Het kabinet presenteert zijn nieuwe zzp-plannen als een stap richting ‘rust en duidelijkheid’. Als je de aangekondigde wetswijziging, de Kamerstukken en de oproep van zzp-clubs bekijkt, is er iets anders aan de hand. Het risico op schijnzelfstandigheid wordt anders ingedeeld, maar de handhaving houdt aan. Zelfstandig ondernemers en opdrachtgevers staan nog steeds met lege handen.
De boodschap: ‘meer rust en duidelijkheid’
Het kabinet kiest “voor meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers”, zo luidt het nieuwsbericht vanuit de overheid.
Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie knipt de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) in tweeën en houdt het deel overeind dat werkenden tot € 39 per uur moet beschermen tegen uitbuiting. Via een wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kunnen zzp’ers met een uurtarief tot € 39 straks een arbeidsovereenkomst claimen, als zij zelf besluiten dit aan de rechter voor te leggen.
Het kabinet communiceert drie ontwikkelingen.
- De maatregelen zorgen voor ‘meer rust bij zzp’ers en opdrachtgevers‘;
- De onderkant van de arbeidsmarkt krijgt meer rechtszekerheid;
- Het onderdeel ‘inbedding = dienstverband‘ binnen de Vbar wordt losgelaten.
De stap om de onderkant van de arbeidsmarkt meer te beschermen werd door een aantal organisaties direct aangegrepen om de nieuwe minister uitvoerig te feliciteren. De reactie van Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) viel het meest op. VZN spreekt van een kabinet dat “aan de slag gaat met het zzp-beleid” en een minister die “er geen gras over laat groeien”.
Het probleem is alleen dat zelfstandig ondernemers en hun opdrachtgevers in de praktijk weinig hebben aan deze stap.
Handhaving schijnzelfstandigheid blijft ongewijzigd
De on-rust en on-duidelijkheid van dit moment wijzigen niet, omdat de handhaving schijnzelfstandigheid op de wet DBA ongewijzigd blijft.
- De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft ongewijzigd;
- De rechtszekerheid van zelfstandig ondernemers is niet geregeld;
- Voor opdrachtgevers en opdrachtnemers geldt dus; aanhoudende onduidelijkheid.
Drie weken geleden kreeg Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) nul op het rekest bij haar oproep aan het kabinet om zelfstandig ondernemers te beschermen tegen de gevolgen van de handhaving. Via een position paper voor het zzp commissiedebat stelde Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) dat “de huidige situatie (handhaven zonder duidelijke criteria) ertoe leidt dat opdrachtgevers extreem voorzichtig zijn geworden met de inhuur van zzp’ers.”
De enige oplossing? Stoppen met handhaving als je de wet niet helder toe kunt passen.
De onduidelijkheid is al ruim een jaar aan de hand. Opdrachtgevers beëindigen opdrachten voortijdig, bieden zzp’ers tijdelijke arbeidsovereenkomsten aan of forceren zelfstandigen via uitzend- en detacheringsconstructies te werken. VZN stelde enkele weken geleden nog dat hier nú iets voor moest gebeuren. De volgorde van beleid moest worden omgedraaid en de brede handhaving gestopt, zo luidde de oproep. Eerst moet duidelijkheid worden gecreëerd over de criteria voor zelfstandig ondernemerschap en pas daarna kan er effectief worden gehandhaafd.
Het kabinet reageerde op de position paper van VZN door te ‘herkennen’ dat opdrachtgevers terughoudender zijn geworden met het inhuren van zzp’ers. Om er volgens niets aan te doen. De handhaving gaat gewoon door, ook al berokkent dit zelfstandig ondernemers grote schade.
Meer onrust en onduidelijkheid voor zelfstandig ondernemers en opdrachtgevers
Dat een vereniging voor zelfstandig ondernemers viert dat de basis van de arbeidsmarkt wordt beschermd, is bijzonder te noemen. Zo’n zelfde jubel reactie zagen we enkele weken geleden ook vanuit zzp belangenbehartiger SoloPartners, die sprak over “goed nieuws voor zzp’ers” en “eindelijk meer duidelijkheid”. Maar die conclusie is voorbarig. Wat er politiek is aangekondigd, is vooral een nieuwe richting voor toekomstige wetgeving. De regels waar opdrachtgevers en zelfstandigen vandaag mee te maken hebben, veranderen er nauwelijks door.
