Het personeelstekort in de zorg groeit al jaren, ondanks massale wervingsprogramma’s en een recordaantal zorgmedewerkers. Toch schaalt het ministerie van VWS de landelijke werving niet op, maar af. Het beleid is verschoven naar de acceptatie van tekorten. Professionals in de praktijk mogen het oplossen.
Ministerie VWS schaalt werving niet op, maar af
Het personeelstekort in de zorg is de afgelopen jaren groter geworden, ondanks dat het aantal zorgmedewerkers juist is gegroeid. De verklaring ligt in de nog snellere toename van de zorgvraag. Er werken meer mensen in de zorg dan ooit, maar het aantal openstaande functies groeit nog harder. De druk op vacatures is historisch hoog en in meerdere zorgsectoren zijn de tekorten sinds de start van grootschalige werving, verdubbeld.
De logische conclusie zou zijn dat extra werven van zorgmedewerkers noodzakelijk is. Als de personele tekorten blijven groeien ondanks jarenlange landelijke programma’s, ligt het opschalen van instroom voor de hand. Toch? Het tegenovergestelde is inmiddels aan de hand. De koers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verschoven. Grootschalige wervingsprogramma’s lopen af en nieuwe nationale instroom blijft uit.
De Tweede Kamer pleitte onlangs nog voor een landelijke wervingscampagne, maar het ministerie werkt daar niet aan mee. Nadat personeelstekort jarenlang werd gezien als een probleem dat moest worden bestreden, wordt het inmiddels gezien als een gegeven. Het personeelstekort wordt niet langer opgelost, maar geaccepteerd. Met grote gevolgen voor de praktijk.
Aanpak VWS tot 2026: personeelstekort is een probleem
Tot 2026 werd het personeelstekort in de zorg gezien als een nationaal probleem dat actief moest worden opgelost. In het Actieprogramma Werken in de Zorg uit 2018 stelde het kabinet nog dat er “voldoende en goed toegerust personeel” beschikbaar moest zijn om aan de groeiende zorgvraag te voldoen. Het doel was om “meer mensen te laten kiezen voor werken in zorg en welzijn”. Diezelfde lijn zag je terugkomen in de landelijke IkZorg-campagne van minister de Jonge, die expliciet werd opgezet om “de instroom in de sector te vergroten”.

Ook via SectorplanPlus werd stevig ingezet op uitbreiding van personele capaciteit, met subsidies voor “instroom, behoud en scholing van personeel”. In beleidsstukken werd personeelstekort voortdurend behandeld als een capaciteitsvraagstuk. De zorgvraag groeit, dus het aantal professionals moet meegroeien. Het onderliggende uitgangspunt was dat de toenemende vraag naar zorg, meer professionals nodig had. Personeelstekort was toen geen gegeven, maar werd gezien als iets dat moest worden bestreden.
De omstandigheden zijn sinds die tijd niet opgelost, maar verergerd. Desondanks kiest hetzelfde ministerie van VWS voor een koerswijziging.
Aanpak VWS vanaf 2026: personeelstekort is een gegeven
Sinds dit jaar is de koerswijziging vanuit het ministerie van VWS goed zichtbaar. Zo liep SectorplanPlus per 1 januari 2026 definitief af, zonder een nieuw programma voor landelijke instroom of scholing. In 2024 kondigde minister Fleur Agema deze koers al aan door investeringen in landelijke arbeidsmarktprogramma’s stop te zetten, waarmee een einde kwam aan structurele landelijke werving. Daarvoor was er minister Helder die om meer geduld vroeg toen de Tweede Kamer om resultaten van arbeidsmarktprogramma’s vroeg. Want ook toen liepen de tekorten alleen maar op.
Vorige week wees demissionair minister Bruijn een nieuwe landelijke wervingscampagne voor de zorg af, ondanks de uitdrukkelijke wens van de Tweede Kamer. Volgens de minister is een landelijke wervingscampagne ‘niet effectief’ en ligt de verantwoordelijkheid voor werving primair bij werkgevers. “Een wervingscampagne voor de sector zorg en welzijn past niet in de lijn die eerder kabinetsbreed is afgesproken”.
