Een recent verschenen rapport van het HCSS laat zien hoe de voedingsbodem voor wantrouwen in de samenleving precies werkt. Doordat een brede middengroep het vertrouwen in overheid en instituties verliest, ontstaat er maatschappelijke onrust op dossiers waar het beleid onrechtvaardig is. Op precies dat punt schuift het dossier schijnzelfstandigheid steeds verder naar voren.
Schijnzelfstandigheid als nieuw dossier van wantrouwen
De aanpak schijnzelfstandigheid ontwikkelt zich steeds verder tot het volgende grote dossier van wantrouwen. Alle ingrediënten zijn aanwezig als je het dossier koppelt aan de bevindingen van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Wanneer wordt beleid van de overheid door de samenleving gewantrouwd? Als een aanpak verstrekkende gevolgen heeft, een overheid die gevolgen ontkent en het een onderwerp betreft dat honderdduizenden mensen diep raakt. Precies die drie voorwaarden zijn in dit dossier inmiddels zichtbaar, zonder dat er duidelijkheid bestaat over het probleem dat de overheid zegt te bestrijden. Feiten over de omvang, de aard van het probleem en de plek van het probleem zijn namelijk afwezig.
HCSS: wantrouwen richting overheid en instituties groeit
Deze week geeft een rapport van het HCSS aan dat een aanzienlijk deel van de bevolking gelooft dat de overheid niet in hun belang handelt. Zo’n 30 tot 40 procent van de Nederlanders onderschrijft de stelling dat ‘de overheid vooral aan zichzelf denkt‘ of ‘burgers inzet als middel in plaats van doel‘. Dit wil zeggen dat een brede middengroep de intenties van de overheid simpelweg niet meer vertrouwt. Een vergelijkbaar percentage twijfelt openlijk aan de betrouwbaarheid van ministeries, uitvoeringsorganisaties en publieke instituten. De rode draad wordt daarmee dat steeds meer burgers ervaren dat zij ten dienste staan van de overheid, in plaats van andersom.
In het dossier schijnzelfstandigheid was er onlangs weer een nieuw voorbeeld van ontkenning door de overheid.
Ministeries ontkennen gevolgen schijnzelfstandigheid
Een maand geleden geven de ministeries van Sociale Zaken en Financiën gezamenlijk aan dat “er geen signalen bekend zijn dat de handhavingsstrategie van de Belastingdienst leidt tot ontwrichtende en onwenselijke gevolgen.” In dit geval streepte het UWV zzp verzekeringsartsen door, omdat die schijnzelfstandig zouden zijn. Ja, dat heeft “impact op het aantal mensen dat te lang wacht op een sociaal-medische beoordeling”. Voor deze ministeries zijn zzp opdrachten die verdwijnen, opdrachtgevers die in onzekerheid zitten en oplopende wachtlijsten een non-issue. De problemen rondom schijnzelfstandigheid bestaan niet en juist dit type institutionele ontkenning is volgens HCSS één van de krachtigste aanjagers van maatschappelijk wantrouwen.
Gebrek aan feiten over schijnzelfstandigheid is structureel
Het ontkennen van de negatieve gevolgen voor honderdduizenden zzp’ers en tienduizenden opdrachtgevers, tellen we op bij het bestaande gebrek aan feiten voor het overheidsbeleid. De minister van SZW bekende enkele weken geleden dat zij geen idee heeft over omvang of risicosectoren bij het dossier schijnzelfstandigheid.
- Wanneer er precies sprake is van schijnzelfstandigheid, is onbekend;
- Hoeveel schijnzelfstandigheid er is in Nederland, is onbekend;
- In welke sectoren schijnzelfstandigheid zit, is onbekend;
- Veel gevallen van schijnzelfstandigheid worden vastgesteld zonder onderzoek door de Belastingdienst.
“Wanneer complexe maatschappelijke vraagstukken worden benaderd zonder heldere definities, transparantie en feitelijke onderbouwing, ontstaat er ruimte voor speculatie, twijfel en wantrouwen.” – HCSS.
