Onderzoek door Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) laat zien dat het animo voor een nieuw vast dienstverband afneemt. Reden hiervoor zijn de omstandigheden in loondienst. Het aantal zorgmedewerkers dat na ontslag niet opnieuw kiest voor een dienstverband steeg van 1 op 4 naar 1 op 3. “Mensen die hun baan opzeggen in zorg en welzijn, vertellen al jaren hetzelfde verhaal. Werkgevers slagen er niet in om het tij te keren”, aldus PFZW. Toch zien zorgorganisaties en het ministerie van VWS het vaste dienstverband nog steeds als ‘de norm’.
‘Werkgevers slagen er niet in vaste medewerkers te binden’
De afgelopen zes jaar deed Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) vier keer onderzoek onder duizenden zorgmedewerkers. Het laatste PFZW-onderzoek naar uitstroom werd vorige week gepubliceerd en laat zien dat animo voor nieuw vast dienstverband afneemt. Maar liefst 6500 zorgmedewerkers in loondienst gaven dit keer antwoorden op vragen over de redenen waarom zij hun vaste dienstverband beëindigden. “Onvrede over de leiding en te weinig invloed op de inhoud van het werk blijven de belangrijkste vertrekredenen”, aldus het pensioenfonds. Een verstikkende top-down aanpak, geen inspraak en zeggenschap, een onveilige sfeer, hoge werkdruk en onnodige administratieve lasten kwamen ook dit keer als grootste problemen uit de bus. Dit is niet anders dan voorgaande jaren. Werkgevers blijken machteloos om dit te keren. “Medewerkers … wijzen over de jaren heen naar dezelfde verbeterpunten bij hun werkgevers. En die slagen er op hun beurt helaas niet in om het tij te keren. Ondanks dat de signalen al lange tijd gelijkluidend zijn, lijken veel werkgevers niet in staat hun beleid aan te passen om hun medewerkers sterker aan zich te binden.”
Werkgevers: ‘beste zzp’er, kies voor vast!’
Dat werkgevers ver af staan van hun eigen functioneren, wordt goed duidelijk nu de handhaving op schijnzelfstandigheid nadert. Klakkeloos wordt het vaste dienstverband aangeraden aan zzp’ers. Zo zagen we bij Pluryn, een organisatie voor GGZ en Gehandicaptenzorg, dat zelfstandigen worden geworven met de boodschap ‘zzp’en in de zorg wordt anders: kies voor vast’. Het onderzoek van PFZW stelt echter dat juist “in de sectoren Gehandicaptenzorg en GGZ het aandeel vaste medewerkers dat vrijwillig vertrekt het hoogst is”. In andere sectoren speelt hetzelfde probleem. Op de website van het IJsselheem ziekenhuis verdient #kiesvoorvast zelfs een eigen pagina. De werkgever hoopt zzp’ers te werven met ‘een fijne CAO’, ‘goede balans tussen privé en werk’, ‘fijne collega’s’, ‘een goede werksfeer’ en ‘veel ruimte om jezelf verder te ontwikkelen’. Ziekenhuizen scoren volgens PFZW het slechts van alle sectoren op het onderdeel ‘opleidingsmogelijkheden’, naast de bestaande problemen op alle andere onderdelen van het dienstverband. Zorgorganisaties slagen er klaarblijkelijk niet in om het werkgeverschap op orde te krijgen, maar negeren eveneens het onderzoek dat stelt dat dit hoog tijd wordt. Volgens pensioenfonds PFZW is er ‘reden tot zorg’ nu werkgevers er de afgelopen zes jaar niet in geslaagd zijn om het tij te keren.
Een derde vaste zorgmedewerkers keert niet terug in loondienst
Terug naar de resultaten onder vaste zorgmedewerkers. Hoe staat het met de aantrekkingskracht van het vaste dienstverband? Een derde van de zorgmedewerkers die het vaste dienstverband opzegt, keert niet meer terug in een nieuw dienstverband binnen de zorg. Eén op de drie. Dat was bij het vorige onderzoek nog een kwart van de respondenten. De animo voor een vast dienstverband neemt dus af. Dit wordt bevestigd door een toename van de uitstroom. Van 2017 tot en met 2020 was de uitstroom uit de sector jaarlijks circa 120.000. Dat is in 2022 en 2023 toegenomen tot meer dan 150.000 per jaar. Naast werkgevers in de zorg, blijken ook de ministeries SZW en VWS de onderzoeken van PFZW te negeren. Minister van Hijum van Sociale Zaken gaf onlangs tijdens een debat over de aanpak schijnzelfstandigheid nog aan dat “werkgevers in de zorg er inmiddels in geslaagd zijn om het dienstverband op orde te brengen”. De stap van zzp naar dienstverband zou om die reden logisch zijn. Het tegenovergestelde blijkt waar. Minister Agema liet weten dat zij niet gelooft dat zzp’ers massaal uitstromen als zij richting een dienstverband worden gedwongen. “Het stoppen met je baan en het verlaten van de zorg is een rigoureuze stap” gaf de minister aan. In een interview met Zorgvisie gaf zij aan dat het onderwerp zzp’ers in de zorg “eigenlijk een onderwerp is voor de minister van Sociale Zaken”. Daarmee negeert ook zij de signalen die zorgmedewerkers al jaren geven. Met alle gevolgen van dien. Uit het onderzoek van PFZW blijkt nu dat ook vaste medewerkers het stoppen met je baan en het verlaten van de zorg als een heel logische route zien. In een krappe arbeidsmarkt blijkt dit geen groot probleem. PFZW – “Zij die de sector verlaten gaan in diverse sectoren aan het werk.”