Het ministerie van VWS stelt dat de nadruk nu moet liggen op ‘behoud van personeel’, ‘regionale organisatie van arbeid’, ‘hogere productiviteit’, ‘inzet van technologie’ en – jawel – ‘passende zorg’. Werkgevers krijgen inmiddels de verantwoordelijkheid voor het oplossen van krapte. “Individuele werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de werving van voldoende personeel.”
Dat betekent meer zorg met minder mensen, wat efficiënt op papier lijkt, maar overbelasting in de praktijk veroorzaakt.
Onderliggende probleem bleef ongewijzigd tussen ’18 en ’26
Als een personeelstekort blijft groeien, ligt het opschalen van werving voor de hand. De cijfers laten zien dat de krapte niet gewijzigd is. Sterker nog, het tekort nam toe. Het aantal werkenden in zorg en welzijn groeide van circa 1,26 miljoen in 2017 naar bijna 1,7 miljoen in 2024 (CBS), maar tegelijkertijd steeg het aantal openstaande vacatures in de sector van ongeveer 29.000 in 2018 naar ruim 59.000 in 2025. Dit is een verdubbeling van de druk op vacatures. De toekomst ziet er niet veel beter uit, met voorspellingen tot 305.000 vacatures in 2034. Met andere woorden: ondanks jarenlange investeringen in instroom en uitbreiding nam de personele krapte niet af, maar toe. Die trend zet nog wel even door voorlopig.
Juist op het moment dat de tekorten historisch hoog zijn, verzuim nieuwe records breekt, uitstroom hoog blijft en de zorgvraag verder groeit door vergrijzing, wordt nationale werving afgebouwd. Als de capaciteit achterblijft bij de vraag, waarom wordt er dan niet meer, in plaats van minder ingezet op het werven van zorgmedewerkers? Deze vragen stelt de politiek op dit moment nog niet.
Personeelstekort als nieuw uitgangspunt voor de zorg
De nieuwe koerswijziging van VWS raakt uiteindelijk de werkvloer. Nadat professionals jarenlang verteld is dat het personeelstekort een probleem was dat moest worden opgelost, wordt het inmiddels behandeld als een gegeven waar de zorg zich op moet aanpassen. Terwijl professionals in de praktijk snakken naar meer collega’s, stokt de instroom. In een paar jaar tijd gaan we van wervende billboards op straat, naar definitieve schaarste voor de praktijk.
In die verschuiving zit ook een omkering die zorgonderzoeker Marjet Veldhuis helder verwoordt in De heilige huisjes van het zorgsysteem. “Dus nu zorgt het personeelstekort dat de mensen (die werken aan de zorg, red.) zelf veroorzaakt hebben ervoor dat er minder zorg gegeven kan worden.” Het probleem wordt nu omgekeerd. De personele krapte is een feit dat tot zorgkrimp moet gaan leiden. Je zou kunnen stellen dat er een lobby gaande is vóór de krappe arbeidsmarkt in de zorg, als je geld wil besparen. Zorg die je niet in kunt kopen, hoef je namelijk ook niet te vergoeden.
De vraag is of deze nieuwe koers van gecreëerde krapte democratisch gedragen wordt. De omstandigheden zijn namelijk niet veranderd. Argumenten uit 2018 zijn nog steeds actueel. Zorgwetgeving is niet aangepast. Het recht op zorg formeel niet afgebouwd. De personele krapte is alleen maar toegenomen. Verzuim breekt records en de uitstroom is enorm. Steeds meer professionals gaan flexibel werken in de zorg.
In de oude logica stond uitbreiding van personeel centraal en in de nieuwe logica gaat het om het leren omgaan met permanente tekorten. Als deze schaarste wordt geaccepteerd, zal de zorgcapaciteit steeds verder krimpen. Want de uitstroom gaat onverminderd door, terwijl de instroom opdroogt. Als personeelstekort het uitgangspunt wordt, verandert niet alleen het beleid. Maar ook de toekomst van de zorg zelf.