Nadat zorgorganisaties jarenlang afhankelijk zijn geworden van externe zorgbureaus, proberen zij op allerlei manieren de regie over flex terug te pakken. De afgelopen anderhalf jaar is de urgentie op dit onderwerp fors toegenomen. De handhaving op schijnzelfstandigheid, gestegen kosten voor uitzenden en toegenomen personele krapte verbreden het aantal soorten flex initiatieven.
Zorgorganisaties willen eigen regie over inhuur flex
Zorgorganisaties zien graag dat zij zorgprofessionals flexibel in kunnen blijven zetten, maar zien ook dat zij daarbij afhankelijk zijn geworden van externe partijen. De ontwikkeling van eigen initiatieven speelt daarom al jaren. Overal ontstaan nieuwe concepten, zoals dit voorbeeld in de GGZ vorige maand. Zorgorganisaties zijn er vooral van overtuigd dat het goedkoper kan en dat ook zij zelf in kunnen spelen op de behoeften die bij zorgprofessionals spelen. Eén van de duurzamere voorbeelden is Fair Brabant, die sinds 2023 een concurrerend alternatief wil vormen op commerciële intermediairs. Bij Fair kun je bemiddeld worden als zzp’er en bij Flair kun je een regionale arbeidsovereenkomst krijgen.
Urgentie nam afgelopen anderhalf jaar toe
De urgentie voor dit soort eigen initiatieven vanuit zorgorganisaties is toegenomen. Naast de bestaande problemen van arbeidsmarktkrapte, torenhoog verzuim binnen vaste teams en een groeiende zorgvraag, ontstond er extra druk. De handhaving op schijnzelfstandigheid maakt dat zorgorganisaties zeker willen weten dat zij goed inhuren. Uitzenden en detacheren werden aan de andere kant flink duurder. De commerciële marges die bureaus maken worden steeds moeilijker te verdedigen in een publieke sector waar forse winst wordt gemaakt en ook dat punt speelt mee in de zoektocht naar het juiste nieuwe initiatief.
Volgens zorgprofessionals zelf liggen er kansen
De behoefte van flexibel werkende zorgprofessionals gaat vooral over de juiste werkomstandigheden, niet zozeer over de werkvorm of het precieze concept. De groei van commerciële bureaus van de afgelopen jaren betekent niet automatisch dat zorgprofessionals zich ook echt met die bureaus verbonden voelen. We doen op dit moment onderzoek naar hoe zelfstandige zorgprofessionals de houding van zorgbureaus ervaren sinds de handhaving op schijnzelfstandigheid is ingegaan. Het is veel professionals duidelijk geworden dat commerciële bureaus zich vooral verhouden tot zorgorganisaties en niet zozeer tot de professional zelf.
Bij flexibel werkende professionals bestaat vooral irritatie over hoge marges, een transactionele mentaliteit van bureaus en het selectief delen van informatie. Zorgorganisaties hebben in dat opzicht een kans. Als zij flexibiliteit weten te combineren met autonomie, eerlijke voorwaarden en flexibiliteit, dan kunnen zij een aantrekkelijk alternatief bieden.
Verschillende soorten flex concepten
Die zoektocht naar meer regie over flex krijgt op steeds meer plekken vorm. Zorgorganisaties kiezen daarbij niet voor één standaard concept, maar bouwen verschillende modellen. Dit hangt samen met een samenwerking op basis van regio, sector of specifieke personeelskrapte. Welke voorbeelden zien we voorbij komen?
De gezamenlijk werkgever
Een gezamenlijke werkgever, zoals het voorbeeld van 1GGZ, brengt vijf ggz-instellingen samen binnen een aparte nieuwe organisatie. Medewerkers werken daar onder de cao ggz en de belofte is dat flexibiliteit wordt gecombineerd met de zekerheid van loondienst, zonder tussenkomst van commerciële bureaus. Het is een model waarbij een specifieke zorgsector over diverse regio’s heen flexibele inzet wil organiseren. Het vraagstuk daar ligt vooral bij het punt dat die aparte organisatie zelf als een soort intermediair functioneert die personeel uitleent, zoals een commerciële intermediair dat ook doet. Wat te doen met BTW?
Het collectieve regionale platform
Het tweede wat oudere model is het coöperatieve regionale platform, zoals de FAIR varianten in Utrecht en Brabant. Binnen dit concept matchen deelnemende organisaties hun vraag en aanbod binnen een regio, vanuit de belofte dat ‘zorggeld in de zorg moet blijven’. De platforms richten zich niet alleen op zzp’ers, maar ook op medewerkers in loondienst. Het doel is om de versplinterde inhuur over meerdere bureaus en vanuit meerdere zorgorganisaties, te stroomlijnen via een regio. Dit model overstijgt één organisatie of één specifieke sector en vindt plaats in regio’s waar meerdere organisaties een alternatief willen hebben op de klassieke bemiddelingsmarkt.