Belangrijkste reden voor uitstroom? Opnieuw het management
De relatie die medewerkers met hun directe leidinggevende hebben, is de belangrijkste voorspeller voor werktevredenheid (Allas & Schaninger, 2020). Juist die relatie staat al jaren onder druk. PFZW – “Het management of de organisatie blijft een belangrijke reden waarom werknemers hun baan opzeggen in zorg en welzijn. De bevindingen komen grotendeels overeen met voorgaande jaren. Wisselingen van leidinggevenden zorgen voor onrust en gemaakte afspraken die ongedaan worden gemaakt. Met betrekking tot de organisatie blijkt de top-down aanpak ervoor te zorgen dat beslissingen zonder overleg met het personeel genomen worden. Hierdoor voelt men zich niet gehoord en gesteund en kunnen zij door een gebrek aan autonomie niet op de gewenste manier zorg leveren.” De ‘Wet Zeggenschap in de Zorg‘ die sinds vorig jaar is ingegaan en inspraak moest afdwingen, heeft niet tot verbetering geleid. Het Integraal Zorgakkoord van twee jaar geleden beloofde “het werkplezier en behoud van zorgverleners te vergroten, door doorlopende dialoog met hun medewerkers, met expliciete aandacht aan scholing- en loopbaanmogelijkheden, hersteltijd, de werk-privé balans en betrokkenheid bij strategie, beleid en uitvoering.” Op al deze punten is geen vooruitgang bereikt.
Werkgevers veroorzaken flexibilisering in de zorg
Is de zzp’er een oorzaak, of een gevolg van het slechte dienstverband? Minister Agema gaf onlangs aan dat de groei van het aantal zelfstandigen (!) tot een vicieuze cirkel van flexibilisering in de zorg leidt. Agema: “de toename van zzp’ers veroorzaakt onvrede onder werknemers in loondienst, wat meer mensen aantrekt naar het zzp-schap.” Dit standpunt blijkt niet te kloppen. Het onderzoek van PFZW onderstreept eens te meer dat uitstroom en – vervolgens – flexibilisering van zorgmedewerkers wordt veroorzaakt door slechte omstandigheden in een dienstverband. Niet door zzp’ers. Van de 6413 respondenten binnen dit onderzoek, kozen slechts 185 zorgmedewerkers (3%) na het verlaten van het dienstverband voor een bestaan als zzp’er in de zorg. Zoveel ‘meer mensen‘ die de stap maken naar zzp zijn er dus helemaal niet. Twee jaar geleden vatten we al onderzoek samen dat bewees dat flexibilisering, verzuim, verloop en uitstroom dezelfde redenen hebben: de omstandigheden in een dienstverband. Ook die onderzoeken zijn de laatste jaren stelselmatig genegeerd.
Het vaste dienstverband: de ziekmakende norm
Werkgevers weten het vaste dienstverband niet te verbeteren en onttrekken zich aan jarenlang onafhankelijk onderzoek dat laat zien dat zij de leegloop in de zorg zelf veroorzaken. Inmiddels roepen zij zzp’ers op om ‘solidair’ te zijn en ook te kiezen voor een vast dienstverband. Op dit moment vooral gesteund door duurbetaalde adviseurs die het vaste dienstverband prediken in verband met de handhaving op schijnzelfstandigheid. Ook al is het vaste dienstverband aantoonbaar ziekmakend; het is voor organisaties nog steeds ‘de norm’. Nieuwe wetgeving en een Integraal Zorgakkoord hebben zorgorganisaties geen andere houding doen aannemen. Naast dit PFZW onderzoek, zijn de signalen talrijk.
- Langdurig verzuim breekt records in de zorg;
- Zorgmedewerkers geven voortdurend aan overbelast te zijn;
- Uitstroom uit de sector neemt steeds grotere vormen aan.
Het ministerie van VWS, belast met de opdracht voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt, reageert selectief op dit soort signalen en staat daarmee ver af van de praktijk. Agema: de handhaving op schijnzelfstandigheid zal “in ieder geval bijdragen aan het doorbreken van de stijgende trend in zzp-schap en daarmee het doorbreken van de vicieuze cirkel. De verwachting is dat dit eerder zal leiden tot de wederzijdse wens tot aanstellingen in dienstverband.” Dat dienstverband is geen wederzijdse wens meer, voor zowel zzp’ers áls vaste medewerkers. Het is volstrekt logisch dat een verplicht dienstverband 75% van de zzp’ers uit de zorg drijft. Met de huidige stand van het vaste dienstverband zien wij de handhaving op schijnzelfstandigheid als een groot risico dat het tekort aan zorgpersoneel alleen maar verder zal vergroten.
Het onderzoek van PFZW zelf opvragen? Stuur een e-mail naar het adres onderaan dit artikel.
