De inspraak en zeggenschap voor vaste medewerkers komt ook via wetgeving niet tot stand. Twee jaar nadat de Wet Zeggenschap in de Zorg van kracht werd is de invloed van de zorgprofessional niet verbeterd. Onderzoek door zorgverzekeraar IZZ brengt nieuwe resultaten aan het licht.
Belofte van inspraak stamt uit 1996
De belofte van meer invloed voor vaste medewerkers stamt uit 1996. De toenmalige Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) had ook al aandacht voor professionals. Het pad voor bredere betrokkenheid van personeel bij beleidsbeslissingen werd toen al gevormd. Decennia lang werd vaste medewerkers keer op keer voorgehouden dat mee mogen beslissen over de uitvoering van hun werk zou gaan gebeuren. Maar die beweging kwam niet tot stand. In 2023 is zeggenschap zelfs wettelijk vastgelegd in de Wet Zeggenschap in de Zorg. Inmiddels blijkt dat ook dat geen oplossing heeft gebracht. Twee jaar na invoering, blijkt dat 82% van de zorgprofessionals sinds het wettelijke recht, geen veranderingen hebben ervaren rondom zeggenschap in hun organisatie. Ook hier staat goed werkgeverschap in de zorg nog aan de start.
Zeggenschap als methode voor behoud
Als zorgprofessional moet je professionele kennis en de kunde inzetten om expertise in te zetten bij zorgvragen. Zorgverleners hebben veel autonomie en nemen regelmatig zelfstandig vakinhoudelijke beslissingen over hun werkzaamheden zover die binnen hun bevoegdheid liggen. Sluit de werkwijze die de professional toepast niet helemaal aan? Dan wil je daar invloed op en daar zou iets mee gedaan moeten worden vanuit de organisatie. Vervolgens kan de professional op een prettige wijze het vak blijven uitoefenen op een manier die past, terwijl de zorgorganisatie voldoet aan de regelgeving die voor hen geldt. Al 35 jaar geleden wordt er gesproken over deze manier van zeggenschap in de zorg en daar lijkt het vandaag de dag nog steeds bij te blijven. Onder andere ministers, ministeries, brancheorganisaties, universiteiten en beroepsorganisaties kwamen met adviezen, beloftes en plannen die al miljoenen hebben gekost. Zeggenschap bleek zelfs zo lastig tot stand te komen binnen zorgorganisaties dat er twee jaar geleden een wet voor ingevoerd is die in feite zeggenschap zou moeten afdwingen. Dan zou je zeggen dat zorgorganisaties hier niet meer omheen kunnen. Zeker met het belang van goed werkgeverschap en het behoud van professionals voor de zorg. Diverse ministers van Volksgezondheid namen alvast een voorschot op de resultaten van invloed en zeggenschap, waaronder minister Agema.
“Zeggenschap is een belangrijk middel voor een betere zorgkwaliteit, meer werkplezier en het behoud van medewerkers… Ten opzichte van de meting in 2023 is met de meting van 2024 een kleine, maar significante stijging zichtbaar … wat duidt op een positieve ontwikkeling: professionals ervaren vaker dat (de voorwaarden voor) autonomie en zeggenschap aanwezig zijn.” – Kamerbrief februari ’25
Onderzoek: zorgprofessionals nog altijd buiten spel
Onderzoeksbureau Miles Research deed in opdracht van stichting IZZ onderzoek naar zeggenschap. Voor dit onderzoek in het kader van de evaluatie van de Wet Zeggenschap in de Zorg zijn ruim 1000 zorgmedewerkers ondervraagd. Wij hebben het onderzoeksrapport opgevraagd en doorgenomen. De resultaten laten zien dat zeggenschap nog niet gebruikelijk is. Een derde van de zorgmedewerkers geeft aan in de afgelopen twee jaar geen enkele invloed te hebben gehad op belangrijke onderwerpen en beslissingen binnen hun organisatie. 82% heeft geen veranderingen ervaren en slechts een derde heeft invloed gehad op thema’s die belangrijk zijn voor het leveren van goede zorg. Wat ook opvalt is dat ook bij de 800 miljoen euro kostende investering in kunstmatige intelligentie in de zorg, meer dan de helft van de zorgmedewerkers hierbij niet of nauwelijks betrokken wordt. Terwijl juist dit ‘de oplossing’ voor het tekort aan zorgpersoneel moet worden.
