Zorgprofessionals met kleine contracten blijken het personeelstekort allang op te vangen door structureel extra uren te werken, terwijl overheidsbeleid diezelfde kleine contracten jarenlang als ‘onbenut arbeidspotentieel’ heeft gelabeld. Als de zorg al langer afhankelijk is van al die uren boven het contract, dan hebben we geen verborgen arbeidsreserve, maar een verborgen personeelstekort.
Het ‘potentieel’ is al aan het werk
Enkele weken geleden schreven we dat het programma ‘Het Potentieel Pakken’ ermee stopt. Hun eindrapport wijst vooral op de werking van zorg- en huurtoeslagen, die meer contracturen financieel niet interessant maken. We voegden daar zelf de loonkloof uit 1999 aan toe en het feit dat het salaris in de zorg sowieso al flink achterloopt. Dus dat extra werken weinig interessant is. Dit bleek niet het hele verhaal.
Nadat we een filmpje op social media hierover lieten zien, stroomden de reacties binnen. Zorgprofessionals werken structureel boven hun contracturen en zijn dus eigenlijk al binnen hun volledige ‘potentieel’ aan het werk. Het blijkt dat zorgmedewerkers voortdurend door de planners worden gevraagd extra te werken. Zij doen dit meestal al jaren. Sterker nog, er is juist terughoudendheid om een groter contract te nemen omdat overwerken de norm geworden is.
“Ik werk 25 uur per week, maar werk al 2 jaar structureel 30 uur. Zou ik een contract van 30 uur nemen dan verwachten ze dat ik er 35 kom.” – reactie op social media.
‘Contracturen’ blijken iets heel anders dan ‘gewerkte uren’
Onder onze video’s over diverse social media heen ontstaat het beeld dat de contracturen weinig meer zeggen over de daadwerkelijke inzet. Vaste medewerkers werken volgens een zorgprofessional “al boven hun contracturen”, dus hoezo moet ‘het potentieel’ nog ‘gepakt’ worden? Medewerkers met een deeltijdcontract draaien extra diensten, springen in bij ziekte en gaten in het rooster en werken vaak structureel uren boven hun contract. Niet een enkele drukke maand, maar volgens sommigen al jarenlang.
De omvang van het part-time contract houden zoals het is, is een coping mechanisme geworden. Iemand schrijft dat fulltime werken in de zorg lichamelijk en geestelijk niet vol te houden is. “Nu een jaar op 36 uur. Regelmatig een extra dag in het weekend moeten pakken omdat ik anders niet aan mijn uren kom of 8 diensten achter elkaar moet werken. Ik ga weer terug naar 32 uur.” Een veel gehoord probleem is het moeten werken van veel korte diensten achter elkaar om aan je contracturen te komen. Iemand schrijft dat 30 contracturen door korte diensten over zoveel dagen worden uitgesmeerd dat zij “7 dagen [zou] moeten werken om aan mijn 30 uur per week te komen.”
Een ander beschrijft hoe zij met een contract van slechts 24 uur al acht (!) diensten in één week draaide, waaronder een dubbele dienst. Weer een ander vertelt dat een contract van 28 uur sowieso vijf werkdagen per week betekende. Dit leidt vervolgens tot problemen met de veelgehoorde werk- en privé balans die dan in andere onderzoeken weer naar voren komt. Over de honderden reacties heen zien we hetzelfde mechanisme: contracturen hebben weinig relatie meer met het daadwerkelijk aantal gewerkte uren en overwerken is voor veel zorgmedewerkers de norm geworden. Sinds de samenwerking met zzp’ers halsoverkop werd opgezegd is de druk op vaste zorgmedewerkers extra opgelopen.
Hoe is het mogelijk dat de inzet van ‘onbenut potentieel’ een heel programma werd voor het ministerie van VWS?
Het ‘potentieel benutten’ als oplossing voor de arbeidsmarkt
Nadat de adviseurs van McKinsey in 2018 hadden berekend dat de toenmalige personeelstekorten in de zorg in theorie opgelost zouden kunnen worden als ‘alle deeltijdwerkende zorgmedewerkers één uur per week extra zouden werken‘, ging dit beeld een eigen leven leiden. Daarmee werd het ‘onbenutte potentieel’ van deeltijdwerkers een ‘oplossing’ voor de krapte op de arbeidsmarkt. Stichting Het Potentieel Pakken (HPP) werd opgericht, bestuurd door één van de adviseurs uit datzelfde McKinsey rapport. Zij zou onderzoeken hoe grotere contracten mogelijk gemaakt konden worden.
