Het gaat niet goed met de kraamzorg in Nederland. Goede en voldoende kraamzorg zoals we dat voorheen kenden, is niet langer houdbaar. Dat werd gisteren tijdens het Kamerdebat over het personeelstekort in de kraamzorg zichtbaar. De politieke discussie richt zich vooral op de verdeling van de huidige schaarste en welke gezinnen nog kraamzorg mogen krijgen en welke met minder moeten doen. Daarmee wordt de aandacht afgeleid van de vraag waarom er eigenlijk te weinig kraamzorg beschikbaar is.
Problemen worden erkend, maar de verantwoordelijkheid verschoven
In de aanloop naar het debat erkende het kabinet dat de toegankelijkheid en continuiteit van de kraamzorg onder druk staat. De personeelstekorten blijven toenemen waardoor ziekenhuizen soms genoodzaakt zijn om tijdelijk geen nieuwe patiënten op te nemen, de zogenaamde ‘bevalstops’. Ook komt het steeds vaker voor dat gezinnen minder of zelfs helemaal geen kraamzorg krijgen. Dit debat werd in november 2025 aangevraagd met als doel om ‘de personeelstekorten te bespreken en hoe we ervoor gaan zorgen dat er in ieder geval snel een oplossing wordt gevonden’. Het was de eerste keer dat het nieuwe kabinet sprak over personeelstekorten in de zorg. Tijdens een debat over de zorgsector enkele weken geleden, sprak niemand over de arbeidsmarkt – ondanks 59 Kamermoties.
In dit debat ging het echter wel over de tekorten, die gecompenseerd moeten worden via een regionale pool, een nieuwe indicatiemethodiek en onderzoek naar de daadwerkelijke behoefte aan kraamzorg. Het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de kraamzorg kwam veel minder aan bod. Daarmee wordt de arbeidsmarktproblematiek in de zorg steeds vaker verschoven en geaccepteerd. De minister erkent de problemen, maar schuift de verantwoordelijkheid door. Het zou aan sociale partners zijn om afspraken te maken over de vergoeding van bijvoorbeeld wachtdiensten in de cao. Werkgevers moeten gaan zorgen voor goed werkgeverschap en de tarieven worden nu eenmaal vastgesteld door de NZa, zo liet de minister weten. Wel heeft de minister alvast een mening over het salaris. Die wil ze niet verhogen: “Daar zie ik de ruimte niet voor”. Op die manier krijgen veel partijen verantwoordelijkheid toegeschoven, zonder dat ze mandaat hebben. Want dat houdt de minister zelf.
De tekorten zijn al jaren zichtbaar
De situatie in de kraamzorg is niet plotseling ontstaan. Al sinds 2023 zijn er signalen dat de sector onder toenemende druk staat. Kraamverzorgenden gooien de handdoek in de ring en verlaten het vak. De instroom blijft achter en de werkdruk neemt toe. Onregelmatige diensten maken het werk zwaar te combineren met privé. Vooral de primaire arbeidsvoorwaarden verbeteren niet. Wachtdiensten worden beperkt vergoed met een eenmalig bedrag van €11,- voor een nacht stand-by staan en reistijd wordt niet altijd volledig vergoed. Door de voortdurende uitstroom zijn er inmiddels steeds minder uren kraamzorg beschikbaar. In de Kamer wordt er vooral gesproken over hoe om te gaan met dit tekort, in plaats van over het oplossen van het tekort.
Zzp als gevolg van de werkomstandigheden
Dat de druk oploopt, blijkt ook uit reacties van kraamverzorgenden zelf: Als zzp’er in de kraamzorg merken wij nu het belang van zzp zijn op dit gebied. Veel organisaties, die in deze enorm drukke tijden en het tekort en de uitstroom van kraamverzorgenden in loondienst en daarbij het hoge ziektepercentage door de enorme werkdruk, doen een beroep op ons! Ook kraamverzorgenden werden zzp’er vanwege de werkomstandigheden. De drijfveren om zzp in de kraamzorg te worden, zijn dezelfde als wat we ook in andere sectoren van de zorg zien. De behoefte om werk en privé goed te kunnen combineren en wat meer te verdienen zijn belangrijke onderdelen.
