Zorgprofessionals werken vanuit een moreel kompas, maar het zorgstelsel belemmert hen om volgens dat kompas te handelen. Daardoor ontstaat er een conflict tussen professionele waarden en de werkdruk in de praktijk. Werken in de zorg wordt onhoudbaar omdat die werkdruk precies belemmert wat zorgprofessionals drijft: het morele kompas.
Zorg verlenen gaat over verantwoording dragen over een ander
Voor zorgprofessionals is het geven van zorg een relationele opdracht, zo laat het rapport ‘Ik kom zo bij U’ goed zien. Zorg verlenen gaat over jezelf verbinden met een ander, via aandacht en nabijheid. Zorgprofessionals dragen verantwoordelijkheid voor een ander en die ander is links- of rechtsom, afhankelijk van de geboden zorg. Door aanwezig te zijn, krijgt het vak betekenis. Je draagt bij aan kwaliteit van leven en dat is niet hetzelfde als het verrichten van handelingen of zorgtaken. Het CEG laat in dit rapport zien dat dit professionele morele kompas niet zomaar een persoonlijke voorkeur is, maar de morele basis is waarop goede zorg rust.
Goede zorg verlenen verloopt in 5 fasen
Hoe de structuur voor goede zorg ontstaat, is wetenschappelijk aangetoond via de ‘vijf fasen van Tronto’. Goede zorg werkt alleen voor de zorgprofessional als alle vijf fasen doorlopen worden.
- Het signaleren van zorgbehoefte;
- Verantwoordelijkheid nemen;
- De zorg daadwerkelijk uitvoeren;
- Reageren op hoe de zorg ontvangen wordt;
- Gezamenlijk zorgen dat zorg structureel rechtvaardig en uitvoerbaar blijft.
Deze vijf fasen bepalen de ruggengraat van professioneel handelen in de zorg. Het CEG laat zien dat deze cyclus in de dagelijkse praktijk steeds vaker wordt onderbroken.
Werkdruk belemmert de 5 fasen van Tronto
Tijdgebrek, wisselende bezetting, het ontbreken van deskundigheid en organisatorische problemen maken dat zorgprofessionals fasen van Tronto moeten overslaan of afbreken. Daarmee raakt het fundament van het werken in de zorg verstoord. Het rapport laat zien dat zorgprofessionals hun vak niet meer op een integere manier kunnen uitoefenen. Ze worden gedwongen om keuzes te maken die in gaan tegen hun waarden. Daardoor wordt het niet het vak zelf, maar het werken als zorgprofessional onhoudbaar. In het rapport staan 15 veelal schrijnende en herkenbare casuistieken uit de praktijk. Hieronder het voorbeeld van Ana.
Het zorgstelsel zelf kiest niet, dus de zorgprofessional mag het oplossen
Zorgprofessionals worden dagelijks geconfronteerd met onmogelijke dilemma’s, omdat het ziekmakende zorgstelsel niet wordt gewijzigd. Sterker nog, er kan bezuinigd worden, zo is de gedachte. Het kan allemaal efficiënter, zo zeggen adviseurs. De beroepsvereniging voor zorgprofessionals huilt krokodillentranen, maar tekent ondertussen weer voor een nieuw Zorgakkoord. De gezondheidseconoom kletst in dezelfde week met politici over bezuinigen in de zorg, terwijl ‘de stelregel is dat moeilijke keuzes zo min mogelijk bij een individuele hulpverlener terecht mogen komen‘. De vakbond probeert zzp’ers eruit te drukken, terwijl vaste medewerkers daardoor nog verder onder druk komen te staan. Zorgverzekeraars praten over ‘passende zorg’, dat vooral een argument blijkt om te doen waar je zelf zin in hebt. De mensen die werken aan de zorg, zorgen vooral goed voor zichzelf. De mensen die werken in de zorg, mogen het zelf oplossen.
Welke client wel aandacht, veiligheid of zorg krijgt en wie niet, is inmiddels een individuele afweging. Schaarste aan tijd en schaarste aan collega’s maken het moreel onmogelijk om te voldoen aan de eigen professionele identiteit. Het morele kompas van zorgprofessionals geeft het vak glans, maar maakt werken in de zorg onhoudbaar. De uitkomst is vervolgens voorspelbaar.
Uitstroom is logisch, want moreel werken kan niet meer
Honderdduizenden zorgprofessionals zijn de afgelopen jaren ver voor hun pensioen uitgestroomd. Vooral jonge zorgprofessionals houden het steeds sneller voor gezien. De verborgen reserves zijn enorm. Mensen die opgeleid zijn voor de zorg, maar werkzaam zijn buiten de zorg. Een deel van de groep die uit het vaste dienstverband stroomt wordt zzp’er, gedreven door liefde voor het vak. Ook in die hoedanigheid is het tegen de stroom inzwemmen, maar dan werk je in ieder geval nog in de sector.
Nee, er is geen tekort aan zorgprofessionals. Er is een tekort aan zorgprofessionals die nog bereid zijn te werken in de zorg. Omdat ze niet anders kunnen dan werken vanuit moraliteit.
‘Goede zorg’ is wetgeving, maar selectief uitgewerkt
De kwaliteitswet Wkkgz schrijft voor dat er ‘goede zorg’ geboden moet worden aan cliënten en patiënten. “Goede zorg is zorg van goede kwaliteit en goed niveau, die veilig, doeltreffend en doelmatig is, patiëntgericht wordt verleend, aansluit bij de reële behoeften van de cliënt en voldoet aan de professionele standaard.” Wat er niet in de wet staat, is ‘hoe’ die zorg verleend moet worden door zorgprofessionals. Want ‘volgens de vijf fasen van Tronto’, bleek een te dure zin. De wereldwijde standaard voor goede zorg, geldt niet voor Nederland. Als de kwaliteitswet naast het resultaat van ‘goede zorg’, ook de randvoorwaarden voor die goede zorg had beschreven, dan hadden zorgprofessionals verder gekund. Dan was het faciliteren van zorgprofessionals de norm. Dat is nu niet het geval. Zorgprofessionals zijn aan de Goden overgeleverd.