Na enkele ‘proeftuinen’ besloot het ministerie van VWS de aanpak van HPP vanaf 2021 landelijk uit te rollen. Daar werd € 7,2 miljoen subsidie voor beschikbaar gesteld. Het programma Contractuitbreiding in de Zorg liep uiteindelijk tot eind 2024. Volgens de cijfers werden bij vijftig zorgorganisaties zo’n 13.500 medewerkers bereikt. Er werden 7.500 enquêtes ingevuld, zo’n 350 ‘dialoogsessies’ met medewerkers gehouden en 240 ‘roostersessies’ georganiseerd.
Ook werden er resultaten gepubliceerd. Nog geen 10% van de zorgmedewerkers met een parttime contract, breidden hun contracturen uit aan de hand van de proeftuinen. In de gepubliceerde resultaten werd echter niet duidelijk hoeveel van die contractuitbreiding ook daadwerkelijk extra gewerkte uren opleverde voor de zorgsector. Hoeveel van die contractuitbreiding was al de praktijk voor zorgmedewerkers? Met al die dialoogsessies kan het HPP toch niet ontgaan zijn dat parttimers structureel overwerkten?
Toch bleef VWS de gerealiseerde contractuitbreiding als resultaat van het programma rapporteren. In een Kamerbrief uit 2026 staat wederom dat “organisaties gemiddeld 9% contractuitbreiding realiseerden: 4,7 uur per week extra per medewerker.” Jarenlang werd er hoopvol gerekend met het ‘onbenut potentieel’ als oplossing voor de arbeidsmarkt. “Vier op de tien zorgmedewerkers zouden onder voorwaarden meer willen werken”, zo werd gesteld. Op die manier werd contractuitbreiding een resultaat van het programma. Er werd niet onderzocht of deze zorgmedewerkers daadwerkelijk meer uren werkten, of simpelweg een groter contract kregen met de uren die zij al werkten in de praktijk.
Structureel overwerk zonder contractuitbreiding
Als je 24 contracturen op papier ziet staan, kun je 6 extra contracturen als ‘onbenut potentieel’ beschouwen en optellen bij de ‘verborgen reserve’. Maar als die medewerker al twee jaar 30 uur werkt, dan zijn die 6 uur extra helemaal niet onbenut. Ze houden het rooster nú al overeind en de personele tekorten zijn dan dus inclusief ‘het potentieel’.
In 2018 kreeg het ministerie van VWS al kritische vragen over dat onbenutte potentieel van ‘dat ene uur’ extra. PVV’er Agema gaf toen al aan dat “vier op de tien medewerkers al heel veel meer uren extra werken dan dat ene uurtje”. Een CDA Kamerlid stelde dat “heel veel mensen bewust kiezen voor een parttime dienstverband en nu al veel overuren maken”. Hoe groot zou het personeelstekort werkelijk zijn als zorgmedewerkers alleen nog hun contracturen zouden werken?
Het verborgen potentieel overbelasten
Terwijl de overheid jarenlang ‘Het Potentieel Pakken’ als oplossingsrichting bleef presenteren, liet de praktijk een andere ontwikkeling zien. Het potentieel werd al benut. Zorgmedewerkers vertellen dat zij al jaren boven hun contract werken om ziekte, vacatures en gaten in het rooster op te vangen. Als je het ze vraagt.
Het Integraal Zorgakkoord uit 2022 noemde zorgprofessionals “het kapitaal van de zorg” en stelde dat zij moeten worden behouden voor de zorg. Het akkoord erkende de hoge werkdruk en koppelde goed werkgeverschap aan “hersteltijd, de werk-privébalans, werkplezier en behoud”. Ook moesten zorgprofessionals “vertrouwen, professionele ruimte en autonomie” krijgen, om in diezelfde alinea te lezen dat zorgmedewerkers ook moeten worden aangemoedigd om méér uren te werken.
Had ‘méér uren werken’ een doel mogen zijn als je zuinig bent op zorgprofessionals? Want dat onbenutte potentieel was al ‘meer uren’ aan het werk, onder druk van de tekorten. Onder onze video’s vertellen zorgmedewerkers anno 2026 dat 25 contacturen nog steeds 30 uur worden in de praktijk en dat een fulltime contract niet te doen is. Terwijl ‘passende zorg’ al jaren suggereert het zorgpersoneel als ‘kapitaal’ te zien, werd er jarenlang juist op méér uren ingezet bij professionals die het tekort al opvingen met overuren.
De vraag is niet hoeveel potentieel er nog ‘gepakt’ kan worden. De vraag is hoeveel van het gesuggereerde onbenutte potentieel al jaren wordt ingezet om de roosters rond te krijgen. Als zorgmedewerkers structureel boven hun contract moeten werken om het huidige niveau van zorg overeind te houden, dan hebben we het niet over een verborgen arbeidsreserve. Dan hebben we het over een verborgen personeelstekort.