“Leuk voor 2027. En wat gaan we de resterende >75% van 2026 doen? De markt nog meer kapot laten gaan?” Deze reactie van een zzp’er onder de LinkedIn post van Thierry Aartsen laat zien waar het probleem ligt. In het hier en nu. De onrust en onduidelijkheid van dit moment voor zelfstandig ondernemers en hun opdrachtgevers houdt dus aan, omdat nog steeds niet duidelijk is wanneer je wel of geen zzp’er in mag huren.
Want let op, ook onder de € 39 mag je straks nog steeds een zzp’er inhuren. Alleen met nog meer risico.
‘Rechtsvermoeden’ verandert het risico, maar niet de onduidelijkheid
In een prima stuk van ZiPconomy wordt uitgewerkt wat het minimum tarief voor opdrachtgevers en zzp’ers betekent.
- ZZP’ers met een uurtarief tot € 39 kunnen eenvoudiger een arbeidsovereenkomst claimen;
- Dat moeten die werkenden dan wel zelf afdwingen. De Belastingdienst of Arbeidsinspectie handhaaft er niet op;
- De werkende kan met een uurtarief van < € 39 ook als zzp’er ingehuurd worden, als beide partijen dat willen;
- Totdat de zzp’er het niet meer ziet zitten en met terugwerkende kracht -eenvoudiger- een arbeidsovereenkomst claimt;
- De risico’s voor de opdrachtgever met een zzp’er voor < € 39 per uur nemen dus toe, zou je kunnen stellen.
Het rechtsvermoeden verandert vooral de juridische positie in een conflict, maar geeft geen duidelijkheid over wanneer je ‘buiten’ dienstverband werkt. Het kabinet schuift dus met risico’s, maar biedt geen ‘rust en duidelijkheid’ voor opdrachtgevers. In plaats van duidelijkheid te creëren over wanneer iemand zelfstandig kan werken, verschuift het kabinet het juridische risico naar een specifiek deel van de arbeidsmarkt: opdrachten onder de €39 per uur.
Deze koers sluit aan bij de lijn die vakbonden al langer bepleiten: het terugdringen van zelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt en het stimuleren van dienstverbanden. De wens van de polder wordt dus vlot ingewisseld, terwijl zelfstandig ondernemers hier niets mee opschieten. Je kunt dat “er geen gras over laten groeien” noemen. Maar voor veel zelfstandigen voelt het eerder als “een vlag op een modderschuit”.
De kernvraag blijft bestaan: wanneer mag je wél een zzp’er inhuren?
De naderende Vbar is niet de ‘bron van veel onrust in de markt’, zoals het kabinet stelt. De handhaving op de huidige wetgeving is de bron van onrust. Wanneer is iemand precies ondernemer? Wanneer is er precies sprake van gezag? Wanneer verandert een opdracht feitelijk in een arbeidsovereenkomst? De Belastingdienst kan het niet uitleggen, maar blijft handhaven. De wetgever kan het niet uitleggen, maar laat op de wet handhaven.
Zelfstandig ondernemers en hun opdrachtgevers zijn dus ondanks alle lofuitingen en zelffelicitatie niets opgeschoten. Niet vandaag, niet morgen en waarschijnlijk ook niet de rest van dit jaar. Opdrachtgevers die een zzp’er willen inhuren zoeken nog steeds naar hetzelfde antwoord als de afgelopen decennia: wanneer kan dat veilig, zonder later het verwijt van schijnzelfstandigheid te krijgen? Zolang die vraag niet duidelijk wordt beantwoord, verandert er weinig aan de onrust die de afgelopen jaren rond het werken met zelfstandigen is ontstaan.
Opmerkelijk genoeg waarschuwde Thierry Aartsen hier zelf al voor toen hij nog Kamerlid was. “Veel bedrijven weten simpelweg niet meer wat wel en niet mag. Uit angst voor naheffingen kiezen ze ervoor om maar helemaal geen zzp’ers meer in te schakelen.” En ook: “Ik maak me grote zorgen, omdat de Belastingdienst gaat handhaven op een oude onduidelijke wet. Door de onrust stoppen opdrachtgevers en verliezen zzp’ers hun inkomen.”
Als het kabinet werkelijk duidelijkheid wil bieden aan zelfstandig ondernemers, dan is de conclusie onvermijdelijk. De huidige handhaving schijnzelfstandigheid botst met het regeerakkoord. Gaat minister Thierry Aartsen ingrijpen? Of volgt hij de bestaande ambtelijke koers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid?