Het vaste dienstverband is volgens de politiek en polder het antwoord op alle problemen van de arbeidsmarkt. Onderzoek laat zien dat dit voor de mensen die het werk doen anders ligt. Flexibel werkenden zoals oproepkrachten in loondienst laten massaal zien dat zij helemaal geen behoefte hebben aan een vaste arbeidsovereenkomst. Flexibiliteit, vrijheid en de mogelijkheid om werk en privé te combineren zijn voor hen waardevoller dan ‘de zekerheid van een vast dienstverband’. Juist in de zorg, waar de uitstroom uit vaste dienst al jarenlang torenhoog is, werkt dwang naar een vast dienstverband niet. Toch blijft Den Haag vasthouden aan hetzelfde mantra: vast werk is de norm, of je dat nu wilt of niet.
Oproepkrachten niet geïnteresseerd in vast dienstverband
Een recent onderzoek van SEO laat zien dat de meerderheid van de oproepkrachten geen behoefte heeft aan een vaste arbeidsovereenkomst. Voor 77 procent blijkt de oproepbaan geen primaire inkomensbron, maar een aanvulling naast studie, ander werk of het inkomen van de partner. Dit blijkt een belangrijke drijfveer voor het willen vasthouden aan flexibiliteit. De medewerker is niet afhankelijk van het inkomen.
Het rapport stelt dat “reguliere oproepkrachten die naast hun oproepbaan een andere baan hebben en/of geen kostwinner zijn binnen hun huishouden, aangeven bewust te kiezen voor een nulurencontract en willen geen minimumaantal uren per periode vastleggen”. Het gaat deze flexwerkers dus niet om de ‘zekerheid van een vast contract’, maar om de ruimte om zelf het werk te plannen en te combineren met andere verantwoordelijkheden. Het onderzoek benadrukt dat oproepkrachten vooral waarde hechten aan het zelf bepalen van werktijden, een wens die bij een vaste arbeidsovereenkomst juist onder druk staat.
Wat is SEO?
SEO Economisch Onderzoek is een onafhankelijk wetenschappelijk instituut dat verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoekt in opdracht van ministeries arbeidsmarktvraagstukken. Voor dit rapport zijn niet alleen CBS-microdata geanalyseerd (waar duizenden oproepkrachten in de enquêtes vertegenwoordigd zijn), maar zijn er ook focusgroepen gehouden en is een literatuurstudie uitgevoerd. Dit rapport gaat specifiek in op oproepkrachten, die in loondienst zijn bij een vaste werkgever.
Zorgsector: overtuigd flexwerker om werk / privé te combineren
Terug naar het onderzoek. Wat schrijft men over de zorgsector? In de gezondheidszorg is de positie van oproepkrachten opvallend stabiel. Ongeveer 13 procent van alle oproepkrachten in Nederland, werkt in de zorg. Van iedere 100 zorgmedewerkers, werken er 27 flexibel – exclusief zzp. Uit onderzoek van Maurits e.a. (2013) blijkt dat 55% van de groep oproepkrachten aangeeft dat zij de voordelen van flexibel werk groter vindt dan de nadelen van een vaste arbeidsovereenkomst. Zij waarderen vooral de vrijheid om werk en privé te kunnen combineren en hun inzet af te stemmen op persoonlijke omstandigheden of andere werkzaamheden. Slechts een minderheid van de flexwerkers ervaart structurele problemen zoals te weinig uren, gebrek aan binding met collega’s of moeite om kennis op peil te houden.
Ieder jaar een aanbod voor een vaste arbeidsovereenkomst
Omdat deze groep in de regel geen hoofdkostwinnaar is, heeft zij veel ruimte om andere keuzes te maken. Oproepkrachten kunnen werk accepteren of weigeren, zonder dat dit direct de bestaanszekerheid van het huishouden onder druk zet. Alleen de kleine groep zorgprofessionals die volledig afhankelijk is van oproepwerk geeft aan meer behoefte te hebben aan zekerheid in uren, maar dat is de uitzondering en niet de regel. Volgens de CAO wordt ieder jaar de mogelijkheid van een vaste arbeidsovereenkomst aan oproepkrachten aangeboden.
