van de meest aantrekkelijke eigenschappen van het zelfstandig ondernemerschap.
Zonder structurele herziening geen oplossing
De zorg heeft dringend behoefte aan flexibel inzetbare capaciteit. Niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk. Zolang regels het flexibel bijspringen beperken, of dat nu in loondienst is of als zzp’er, blijft het personeelstekort oplopen bovenop het al bestaande tekort. De afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden hoe ver politiek en zorgbestuurders afstaan van de dagelijkse zorgpraktijk. De zorg schreeuwt om vakbekwame zorgprofessionals, maar regelgeving belemmert in alle werkvormen de benodigde realistische flexibiliteit. De aandacht ligt veel te veel op juridische constructies, en te weinig op waar het écht nodig is en waar het écht wordt gevoeld.
Het maakt niet uit hoe je werkt, als je maar werkt
We hebben zorgprofessionals die willen en kunnen werken. Maar ze mogen het niet. Dat is onacceptabel. Beleidsmakers die dat voor elkaar krijgen, schieten in mijn ogen ernstig tekort. Iedere dag werk ik samen met gekwalificeerde vaste zorgcollega’s die, ondanks de storm van werkdruk, verzuim en toenemende tekorten, keihard hun best doen om de best mogelijke zorg te leveren. Ook zij weten dat er aan de ‘zijlijn’ vakbekwame mensen klaarstaan om bij te springen, maar worden tegengehouden. Door onnodig beperkende, foutieve zzp-campagnes aan de ene kant en begrenzende loondienstconstructies aan de andere kant. Het is niet te begrijpen. Loondienst alleen lost het personeelstekort in de zorg niet op, want het maakt de inzet inflexibel. En als niemand meer mag bijspringen, wie doet het dan nog? En tegen welke prijs?