Het is niet toevallig dat zorgprofessionals steeds minder tijd hebben voor hun vak. Via passende zorg, zorgakkoorden en wetgeving wordt de beroepsnorm stap voor stap aangepast. ‘Goede zorg’ is niet langer het uitgangspunt. Waarom werken beroepsorganisaties mee aan de verschraling van het vak, terwijl zij zeggen het vak te vertegenwoordigen?
De praktijk: hoe het vak steeds minder ruimte krijgt
Zorgprofessionals zien het iedere dienst opnieuw gebeuren, in kleine symptomen die zich opstapelen. Minder tijd voor uitleg. Minder ruimte voor observatie. Minder aandacht voor preventie, begeleiding of gewoon even écht aanwezig zijn bij een bewoner of patiënt. De praktijk gaat steeds meer over snelheid, doorstroom, productie en basiszorg.
Zorgprofessionals merken al jaren dat hun vak smaller wordt. Ze leveren nog wel zorg, maar oefenen steeds minder het vak uit waar ze voor zijn opgeleid. De verpleegkundige die ooit leerde klinisch te redeneren, signaleren, begeleiden en een relatie op te bouwen, merkt dat daar in de praktijk steeds minder ruimte voor overblijft. Het werk wordt vooral functioneler, taakgerichter en efficiënter. Technisch klopt de zorg misschien nog wel, maar voor veel professionals voelt het steeds minder als goede zorg. Het is een voorname reden waarom zorgprofessionals flexibiliseren. Ze willen terug naar het vak.
De versmalling van het vak is een beleidskeuze
Veel zorgprofessionals denken dat het vak niet uit kunnen oefenen vooral te maken heeft met personeelstekorten, hoge werkdruk of een gebrek aan collega’s. Alhoewel dat onderdeel is van het probleem, wordt vaak een belangrijk punt overgeslagen. Dat professionals steeds minder toekomen aan hun vak is namelijk een logisch gevolg van beleid. Al jarenlang wordt het vak versmald via begrippen zoals ‘doelmatigheid’, ‘passende zorg’, ‘zelfredzaamheid’, ‘arbeidsbesparende maatregelen’ en het ‘terugdringen van de zorgvraag’.
“Niet alles wat kan, hoeft en niet altijd hoeft zorg te worden geleverd.” – Integraal Zorgakkoord, 2022
In de praktijk leidt dit beleid tot kortere behandeltijden, sneller ontslag, minder ruimte voor preventie en steeds vaker terug naar alleen basiszorg. De professional merkt dat het drukker wordt, maar heeft vaak niet door dat de inhoud van het vak definitief is veranderd. Dat er steeds minder ruimte overblijft voor de professionele afweging waar iemand ooit voor werd opgeleid, is een gevolg van een bewust beleid. Besloten aan overlegtafels op afstand. De nieuwste benaming van dat beleid is ‘Passende zorg’.
Hoe ‘passende zorg’ stap voor stap meer ruimte innam
Via zorgakkoorden en wetgeving moet het proces van het verschralen van zorgberoepen definitief worden gemaakt. Hoe verliepen de afgelopen stappen?
IZA: minder zorgprofessionals = minder zorg
Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) uit 2022 werd ‘passende zorg’ definitief een begrip dat de ruimte bood om zorgverlening af te bouwen. Dit moeilijk bereikte zorgakkoord maakte van ‘passende zorg’ een doel voor het hele zorgstelsel. ‘Betaalbaarheid van zorg’, ‘arbeidsmarkt’ en ‘het terugdringen van zorgvraag’ werden handig vastgeklikt aan ‘passende zorg’.
“De zorgvraag moet worden teruggedrongen en de beschikbare arbeidscapaciteit moet zo doelmatig mogelijk worden ingezet.” Waarmee in feite werd afgesproken dat de hoeveelheid beschikbare zorg afhankelijk werd gemaakt van het aantal beschikbare professionals. De zorgplicht naar de burger stond sindsdien niet langer centraal en de professional is aan zet. “Van zorgprofessionals vraagt dit een beweging naar gepast gebruik, passende zorg en het anders organiseren van werk.” Wat gepast, passend en anders is moet je in de praktijk zelf ondervinden. De vraag is niet langer wat goede zorg is voor de individuele patiënt, maar wat nog verantwoord en haalbaar is binnen het zorgstelsel. Waarbij het accepteren van schaarste definitief beleid werd en de zorgplicht naar burgers door zorgverzekeraars werd versmald.
AZWA: minder zorg = de (beroeps)norm
Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) uit 2025 verdiepte die beweging verder. Vanaf dat moment werd passende zorg gekoppeld aan ‘arbeidsbesparing’, ‘beheersing van personeelstekorten’ en het ‘vrijspelen van arbeidscapaciteit’. Het akkoord spreekt letterlijk over het “inzetten van zorgmedewerkers op de meest effectieve zorg voor de meest urgente patiënten” en stelt dat professionele richtlijnen moeten bijdragen aan “passende zorg en de transitiedoelen.”