Sinds 2020 zijn werkgevers namelijk wettelijk verplicht om oproepkrachten na twaalf maanden een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang, gebaseerd op het gemiddeld aantal gewerkte uren. De gedachte was dat dit de stap naar een vaste arbeidsovereenkomst zou bevorderen. In de praktijk blijkt echter iets anders. Zelfs als een vaste arbeidsovereenkomst jaarlijks wordt aangeboden, wijzen velen dit af. De flexibiliteit van de oproepovereenkomst is waardevoller dan de verplichtingen van een vast dienstverband. Het verplichte aanbod verandert daarmee weinig aan de kern van het probleem: de vaste arbeidsovereenkomst sluit voor de meeste flexwerkers simpelweg niet aan bij hun behoeften. Voor zzp’ers in de zorg geldt dit precies hetzelfde; flexibel werkende professionals willen niet terug in een vast dienstverband. De redenen worden keer op keer herhaald, maar dat is voor de politiek en de vakbonden niet relevant.
Polder en politiek: iedereen een vast dienstverband
Voor de politiek en de polder zijn de behoeften van werkenden geen onderwerp. Terwijl oproepkrachten en andere flexibel werkenden zoals zzp’ers laten zien dat zij vooral behoefte hebben aan ruimte, vrijheid en de mogelijkheid om werk en privé te combineren, blijft de politiek het vaste dienstverband presenteren als dé oplossing voor alles. Voormalig minister Van Hijum vatte dat samen bij de presentatie van het Wetsvoorstel voor meer zekerheid flexwerkers, waarin een einde gemaakt moet worden aan nuluren- en oproepcontracten.
“Als je zeker bent van je inkomen en van je werktijden geeft dat rust. Het schept ruimte om plannen te maken voor de toekomst. Om misschien een huis te kopen of een gezin te stichten.” – persbericht Rijksoverheid, 19 mei 2025.
Het mantra: het vaste dienstverband = de norm. Want dan pas ben je je ‘bestaan – zeker’. De stapeling van anti-flexbeleid is dus in volle gang en oproepcontracten moeten eruit. Dat betekent in dit geval dwang voor 120.000 zorgmedewerkers met dit type flexibele arbeidsovereenkomst.
De polder cocktail: alleen vaste zorgmedewerkers blijven over
Als je alle aangekondigde maatregelen op een rij zet, ontstaat er een stevige polder cocktail. Nuluren- en oproepovereenkomsten verdwijnen, uitzendwerk wordt duurder en minder flexibel, tijdelijke contracten worden strakker begrensd en zzp inzet wordt zoveel mogelijk belemmerd. Voor zorgprofessionals betekent dit dat bijna elke ontsnappingsroute naar flexibel werk wordt dichtgezet. Terwijl het vaste dienstverband juist de reden is dat mensen flexibel willen werken. Juist in die werkvorm zijn verzuim en uitstroom structureel hoog en wordt de werkdruk als ondraaglijk ervaren.
De vraag wordt daarmee wat de zorgprofessional gaat doen als elke vorm van flexibel werk ontmoedigd of onmogelijk wordt gemaakt? Het risico is groot dat zij simpelweg afhaken. Doorstroom naar zzp waar mogelijk, of uitstroom uit de zorg waar dat niet kan. Daarmee sluiten zij zich aan bij de reeds bestaande tienduizenden collega’s die iedere maand de sector verlaten. De zorg wordt niet sterker van dit soort polder beleid, maar kwetsbaarder. Want terwijl de overheid haar mantra’s blijft herhalen, trekken zorgprofessionals hun conclusie.