Is een dalend aantal KvK nummers hetzelfde als een succesvolle campagne tegen schijnzelfstandigheid? Of zou er gekeken moeten worden naar de effecten van de handhaving op het aantal uur aan werk dat is verzet? Cijfers laten zien dat de vraag naar flexibele capaciteit daalt en het aantal mensen in loondienst niet even sterk meegroeit. De impact van de aanpak schijnzelfstandigheid verplaatst zich richting andere sectoren.
CBS: groep zzp’ers in de zorg groeide en werkte meer uren
Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert met enige regelmaat cijfers over zzp’ers in de zorg. Wat valt op over de jaren heen? Het aantal zelfstandigen werkzaam in zorg en welzijn nam in 2022 nog met 22 duizend toe; een netto stijging van 1800 per maand. In 2023 haalde het CBS aan dat zzp’ers in zorg en welzijn in 2023 gemiddeld 32 uur per week werkten. Dat is meer dan de gemiddelde contractduur van 22 uur (!) per week binnen een dienstverband in de zorg (CBS, 2024). In 2024 nam het aantal zzp’ers in de zorg met 14.000 toe; een kleine 1200 per maand. Van alle sectoren, was zorg en welzijn vorig jaar de sector met de sterkste groei aan zzp’ers. Uit deze cijfers blijkt naast de populariteit van het zzp-schap in zorg, dat de werkvorm zzp tot meer ureninzet leidt dan bij dienstverband. Of beter gezegd: leidde tot meer inzet – tot de recente beleidswijzigingen.
Aanpak schijnzelfstandigheid zorg leidt tot minder ureninzet
De NOS had afgelopen weekend liefst twee artikelen over zzp’ers in de zorg. Waar een sector zoals de bouw zich niet laat gebruiken als proeftuin voor de Belastingdienst, zit de angst er bij zorgorganisaties veel meer in. Na vier maanden strengere zzp-handhaving, knelt het vooral nog in de zorg, aldus de NOS. Inmiddels leidt de angst voor zzp inzet in de zorg tot schrijnende situaties bij cliënten en patiënten. Zorgorganisaties zien zzp’ers niet massaal in een vast dienstverband stappen. Ze komen er juist vandaan, omdat het dienstverband geen flexibiliteit en autonomie biedt. Ook kiezen zzp’ers niet voor flexwerk via uitzenden of detacheren.
Het tweede artikel laat zien wat dat met zzp’ers doet. Hoe vergaat het zzp’ers in de zorg? De één kiest voor een dienstverband om in de bestaanszekerheid te voorzien, de ander wacht het af en een derde is juist veel steviger gaan ondernemen. In ieder geval leiden al deze ontwikkelingen tot mínder ureninzet onder zorgprofessionals. In een bijzonder krappe arbeidsmarkt. In de maand april is het aantal zzp’ers in de zorg met 700 gekrompen; een daling van minder dan 0,5% op het totaal aan zzp’ers in de zorg.
Gevolgen voor andere sectoren
Hoe zit het met de brede ontwikkeling van zzp’ers in kwartaal 1 van 2025? Het aantal zzp’ers in Nederland is het eerste kwartaal met 1,4% gekrompen. Daarmee blijft het totaal aan zzp’ers redelijk stabiel. Het aantal uren dat zelfstandigen werkten, daalde sterker: namelijk 2,3%. Een krimpend aantal uren aan zzp werk, speelt dus niet alleen in de zorg. De aanname dat organisaties hun zzp’ers automatisch een dienstverband aanbieden, lijkt niet te kloppen. Het dalend aantal uren aan zzp inzet, blijkt groter dan de groei van het dienstverband. Organisaties kiezen soms niet langer voor zzp’ers, maar plaatsen daar geen vaste medewerker voor terug. Dat is niet vreemd als je je beseft dat het duur en risicovol is voor organisaties om een zzp’er tot werknemer te maken. Werkgeverslasten zijn hoog en bij verzuim draai je als werkgever voor de kosten op.
Flexibele inzet op laagste punt in 9 jaar
De verwachting is dat de echte impact op de aanpak schijnzelfstandigheid voor andere sectoren nog moet komen. Toch zijn er al wat signalen. Flexnieuws haalt aan dat je kunt zien dat de inzet van een flexibele schil bij organisaties krimpt; met maar liefst -7% aan flexibele krachten dan een jaar eerder. Dit is het laagste percentage flexibele inzet in 9 jaar tijd en dat is inclusief de corona-lockdown. Bij deze afnemende flexibele inzet speelt de aanpak op schijnzelfstandigheid mogelijk een grote rol. Landelijk genomen is bijna 80% van de opdrachtgevers namelijk anders gaan kijken naar zzp inhuur. Aangezien zzp’ers een belangrijk aandeel vormen van de flexibele capaciteit, zou er een relatie kunnen zitten tussen minder flex inhuur en de aanpak schijnzelfstandigheid. In alle sectoren blijken zzp’ers niet zomaar te kiezen voor uitzenden en detacheren. Organisaties lijken zzp inhuur als risicovol te ervaren en zien vervolgens af van flexibele inzet. Wat betekent dat voor de economie?
Leidt de aanpak schijnzelfstandigheid tot krimp?
Cijfers laten zien dat zzp’ers in de zorg tot aan de veranderende aanpak schijnzelfstandigheid bereid waren veel uren te werken. Aanzienlijk meer uren dan in loondienst gebruikelijk is. Juist die bereidheid komt onder druk te staan door de huidige handhaving op schijnzelfstandigheid. Daarnaast maakten zorgorganisaties voor 1 januari ruimschoots gebruik van flexibele inzet, maar zien zij daar nu vaker vanaf. Deze ontwikkeling lijkt zich ook naar andere sectoren te verplaatsen.
In meerdere sectoren kiezen organisaties vanwege zorgen over zzp inhuur, voor minder flexibele inzet dan voorheen. Bij minder zzp inzet, zetten werkgevers daar niet één op één vaste dienstverbanden tegenover. Ook buiten de zorg krimpt de inzet van zelfstandigen, zonder dat bewezen is dat de behoefte aan arbeid afneemt. Daarmee wordt waardevolle arbeidscapaciteit mogelijk onbenut gelaten. Zorgt de aanpak schijnzelfstandigheid voor krimp op de arbeidsmarkt en daarmee de economie?
De zorgsector liep voor op andere sectoren, met een Belastingdienst die sinds 2023 zorgorganisaties bezoekt en zzp constructies controleert. Nu ook andere sectoren sinds dit jaar te maken krijgen met veranderende handhaving, verbreedt de impact van de aanpak schijnzelfstandigheid zich. De aanpak van schijnzelfstandigheid lijkt in de praktijk niet altijd vaste banen op te leveren, maar wel minder gewerkte uren. De prijs daarvan is niet alleen maatschappelijk voelbaar in de zorg, maar kan ook economisch nadelig uitpakken voor andere sectoren. Tijd voor een bredere evaluatie dan alleen het tellen van KvK-nummers.