Kamervragen over de gevolgen aanpak schijnzelfstandigheid voor de zorg laten zien dat er inmiddels brede zorgen zijn over de impact van de handhaving schijnzelfstandigheid in de zorg. Tielen en Aartsen (VVD) stelden een aantal Kamervragen. Zij verwachten een antwoord op de vragen die we in dit artikel bespreken.
De gestelde Kamervragen vind je hier.
Waarom stoppen zoveel zzp’ers in de zorg?
Uit een bericht van Skipr blijkt dat in een maand tijd ruim 3000 zorgprofessionals als zzp’er zijn gestopt. De Kamerleden vragen zich af waarom dit gebeurt en wat de concrete gevolgen zijn voor de zorg. Is dit een direct gevolg van het overheidsbeleid rondom schijnzelfstandigheid, of zijn er andere factoren in het spel? Deze vraag veronderstelt dat het ministeries van VWS en SZW in beeld hebben waarom zzp’ers in de zorg stoppen en daar onderzoek naar gedaan wordt.
Wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid in de zorg?
De Tweede Kamer wil duidelijkheid over hoe het ministerie van VWS ‘schijnzelfstandigheid’ in de zorg precies definieert. Zorgverleners worden steeds vaker als ‘schijnzelfstandig’ weggezet, maar welke criteria bepalen dit dan precies? Waarom geldt dit voor sommige zzp’ers wel en anderen niet, zelfs binnen dezelfde zorgsector? Kamerleden vragen of deze willekeur niet juist bijdraagt aan onzekerheid en personeelstekorten in de zorg.
Welke signalen ontvangt de overheid over de impact op de zorg?
Zorgorganisaties en professionals geven aan dat de striktere handhaving leidt tot gaten in de roosters, verhoogde werkdruk en een slechtere zorgkwaliteit. Deze ontwikkelingen zouden bij kunnen dragen aan het zorginfarct. De Kamer wil weten of deze signalen worden herkend en erkend. Zorgverleners zien dat ervaren krachten de sector verlaten en vragen zich af of de overheid dit probleem serieus neemt.
Wat betekent dit voor huisartsen en andere zorgverleners?
Regionale huisartsenorganisaties en huisartsenposten waarschuwen voor grote problemen als waarnemende huisartsen niet langer als zzp’er mogen werken. De explosieve groei van zzp’ers in de zorgsector de afgelopen jaren vond ook plaats onder huisartsen. De Kamer vraagt of het realistisch is om alle waarnemers in loondienst te dwingen, gezien de flexibiliteit die de sector nodig heeft. Veel jonge huisartsen willen in verschillende praktijken werken voordat ze zich vestigen, maar worden daarin belemmerd. Wordt daar rekening mee gehouden?
Hoeveel zorgprofessionals verlaten de sector?
De Kamer wil weten hoeveel van de gestopte zzp’ers in loondienst zijn gegaan en hoeveel de zorg geheel hebben verlaten. Dit is cruciale informatie om te bepalen of het beleid daadwerkelijk leidt tot meer vast personeel of juist bijdraagt aan verdere leegloop. Wij gaven zelf eerder aan dat het laten bestaan van de loonkloof ervoor zorgt dat uitstroom dreigt door de aanpak schijnzelfstandigheid. Voor zelfstandige zorgverleners is dit een essentieel punt: driekwart van hen hebben geen intentie om in loondienst te werken en kiezen dan liever voor een andere sector.
Vergroot dit beleid het risico op een zorginfarct?
Sommige zorgexperts waarschuwen dat het huidige beleid juist het tegenovergestelde effect heeft: in plaats van schijnzelfstandigheid tegen te gaan, wordt de zorgsector nog minder aantrekkelijk. Vaste medewerkers staan namelijk nog meer onder druk dan zij al deden. De Kamer vraagt zich af of de regering de impact van deze ontwikkelingen goed monitort. Zzp’ers ervaren nu al dat instellingen onvoldoende personeel kunnen vinden en vragen zich af hoe dit in de toekomst beheersbaar blijft.
Welke alternatieven biedt de overheid?
De Kamer vraagt welke oplossingen de overheid ziet voor het wegvallen van zzp’ers en of flexibele dienstverbanden wel een reële vervanging zijn. Is er een plan B, bijvoorbeeld een regionaal georganiseerde flexpool zonder btw-plicht? Veel zelfstandige zorgprofessionals vragen zich af of er alternatieven zijn die hun manier van werken niet volledig uitsluiten. Op dit moment is het regionaal discrimineren van zzp’ers bij het uitreiken van zzp opdrachten verboden, maar is dit aan de orde van de dag.
Onze voorspelling: terechte zorgen worden weer genegeerd
Het is volledig terecht dat er Kamervragen zijn gesteld over de impact van de handhaving schijnzelfstandigheid op de zorg. Als we kijken naar hoe de ministers van VWS en SZW in het verleden handelden op dit dossier, dan is onze verwachting dat de terechte zorgen van Kamerleden ook nu worden genegeerd.
- In december deden zorgorganisaties al een dringende oproep over handhaving schijnzelfstandigheid in de zorg. De politiek negeerde de landelijke koepels;
- Voor minister Agema zijn de arbeidsmarkt in de zorg en de aanpak schijnzelfstandigheid twee gescheiden dossiers. Het één heeft niets te maken met het ander;
- Duidelijkheid over schijnzelfstandigheid blijft lastig. De Belastingdienst trekt zich van niemand iets aan en voerde een Kamermotie doelbewust niet uit;
- Zorginfarct? Welk zorginfarct? Volgens RTL Nieuws valt het allemaal wel mee met de gevolgen door strengere regels rondom zzp’ers in de zorg;
- Misschien komt Libertas Leiden weer als zalvend voorbeeld naar voren dat het ook zonder zzp’ers kan. Dat is de zorgorganisatie die ‘radicaal’ gestopt is met zzp’ers – maar toch zzp’ers inhuurt;
- Daarnaast wordt er geen onderzoek gedaan naar de KvK uitschrijf redenen van zzp’ers in de zorg. Al jaren niet. Dus wat zeggen 3000 uitschrijvingen dan eigenlijk?
Wij zien de complexiteit op de arbeidsmarkt in de zorg inmiddels als een doelbewuste strategie. Als je zoveel mogelijk mensen in een dienstverband wil krijgen, moet je vooral onzekerheid en angst zaaien over dat dienstverband. Dat is iedere dag in volle gang binnen de zorgsector. De onzekerheid en angst onder zorgorganisaties leidt tot het terugschalen van zorgcapaciteit. De ministers hebben eerder laten zien daar geen zorgen over te hebben. Het zou verbazen als Kamervragen over de gevolgen van de aanpak schijnzelfstandigheid voor de zorg nieuwe antwoorden op zouden leveren.