Overeenkomsten Toeslagenaffaire en Schijnzelfstandigheid
Het HCSS-rapport verwijst expliciet naar de Toeslagenaffaire als voorbeeld van wat er gebeurt wanneer beleid door ambtenaren klakkeloos wordt doorzet. In die affaire raakten uiteindelijk ongeveer 26.000 gezinnen in de knel. Dat aantal was voldoende om het vertrouwen in de overheid jarenlang te ondermijnen. De aanpak schijnzelfstandigheid raakt een veel grotere groep. Hoogleraar arbeidsmarkt Evert Verhulp voorspelde vorig jaar nog dat de helft van alle 1,3 miljoen zzp’ers schijnzelfstandig zou zijn. Zonder een definitie van schijnzelfstandigheid blijkt dat uit de lucht gegrepen, maar toch. Dat getal is nog buiten de organisaties die graag gebruik maken van zzp’ers, maar nu in onduidelijkheid verkeren.
Welke overeenkomsten zou je kunnen zien tussen Toeslagenaffaire en de anti-zzp aanpak?
✅ Ministeries en instituties ontkennen de schade;
✅ Handhaving door de Belastingdienst op basis van willekeur;
✅ Bureaucratische logica boven de menselijke maat;
✅ Dreigen met boetes om naleving op voorhand af te dwingen;
✅ Het afwentelen van risico’s op de burger zelf;
✅ Het ontbreken van feiten, data en context.
Ontkenning, instrumentele benadering, gebrek aan nuance en blind varen op systeemlogica. Je zou kunnen stellen dat deze bovenstaande punten niet alleen meer voor de Toeslagenaffaire gelden, maar ook voor de aanpak op schijnzelfstandigheid.
De burger als verdienmodel
Wat zou het motief van de ministeries en de polder instituties kunnen zijn om de aanpak schijnzelfstandigheid zo rigoureus door te willen zetten? Het NRC trapte vandaag af met een sprekend punt uit het HCSS rapport. Steeds meer burgers hebben het vermoeden dat de overheid financieel gedreven is over de rug van de burger. Eén op de drie Nederlanders ziet de overheid als winstbelust bedrijf. Meer dan de helft van de Nederlanders twijfelt eraan of de overheid überhaupt nog in hun belang handelt. Ruim één op de drie gelooft zelfs dat de overheid financieel voordeel nastreeft ten koste van de burger. De burger als verdienmodel zou je kunnen zien in het licht van schijnzelfstandigheid.
De angst voor handhaving, naheffingen en boetes moet de werkende dwingen in een dienstverband. Dat dienstverband is lucratief voor de overheid.
- Meer werknemers betekent meer loonheffing en premies;
- Minder zelfstandigen betekent minder fiscale aftrekposten;
- Strengere handhaving betekent meer dwang naar voldoen aan de wet.
Probleem is alleen dat je niet aan de wet kunt voldoen, omdat de wet niet concreet maakt hoe je aan de wet voldoet. Maar daar is een oplossing voor volgens de polder; kies voor het vaste dienstverband. Ondertussen brengt de onzekerheid op de arbeidsmarkt meer druk richting vaste contracten, wat veel geld oplevert. Een beleid zonder visie dus en zonder definities of data, maar mét veel financiële opbrengsten. Je zou ook hier kunnen concluderen dat een nieuw dossier van wantrouwen geboren is.
‘Solidaire’ arbeidsmarkt wordt wantrouwende samenleving
Het dossier schijnzelfstandigheid bevestigt de bestaande denklijn vanuit de polder en ministeries. Een terugkerend patroon van een overheid die via willekeur handhaaft zonder feiten en de gevolgen van haar aanpak negeert. Het beleid maakt grote groepen mensen onzeker in een samenleving waarin het vertrouwen al aantoonbaar onder druk staat. Het zijn signalen die elkaar versterken, niet opheffen. Door het verleden, wordt wantrouwen in het heden sneller geladen. Toch houden de instituties vast aan hun koers en stoomt het huidige ongrijpbare beleid op zzp inhuur door. Volgens de polder en politiek is het doel een ‘solidaire’ arbeidsmarkt, maar zij krijgt er een wantrouwende samenleving voor terug.