Het nieuwe regeerakkoord erkent zelfstandigheid en wil ruimte bieden aan ondernemerschap via een Zelfstandigenwet. Tegelijkertijd blijft de handhaving op schijnzelfstandigheid onverminderd doorgaan. Hoe kan een kabinet zelfstandigheid erkennen, maar de groep zzp’ers blijven behandelen alsof zij per definitie verdacht zijn? De huidige handhaving schijnzelfstandigheid botst met het nieuwe regeerakkoord.
Regeerakkoord over de arbeidsmarkt
De nieuwe minderheidscoalitie van D66, CDA en VVD heeft een akkoord gesloten over een reeks aan onderwerpen, waaronder de arbeidsmarkt.
- De ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt moet beschermd worden. Een tariefgrens wordt waarschijnlijk het signaal voor kwetsbaarheid;
- Zelfstandig ondernemers moeten de ruimte krijgen. Hun rechtszekerheid moet worden geborgd via een nieuwe Zelfstandigenwet.
Voor deze maatregelen moet een meerderheid gevonden worden door de drie politieke partijen. Het is goed nieuws dat het regeerakkoord afstand neemt van het idee dat alle zzp’ers één probleemgroep zijn. Zzp’ers zijn volgens dit kabinet géén homogene groep en vallen uiteen in twee delen met een eigen positie. Zzp’ers met een te laag uurtarief om verantwoord van te kunnen leven, heten ‘kwetsbaar’. Zij worden beschermd. Zzp’ers die aantoonbaar ondernemen zouden rechtszekerheid moeten krijgen, zodat zij via duidelijke criteria kunnen worden ingehuurd door organisaties.
Wat zegt dit regeerakkoord níet langer?
De duidelijke splitsing binnen de totale groep zzp’ers, doet de coalitie afstand nemen van een aantal belangrijke punten.
- Ingebed werk leidt niet automatisch tot een dienstverband. Precies zoals de Hoge Raad al langer bevestigde. Het ‘inbedding = dienstverband’ deel van de VBAR is niet meer. Daarmee laten we de drie jaar durende polderpoging van CDA minister van Gennip en opvolgers het dienstverband als gedwongen norm, los;
- Niet iedere zzp’er, wordt van schijnzelfstandigheid verdacht. Als je zegt dat je de positie van zelfstandigen rechtszekerheid wil geven, dan erken je dat er zelfstandigen zijn die niet schijnzelfstandig werken. Omdat ze voldoende ondernemen. Het verwijt ‘schijnzelfstandigheid’ gaat dus niet op voor hele groepen zzp’ers of bepaalde sectoren. Precies zoals het hof onlangs – wederom – bevestigde. Ieder geval verdient een aparte beoordeling. Ondoenlijk voor de Belastingdienst, maar nu eenmaal de wet.
“Ruimte voor zzp’ers. We pakken schijnzelfstandigheid aan door de conceptwet Vbar die hierover gaat op te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren. Het overgebleven deel van de Vbar vervangen we zo snel mogelijk door de Zelfstandigenwet” – coalitieakkoord
Met deze punten in het vooruitzicht botst de huidige handhaving schijnzelfstandigheid nu al met het regeerakkoord.
Huidige handhaving botst met regeerakkoord
De huidige handhaving schijnzelfstandigheid doet het tegenoverstelde van de uitgangspunten van het regeerakkoord. De Belastingdienst verklaart ingebed als extra verdacht, gooit zelfstandigen en schijnzelfstandigen op één hoop, beticht hele sectoren van ‘schijnzelfstandigheid’ en beoordeelt niet per individueel geval. Daarnaast communiceert zij openlijk over haar ‘vermoedens’ van grootschalige schijnzelfstandigheid, waardoor angst en onzekerheid al meer dan een jaar de boventoon voeren binnen de arbeidsmarkt.
Toch zegt het regeerakkoord niets over de huidige handhaving en de onnodige onrust op de arbeidsmarkt. Dat is bijzonder, omdat de handhaving nu juist datgene doet waar het regeerakkoord een einde aan wil maken. De huidige handhaving maakt werkenden verdacht die zelfstandig ondernemer zijn. Het maakt sectoren verdacht zonder dat daar een aanleiding voor is. En de huidige handhaving houdt zich niet aan procedures en rechterlijke uitspraken, een aanpak die volgens de Belastingdienst zelf te verdedigen is vanuit uitvoerbaarheid en beleidsdoelen. Ook als de aanpak aantoonbaar knelt met wetgeving en jurisprudentie, wordt de huidige koers gevolgd. Zolang er maar politieke resultaten behaald worden.
De huidige handhaving schijnzelfstandigheid is niet houdbaar
Als de nieuwe coalitie de huidige handhaving niet aanpakt, ondergraaft het haar eigen belofte. Het nieuwe akkoord neemt afstand van de aannames waar de huidige handhaving op gebaseerd is. Het regeerakkoord erkent zelfstandigheid, wil die juridisch verankeren via wetgeving en zegt de onderkant van de arbeidsmarkt te willen beschermen. Dat kan niet als er tegelijkertijd wordt gehandhaafd die alle zzp’ers structureel verdacht maakt.
“Kortom, politieke wensen zijn soms ook te behalen met a-systematische wetgeving”, zo stelde de Landelijk Vaktechnisch Coördinator van de Belastingdienst onlangs in een column. Daarmee wordt feitelijk erkend dat het behalen van beleidsresultaten soms zwaarder weegt dan zorgvuldige wetgeving. Juist daar wil deze coalitie vanaf, precies in lijn met de oproep van een realistische overheid. Wetgeving rondom zzp moet wél zorgvuldig worden.
Comité ZZP reageert ook op de huidige ontwikkelingen en stelt dat “wat hier op dit moment misgaat, is dat handhaving wordt ingezet als beleidsinstrument. In plaats van de wet te volgen, loopt de uitvoering vooruit op politieke wensen die inmiddels zijn losgelaten. Dat is niet alleen funest voor zelfstandigen, maar ook voor de geloofwaardigheid van wetgeving en bestuur.”
Zelfstandigheid verdient een eigen juridische positie. Kwetsbare zzp’ers verdienen bescherming. Dat vraagt om duidelijke wetgeving en terughoudende uitvoering. Een functionerende arbeidsmarkt is niet gebaat bij een zelf gecreëerde vorm van handhaving, die alvast vooruitloopt op een VBAR die inmiddels van tafel is.