De Inspectie Gezondsheidszorg en Jeugd (IGJ) gaat inkrimpen. Terwijl de druk op de kwaliteit van zorg de komende jaren toeneemt, moet de toezichthouder straks met ongeveer 30 procent minder medewerkers verder. Om dat tekort te compenseren gaat de organisatie slimmer werken en het toezicht meer te baseren op vertrouwen, data en risicoanalyses. Maar is deze reorganisatie het begin van een nieuwe koers? Of is het onderdeel van een weg die de zorg al eerder ingeslagen is?
Meer dan alleen controleren
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft een duidelijke wettelijke opdracht: erop toezien dat de zorg in Nederland veilig, deskundig en van goede kwaliteit is. Als onafhankelijk toezichthouder beoordeelt de inspectie of zorgaanbieders voldoen aan de geldende wet- en regelgeving zoals de Wkkgz, Wet BIG en andere wettelijke kaders rondom veilige zorg. In de kern verandert die opdracht in feite niet. Goede zorg moet goede zorg zijn, ongeacht maatschappelijke ontwikkelingen of politieke ambities.
De IGJ is de afgelopen jaren zichtbaarder geworden als toezichthouder die verder kijkt dan individuele incidenten. Die verschuiving is duidelijk te zien in de meerjarenplannen van de inspectie. ‘Passende’ zorg, regionale samenwerking, digitalisering en arbeidsmarktkrapte is taal die past bij zorgbeleid. Tegenwoordig zijn ze ook duidelijker onderdeel van de beleidsdocumenten van de IGJ. Oudere beleidsstukken spraken vooral over kwaliteit, veiligheid en toezicht, maar recente documenten leggen veel meer nadruk op maatschappelijke opgaven zoals passende zorg en houdbaarheid van het zorgstelsel. De wettelijke opdracht van de IGJ verandert niet, maar de manier waarop de inspectie invulling geeft aan die opdracht wel. De IGJ profileert zich als onafhankelijk toezichthouder, maar ook als een organisatie die haar werkwijze afstemt op de grote veranderingen binnen de zorg.
Uit het Meerjarenbeleidsplan IGJ 2024–2027: “Wij willen met ons toezicht een betekenisvolle bijdrage leveren aan de transformatie van de zorg.”
Met die transformatie doelt de inspectie op de beweging richting passende zorg, regionale samenwerking, digitalisering en een andere organisatie van de zorg, zoals die ook in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en WOZO centraal staan.
Juist nu minder toezicht?
De opdracht om toe te zien op veilige en goede zorg wordt de komende jaren niet kleiner, maar juist ingewikkelder. De inspectie wijst zelf ook op de gevolgen van personeelstekorten, een groeiende zorgvraag, de toenemende inzet van minder ervaren zorgmedewerkers en andere ontwikkelingen die de kwaliteit en veiligheid van zorg onder druk kunnen zetten. In verschillende sectoren zoals de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en GGZ, wordt al langer gewaarschuwd voor de gevolgen van structurele personeelstekorten voor de kwaliteit van zorg.
De inspectie signaleert dat de risico’s voor de kwaliteit van zorg toenemen, maar de wettelijke toezichtstaak blijft ongewijzigd. Waarom levert de inspectie dan ongeveer een derde van haar medewerkers in? Hoe kun je hetzelfde toezichtniveau behouden met aanzienlijk minder inspecteurs?
Personeelstekorten veranderen ook het toezicht
De hervormingen in de zorg draaien de afgelopen jaren vrijwel altijd om hetzelfde: hoe houden we de zorg toegankelijk met minder beschikbare zorgprofessionals en een groeiende zorgvraag? Het Integraal Zorgakkoord (IZA), WOZO en andere landelijke programma’s zetten daarom in op een andere manier van organiseren. De inzet is niet alleen meer capaciteit, maar vooral een andere manier van organiseren. Dat wordt dan ‘passend’ genoemd. Die beleidslijn is de rode draad in deze landelijke zorgakkoorden rondom hervormingen van de zorg.
De IGJ lijkt die ontwikkeling in haar toezichtstrategie te volgen. Hoewel de IGJ een onafhankelijke toezichthouder is, benoemt de inspectie personeelsschaarste nadrukkelijk als een maatschappelijk risico en past de eigen werkwijze daarop aan. Met minder inspecteurs beschikbaar moeten er vervolgens nu weer nieuwe keuzes worden gemaakt. De inspectie geeft aan dat in de toekomst daarom selectiever gewerkt kan worden bij het uitvoeren van controles. De IGJ noemt grote zorginstellingen die hun kwaliteitssystemen aantoonbaar op orde hebben, laten zien dat zij leren van incidenten en een goede reputatie hebben kunnen rekenen op een andere vorm van toezicht dan organisaties waar grotere risico’s worden gezien. De inspectie stelt dat capaciteit bewuster ingezet gaat worden en toezicht wil afstemmen op risico’s, signalen en het verwachte maatschappelijke effect.
Inspecteur-generaal IGJ: “Hoe groter het vertrouwen, hoe minder wij daar bovenop zitten.”
Niet alleen minder inspecteurs
De inkrimping van de IGJ doet lijken op een reactie op de financiële en personele uitdagingen waar de overheid voor staat. Uit beleidsstukken blijkt dat de belangrijkste veranderingen in het toezicht al eerder zijn ingezet. Risicogericht werken, datagedreven toezicht en het leveren van een betekenisvolle bijdrage aan de transformatie van de zorg maken al deel uit van de koers die de inspectie heeft uitgezet. De aangekondigde reorganisatie lijkt die ontwikkeling vooral te versnellen.
Uiteindelijk lijken de oplopende personeelstekorten de belangrijkste aanjager van de veranderingen in de zorg. En inmiddels dus ook van het toezicht daarop. Personeelstekorten worden een reden om anders toezicht te houden, terwijl diezelfde personeelstekorten juist een van de grootste risico’s vormen voor de kwaliteit van zorg. Minder inspecteurs betekent dat de inspectie vaker keuzes moet maken in waar capaciteit ingezet wordt. Daarmee verschuift het toezicht van directe controle op de praktijk naar meer toezicht op de manier waarop organisaties hun kwaliteit organiseren en verantwoorden. Door toe te zien op de naleving van kwaliteitseisen bewaakt de inspectie de ondergrens van wat als goede zorg geldt. Daarmee wordt de professionele norm beschermt en geeft het zorgverleners houvast om elkaar en hun organisatie daarop aan te spreken. Wanneer de inspectie daar door beperkte capaciteit minder zichtbaar op kan toezien, kan ook de ruimte om het vak uit te oefenen verder onder druk komen te staan. En juist gebrek aan professionele autonomie en zeggenschap is voor veel zorgprofessionals een reden om de zorg te verlaten. Dan worden personeelstekorten niet alleen de aanleiding voor een andere manier van toezicht, maar kan het ook de uitstroom doen toenemen.