Leidinggevende ervaren 7 keer zoveel invloed
Interesant in het onderzoek is ook hoe zeggenschap wordt ervaren tussen uitvoerendpersoneel en leidinggevenden, managers en bestuurders. Van het uitvoerend personeel vindt 7% dat zij invloed heeft op veranderingen in de organisatie. Dat ten opzichte van 50% bij het management. Vier op de tien zorgprofessionals geven aan dat de belangrijkste belemmeringen voor meer zeggenschap in de zorg komen doordat beslissingen van bovenaf worden genomen. Dat is opvallend, omdat in de Wet Zeggenschap in de Zorg juist opgenomen is dat inspraak van zorgprofessionals aantoonbaar moet zijn. Een aantal reacties van zorgmedewerkers uit het onderzoek laten het sentiment zien. Zij hopen nog steeds dat de organisatie de “brug tussen top en werkvloer kan verkleinen”. “Luisteren naar de werkvloer” en “bij nieuwe plannen medewerkers van de werkvloer bevragen en meenemen”, zijn herkenbare uitspraken. Naast een top-down benadering worden tijd en werkdruk genoemd als belangrijke obstakels. IZZ-directeur Jan Luuk: “Dit onderzoek toont aan dat zorgprofessionals nog lang niet de zeggenschap hebben die zij verdienen”.
Tekort aan zeggenschap veroorzaakt uitstroom
Een van de belangrijkste thema’s wanneer het gaat over behoud van zorgpersoneel is waardering en zeggenschap. Want het gebrek aan zeggenschap veroorzaakt uitstroom. Het zou dus merkbaar aandacht moeten krijgen om naar het zorgpersoneel te luisteren en vervolgens daarmee ook wat te doen. Jan Luuk: “Zorgorganisaties moeten werk maken van structurele verandering, door bijvoorbeeld te investeren in de ontwikkeling van teamoverleg in hun organisatie. Anders verliezen we waardevolle professionals die zich niet gewaardeerd voelen.” Meer zeggenschap en invloed resulteren in meer tevreden werknemers en stimuleren het werkplezier en de verantwoordelijkheid. Maar als zelfs een wet het niet weet af te dwingen, hoe kunnen zorgprofessionals dan voor zichzelf wel zeggenschap organiseren? En waarom zijn organisaties niet intrinsiek gemotiveerd om inspraak en zeggenschap te geven? Waarom is er wetgeving voor nodig?
Gevolg: zorgverleners kiezen voor individuele invloed
Zoals we al eerder schreven is meer behoefte aan invloed en zeggenschap voor sommige zorgverleners het vertrekpunt om de mogelijkheden binnen zelfstandig ondernemerschap te gaan verkennen. Want de kwaliteitswet Wkkgz, waar de Wet Zeggenschap in de Zorg een toevoeging van is, biedt volop ruimte voor zorgprofessionals die het anders willen, maar dit niet krijgen binnen een loondienstverband. Door de onrust en onduidelijkheid rondom schijnzelfstandigheid zie ik zzp’ers de zorg verlaten. Ook zijn er collega’s die kiezen voor loondienst. Niet omdat zij schijnzelfstandig waren, maar omdat de huidige aanpak van schijnzelfstandigheid hun bestaanszekerheid teveel raakt. Wat mij opvalt bij degenen die in loondienst gaan, is dat een aantal van hen direct invloed en zeggenschap probeert op te zoeken door zich bijvoorbeeld bij een ondernemingsraad aan te sluiten. Want deze zorgprofessionals zijn gewend om hun eigen visie te werken. Zij blijven deze autonomie ook in een dienstverband erg belangrijk vinden en proberen dat onder andere op deze wijze te vinden dan via zzp. Maar in de praktijk hoor ik van die collega’s terug dat zij zich nog steeds onvoldoende gehoord en betrokken voelen. Terwijl we overal lezen dat het vaste dienstverband in de zorg de norm zou moeten zijn.
Waarom ontstaat er geen inspraak binnen dienstverband?
Dit onderzoek laat zien dat er in twee jaar nog nauwelijks vooruitgang is geboekt op zo’n belangrijk thema voor veel zorgprofessionals. Dit onderwerp speelt al decennia, maar de intrinsieke motivatie binnen zorgorganisaties ontbreekt blijkbaar. Het is bijzonder dat er wel intrinsieke motivatie aanwezig is om zzp’ers in de zorg te zien als probleem, om hun inzet vervolgens te belemmeren. Zorgorganisaties moeten daadwerkelijk ruimte gaan maken voor de invloed van de zorgverlener, als zij van mening zijn dat het vaste dienstverband weer logisch zou moeten worden. Ondertussen trekt de professional eigen conclusies. Want of het nu binnen loondienst is of als zelfstandige: zonder echte zeggenschap verliezen we zorgprofessionals. En met die zorgprofessionals verliezen we ook de kennis, toewijding en continuïteit die de zorg zo hard nodig heeft.