Samen delen van dezelfde zorgmedewerkers
Ook is er het model van collegiale in- en uitleen tussen zorgorganisaties, waarbij zorgprofessionals in dienst blijven bij hun eigen organisatie. Via onderlinge afspraken worden medewerkers uitgeleend aan andere deelnemende instellingen. FlexZo is daarbij een nieuw voorbeeld. “Zo combineren zorgprofessionals afwisseling en regie met de zekerheid van een vast dienstverband.” Dit model lijkt vooral praktisch bedoeld: het maakt regionale uitwisseling van personeel mogelijk zonder dat er meteen een nieuwe gezamenlijke werkgever hoeft te worden opgericht.
Samenwerking bij krappe beroepen
Het meest bijzondere model is wat ons betreft de krappe beroepen regionale schil, waarbij niet een brede groep zorgmedewerkers centraal staat, maar een schaarse professionele expertise. Vooral specialistische verpleegkundige beroepen staan al jaren onder druk en dit concept springt daarop in. De Regionale Flexibele Schil Brabant is een voorbeeld. Deze schil begon bij de uitwisseling van SEH-verpleegkundigen en werd later verbreed richting onder meer CCU en IC. Het doel is niet alleen om gaten in het rooster op te vangen, maar ook om specialistische kennis regionaal beschikbaar te houden. Daarmee verschilt dit model van andere concepten. Het gaat hier niet zozeer om meer handen, maar om het regionaal organiseren en behouden van schaarse expertise.
Zoektocht naar de juiste vorm
De diversiteit van deze initiatieven laat zien dat werkgevers op zoek zijn naar de juiste vorm. Sommige oplossingen zijn regionaal georganiseerd, andere zijn juist zorgsector gebonden of expertise gebonden. De indeling is daarmee dus afhankelijk van een bepaalde regio, sector of inhoud van het vak. Dit is een indeling die vooral past bij zorgorganisaties zelf. Zij werken al samen vanwege een bepaalde regio, zijn van dezelfde bloedgroep binnen een zorgsector of treffen elkaar omdat ze concurreren om dezelfde schaarse beroepen. Het zijn vraagstukken die vertrekken vanuit organisaties, maar niet per se vertrekken vanuit zorgprofessionals zelf.
De zoektocht naar de juiste vorm zal daarom lastig blijven en niet alleen omdat zorgprofessionals zich soms weinig herkennen in wat er wordt aangeboden. Regionale samenwerking vraagt vertrouwen tussen zorgorganisaties die binnen een zorgmarkt ook horen te concurreren. Wet- en regelgeving sluit lang niet altijd goed aan om dit soort concepten te faciliteren en professionals stappen niet automatisch massaal over als een concept op papier logisch klinkt. Dat sommige regionale pools alweer gestopt zijn, laat zien dat de beweging nog volop in ontwikkeling is. De ambitie om de regie terug te pakken is helder. De vraag is wel welke modellen duurzaam blijken te werken.
Het begint niet bij de regio, als je het de professional vraagt
Als je vanuit zorgprofessionals zelf redeneert, dan is er niet zozeer behoefte aan een overstijgend innovatief flexibel concept. Zorgprofessionals geven al jaren duidelijke signalen af over waar de verandering plaats zou moeten vinden. Zorgorganisaties hoeven niet te beginnen bij de regio of een specifieke zorgsector. Achter de voordeur van de zorgorganisatie zelf liggen de grootste kansen. Het recente onafhankelijke AZW-rapport laat zien dat zorgprofessionals behoefte hebben aan zeggenschap, invloed op werktijden en passende werkdruk. Je hebt geen regionaal initiatief nodig om dat aan te pakken.
Het rapport geeft terecht aan dat de discussie te vaak blijft steken bij de vraag welke werkvorm iemand heeft, terwijl het meer zou moeten gaan over de werkomstandigheden binnen het vaste dienstverband. De regionale initiatieven zijn om die reden weliswaar interessant, maar zouden niet het vertrekpunt moeten zijn. Want zolang zorgbestuurders niet luisteren naar hun eigen vaste medewerkers, blijven vaste medewerkers uitstromen. Om vervolgens weer in beeld te komen via een regionaal flexconcept, maar dan zonder binding met hun oorspronkelijke organisatie. Is dat een succes voor de regio, of vooral een bewijs van mislukt werkgeverschap?