Personeelstekort is een keuze
Het personeelstekort in de kraamzorg wordt vaak gezien als iets niet voorkomen kan worden. Terwijl het in werkelijkheid het gevolg is van keuzes. Want wanneer arbeidsomstandigheden onder druk staan, neemt de uitstroom toe. Als wachtdiensten beperkt worden vergoed, haken medewerkers af. Wanneer reistijd niet volledig wordt betaald en onregelmatige diensten zwaar drukken op het privéleven, wordt het vak minder aantrekkelijk. Daarom zijn inmiddels veel kraamverzorgenden een ander vak gaan doen, buiten de zorg. Er zijn dus wel voldoende kraamverzorgenden, alleen werken ze niet meer binnen de sector.
Het tekort aan kraamverzorgenden is vooral een logisch gevolg van de omstandigheden die al langere tijd niet verbeteren. Minder kraamzorg is een gevolg van onvoldoende capaciteit en die capaciteit hangt direct samen met de aantrekkelijkheid van het beroep. Toch blijft de discussie over het verbeteren van die omstandigheden grotendeels uit. In plaats daarvan verschuift de aandacht naar het verdelen van de schaarste. Daarmee hebben we vooral last van de gevolgen, terwijl de oorzaak van het probleem al jaren bekend is. Door niet structureel in te grijpen wordt de afname van kraamzorg feitelijk geaccepteerd. Het tekort wordt niet opgelost, maar gemanaged.
Van oplossen naar verdelen
In het debat verschuift de discussie van het oplossen van het personeelstekort naar het verdelen van de schaarste. Dat noemen we dan ‘passende zorg’ om het positief te laten klinken voor de patiënt, maar in de praktijk betekent het vooral het afbouwen van het recht op zorg. ‘Doelmatig inzetten van beschikbare capaciteit‘, noemen zorgverzekeraars het. Terwijl diezelfde zorgverzekeraars toch wettelijk verantwoordelijk zijn voor ‘voldoende inkoop van zorg van goede kwaliteit‘. Dat zorgverzekeraars onvoldoende aan hun zorgplicht doen richting verzekerden, maakt ook dit nieuwe kabinet weinig uit. Ook dit nieuwe kabinet gelooft opnieuw de boodschap van zorgverzekeraars dat zij de partij zijn die de bezuinigingen moeten leiden.
In de praktijk betekent dit dat niet ieder gezin dezelfde hoeveelheid kraamzorg krijgt. De solidariteit van het zorgstelsel wordt losgelaten om het even zo uitkomt. Minder uren kraamzorg worden daarmee geen gevolg van het tekort, maar het antwoord erop. Maar minder zorg alleen is geen oplossing voor het probleem. Het personeelstekort blijft bestaan en de druk op de sector verandert niet. In plaats daarvan worden de beschikbare zorgprofessionals anders verdeeld. Het uitgangspunt is dan niet dat er voldoende kraamzorg is voor ieder gezin, maar dat kraamzorg afhankelijk is van wat nog haalbaar is. Wanneer het personeelstekort aanhoudt, zal structureel minder kraamzorg voor de hand liggen. De toegankelijkheid van kraamzorg neemt daarmee verder af, terwijl de onderliggende oorzaak niet wordt aangepakt.
Van tekort naar afbouw
Het Kamerdebat laat zien dat de problemen in de kraamzorg bekend zijn, maar structurele oplossingen uitblijven. Of eigenlijk beter gezegd; dat structurele keuzes uitblijven. In plaats van de oorzaak aan te pakken, verschuift de discussie naar het verdelen van de schaarste. Daarmee gaan we ons concentreren op de gevolgen, terwijl de oorzaak al jaren bekend is. Door niet in te grijpen wordt minder kraamzorg geaccepteerd. De sector loopt leeg. Zo wordt de kraamzorg uitgehold en stap voor stap minder vanzelfsprekend. De beste bezuinigingsoperatie in de zorg, blijkt het afbouwen van personeel. Zorg die je niet in kunt te kopen, hoef je ook niet te vergoeden.