Zo wordt de beroepsnorm als instrument ingezet om de schaarste te bestrijden en komt dit beleidsdoel naast zuivere professionele zorg te staan. ‘Passende zorg’ werd een instrument om het arbeidsmarkttekort met tienduizenden medewerkers te laten dalen. Met minder beroepseisen hou je technisch gezien meer tijd over en dat betekent minder personele tekorten. Op papier. De beroepsnorm als duizend dingen doekje. Voor de praktijk betekent dit dat schaarste het nieuwe normaal is geworden en dat omgaan met die schaarste nu de ‘professionele standaard’ heet.
Wetgeving: ‘passende zorg’ als vrijbrief
Nog geen half jaar nadat het nieuwe kabinet aangetreden is, wordt een stille stelselwijziging als wetgeving gepresenteerd. Bijzonder als je beseft dat de zorg als onderwerp heel lang uit de verkiezingen werd gehouden als onderwerp. Na het aantreden van een nieuw kabinet liggen er echter kansen voor Zorgverzekeraars Nederland. ‘Passende zorg’ moet nu wetgeving worden. In Zorgvisie werd het kabinetsplan goed samengevat. Was ‘passende zorg’ is wordt nader bepaald, maar mag wel alvast een wet zijn. Daarnaast gaan “we de ruimte voor niet-passende zorg verkleinen.” Zoals het doorstrepen van ongecontracteerde zorg. Beroepsgroepen mogen via hun beroepsverenigingen laten zien hoe zij “duidelijker gaan normeren wat passende zorg is.” Je beroep uitoefenen zoals het ooit bedoeld is kan daardoor ‘niet passend’ genoemd worden. Want je houdt dan onvoldoende rekening met schaarste of het maatschappelijk belang.
Samengevat werd ‘passende zorg’ via het IZA richtinggevend gemaakt, via het AZWA verbouwd tot de alles-in-een oplossing en moet het nu wettelijk verankerd worden om het zorgstelsel weer ‘houdbaar’ te maken. Voor professionals betekent het iets anders. De beroepsnorm gaat niet meer over wat inhoudelijk goede zorg is, maar dat je bij je vak rekening moet houden of zorg nog maatschappelijk en financieel verantwoord is. Hoe je dat precies doet is onduidelijk.
Tekent jouw beroepsorganisatie voor het kleiner maken van jouw vak?
Terwijl verpleegkundigen, artsen en andere zorgverleners dagelijks ervaren dat hun vak smaller, taakgerichter en gehaaster wordt, tekenen hun eigen beroepsorganisaties mee aan de akkoorden die dat vak onder druk zetten. De “grootste beroepsvereniging van Nederland” Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) tekende zowel het Integraal Zorgakkoord als het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord mee, terwijl juist verzorgenden en verpleegkundigen al jaren aangeven dat zij onvoldoende tijd hebben voor het vak. Toch spreekt V&VN positief over ‘passende zorg’ en de ‘noodzakelijke transformatie van de zorg’. Waarmee ze laat zien zich niet te concentreren op het beroep, maar meebeslissen over het zorgstelsel. Dat blijkt belangrijker.
“De vereniging adviseert het ministerie, spreekt met Kamerleden en neemt deel aan landelijke overlegtafels. V&VN onderhandelt mee bij zorgakkoorden zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).” – V&VN webpagina ‘hoe V&VN zich sterk maakt voor jouw beroep‘
Ook de Federatie Medisch Specialisten (FMS) positioneert passende zorg als noodzakelijke beweging binnen de beroepsgroep en werkt actief mee aan richtlijnen, akkoorden en ‘gepast gebruik’. Huisartsenorganisaties zoals de LHV steunen ook de beweging naar ‘passende zorg’ terwijl juist huisartsen dagelijks aangeven dat de druk op het vak nauwelijks nog houdbaar is. Beroepsorganisaties die aan de ene kant suggereren de professionele standaard van het vak te willen bewaken, tekenen tegelijkertijd mee aan akkoorden die schaarste aan zorg onderdeel maken van die norm.
Onder druk wordt jouw beroepsnorm vloeibaar
Het is logisch dat veel zorgprofessionals zich vervreemd zijn gaan voelen van hun eigen vak. Omdat het zorgstelsel zichzelf niet wil hervormen, eindigt het probleem op de schouders van de mensen die het werk doen. De inhoud van het vak stap wordt stap afgepeld, met medewerking van de eigen beroepsorganisaties. Wat vroeger nog viel onder een beroepsnorm van ‘goede zorg’, kan inmiddels worden weggezet als ‘niet-doelmatig’, ‘niet-passend’ of ‘maatschappelijk niet houdbaar’.
De vraag welke rol beroepsorganisaties daarin spelen blijft onbesproken.
Wie gaf beroepsorganisaties het mandaat om namens professionals mee te tekenen voor het versmallen van de eigen professionele ruimte? Als jouw beroepsorganisatie keer op keer meetekent voor akkoorden die minder ruimte, minder tijd en minder professionele ruimte afdwingen, dan zijn zij niet bezig met het beschermen jouw vak. Aan tafel zitten bij beleidsmakers blijkt belangrijker dan het opnemen voor je eigen achterban. Hoe lang blijf jij nog aangesloten bij een beroepsorganisatie die meewerkt aan het kleiner maken van jouw beroep?
Lees ook: Wilt u een arts, of een zorgverlener?