De nieuwe aanwas van MBO-studenten blijft teruglopen. Voor de zorg betekent dit een serieuze uitdagingen. In een opiniestuk waarschuwt regieverpleegkundige Marieke van Beek, die zelf meer dan 20 jaar als MBO-verpleegkundige werkte in het primaire proces, dat de hele (ouderen)zorg vastloopt als het zo doorgaat.
Aandacht en waardering ontbreekt niet alleen op de werkvloer, ook beleidsmatig
De zorg draait op mensen die dagelijks het verschil maken aan het bed. MBO-opgeleide zorgverleners vormen het hart van deze zorg, maar het aantal daalt al jaren. Volgens recente cijfers is het aantal studenten dat kiest voor de MBO zorgopleiding van Verzorgende-IG in vijf jaar tijd met 40% gedaald. De oorzaken daarvoor zijn verklaarbaar. De werkdruk is hoog en de waardering is laag. Ten opzichte van hbo opgeleiden, die beleidsmatig meer invloed krijgen via bijvoorbeeld een interne adviesraad, worden mbo’ers vooral als ‘uitvoerend’ gezien en gepositioneerd. Er wordt gepraat en bepaald over de praktijk, maar nog te weinig met de praktijk.
Vooral binnen de VVT-sector zijn niveau 3 en niveau 4 zorgverleners de grootste groep werkenden. Zij staan direct naast de cliënt of patiënt en zijn voortdurend actief vanuit hun vakmanschap. Zij weten daarom precies wat er nodig is in de praktijk, maar ervaren dat het steeds moeilijker gemaakt wordt om dat voor elkaar te krijgen. Ondanks herhaaldelijke afspraken en zelfs wetgeving, lijkt er maar weinig prioriteit en aandacht gegeven te worden aan echte inspraak. De zorgwekkende dynamiek rondom deze beroepsgroepen is dan ook niet vreemd. Zowel op de werkvloer als bij de politiek wordt een duurzame positie niet afgedwongen. Dit heeft grote gevolgen voor de sector.
Wat gebeurt er op de werkvloer?
Hoe vertaalt de terugloop van MBO-instroom nu in de praktijk? Dit is wat ik zie. Door minder formele zorgverleners en de naderende bezuinigingen, worden de teams standaard krapper bezet. Nachtdiensten moeten bijvoorbeeld van 3 naar 2 zorgprofessionals en een ochtenddienst wordt in uren gekort. De stijging van de werkdruk wordt direct voelbaar op de werkvloer. Roosters worden zwaarder en vaste medewerkers moeten extra diensten draaien boven hun contracturen. Dit zorgt voor vermoeidheid en meer verzuim onder zorgmedewerkers. Er is steeds minder tijd voor cliëntenzorg en dat veroorzaakt minder werkplezier.
Want juist vanuit een behoefte voor het vak kiezen MBO’ers bewust voor het werk wat zij willen doen. Juist in de ouderenzorg waar nabijheid en continuïteit onmisbaar zijn, maakt het verschil of er genoeg MBO-zorgverleners zijn. Te weinig tijd voor cliënten zorgt voor een schuldgevoel richting kwetsbaren en minder binding met de zorgorganisatie bij zorgprofessionals. De flexibiliteit rondom vaste diensten wordt ook bovendien nog steeds verder afgebouwd. De druk rondom zorgmedewerkers blijft daardoor verder oplopen. Dit maakt het werk steeds minder aantrekkelijk en dat heeft directe gevolgen voor clienten en de zorgorganisatie zelf.
“In de nachtdienst staan we tegenwoordig met z’n tweeën op meer dan 90 cliënten. Als er één incident is, weet je dat je de rest van de nacht achterloopt.” – Verzorgende IG uit de VVT
Daling MBO’ers in de zorg begint al voor de opleiding
Dat steeds minder mensen starten met een MBO opleiding in de zorg begint al voor ze daadwerkelijk aan de slag gaan in een sector. Volgens regieverpleegkundige van Beek ligt een groot deel van de waardering voor de beroepsgroep in hoe de samenleving naar het MBO kijkt. De prestatiedruk onder mensen om een ‘beter’ niveau te halen dan MBO blijkt groot. Ook is Van Beek van mening dat MBO’ers veel meer waardering verdienen dan ze nog krijgen. In de zorg speelt het probleem rondom voldoende waardering breder.
Als mensen dan toch starten met een MBO-opleiding en kiezen voor werken in de zorg, stuiten zij al snel tegen andere problemen waar de sector mee kampt. De werkdruk, het gebrek aan goede begeleiding, de lage stagevergoeding tegenover de onregelmatige diensten en onvoldoende perspectief in loopbaan of doorgroeimogelijkheden, zorgen voor een hoge uitstroom tijdens de opleiding zelf. Zorgorganisaties richten zich vaak meer op beleid en management, dan behoud van zorgprofessionals. Van Beek vindt deze verhouding schokkend: ‘Voor één HBO’’er staan vijftig MBO-ers die de dagelijkse zorg draaiende houden’.
Wat hebben zorgprofessionals nodig om te blijven of überhaupt te starten?
Om de zorg toekomstbestendig te houden, moeten beleid en praktijk veel dichter bij elkaar komen. De oplossing ligt niet in nog meer beleid, maar in het erkennen en positioneren van vakmensen die het werk doen. Dat begint bij structurele waardering en zeggenschap. Mensen die dagelijks aan het bed staan weten als geen ander wat werkt en wat niet. Zorgverleners hebben vooral de eenvoudige behoefte aan ruimte en vertrouwen om hun vak goed uit te oefenen. MBO-studenten moeten de mogelijkheid krijgen om met goede (stage)begeleiding zich hierin te kunnen ontwikkelen zonder dat dit ten koste gaat van de werkdruk. Ook een fatsoenlijke vergoeding is bepalend om zorgverleners aan te trekken en te behouden.
Samen verantwoordelijkheid nemen: ruimte voor verschillende vormen van werken
Veel zorgprofessionals kiezen ervoor deze primaire werkomstandigheden voor zichzelf te organiseren. Omdat het in loondienstverband gewoonweg vaak niet lukt. In het voorbeeld van de beroepsgroep verzorgende IG, kan zij geen kant meer op binnen het dienstverband als je de ontwikkelingen optelt. Binnen zzp-schap ervaren zorgprofessionals wel autonomie. Wat laat dit in de kern zien? Dat zorgprofessionals wel in de zorg willen blijven, maar niet tegen elke prijs. Zorgorganisaties kunnen daarvan leren. Geef zorgmedewerkers meer regie over hun werk, flexibiliteit in roosters en vertrouwen in hun professionele vakmanschap.
Als de zorg nog aantrekkelijk wil blijven, dan moet er geïnvesteerd worden in mensen en het vaste contract. Onderwijs, autonomie, beloning en vakmanschap. Niet alleen in technologie of beleid. De toekomst van de zorg ligt in de handen van de zorgprofessionals. Maar dan moeten zij wel de ruimte, waardering en zeggenschap krijgen die ze verdienen.