Nu het tweede concept van de VBAR nog niet veel verbetering laat zien ten opzichte van de eerste versie, komt het tegengeluid van belangenbehartigers meer op gang. De NBBU liet onderzoek doen naar de zelfredzaamheid van zzp’ers in Nederland. De conclusie van hun onderzoek: zzp’ers zijn niet kwetsbaar.
Negatieve beeldvorming over zzp’ers wordt gebaseerd op een kleine minderheid
De groep zzp’ers is zó divers en breed, dat je er alle kanten mee uit kunt. Zo kun je de groep als kwetsbaar bestempelen en er vervolgens nieuwe wetgeving op loslaten. ZZP’ers zouden vaak gedwongen zijn om als zzp’er te werken en hun financiële situatie wordt als precair voorgesteld. Dit type negatieve beeldvorming over zzp’ers wordt gebaseerd op een kleine minderheid, zo blijkt nu uit onderzoek van de intermediair koepel NBBU. Volgens de belangenorganisatie moet er een einde komen aan deze achterhaalde manier van praten over zzp’ers. Het leidt tot wetgeving die de brede groep niet helpt. Als we bijvoorbeeld kijken naar de onderbouwing van de verplichte AOV zzp, dan stelt de minister dat “een verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen de groep beter moet beschermen bij ziekte”. Zij wil de groep zelfstandigen niet „aan hun lot overlaten”. Volgens de NBBU is de zzp’er echter zelfstandiger en onafhankelijker dan altijd aangenomen. “Veruit de meeste zelfstandigen hebben uit overtuiging voor het zzp-schap gekozen en het overgrote merendeel van de zzp’ers is financieel onafhankelijk genoeg om het bij economische tegenwind minimaal een halfjaar financieel uit te houden.”
Omvang van de groep zzp’ers
In totaal hebben 1,7 mln. personen een vorm van inkomen als zzp’er. Zo’n 400.000 reguliere werknemers hebben Resultaat uit Overige Werkzaamheden (ROW) naast hun baan. Zo’n 100.000 studenten sturen een factuur voor hun inkomen en 150.000 gepensioneerden werken er nog als zzp’er naast. Voor ruim 1 miljoen personen in Nederland is het inkomen als zelfstandige de belangrijkste vorm van inkomen. Het onderzoek door de NBBU heeft betrekking op deze groep.
Inkomen van de groep zzp’ers
Het inkomen van zzp’ers loopt sterk uiteen. Een kwart van de zzp’ers heeft een bruto jaarinkomen dat lager ligt dan €20.000. Zo’n 35% heeft een jaarinkomen tussen de €20.000 en €50.000. Ongeveer 20% heeft een jaarinkomen tussen de €50.000 en €75.000 en ongeveer 20% heeft een inkomen hoger dan €75.000. Daarmee is slechts een kleine groep financieel kwetsbaar en zou daar geen wetgeving voor de complete groep op gebaseerd moeten worden, zo stelt de NBBU.
Inkomen zzp’ers in de zorg
Binnen de zorgsector verdient meer dan de helft van de zzp’ers een inkomen dat hoger ligt dan € 30.000. “Qua inkomen laten zzp’ers in de zorg een gevarieerd beeld zien dat in grote mate op dat van de gemiddelde zzp’er lijkt. Ongeveer 40% van de zzp’ers in de zorg verdient minder dan €30.000, vergelijkbaar met de totale groep zzp’ers in Nederland. Wel is er ook een relatief grote groep zzp’ers in de zorg die in de hoogste inkomensklasse valt. Zo verdient 15% van de zzp’ers in de zorg meer dan €100.000.”
Ook zzp’ers in de zorg zijn geen kwetsbare groep
Meer dan de helft van de zzp’ers in de zorg houdt het op eigen kracht meer dan zes maanden vol bij een gebrek aan inkomen, zo blijkt uit dit onderzoek. Het aantal zzp’ers in de zorg dat na één jaar inkomensderving onder de grens van het minimumloon uitkomt is 25%, de op twee na best presterende sector uit het onderzoek. ZZP’ers blijken allerminst een kwetsbare groep. Het onderzoek laat duidelijk zien dat het niet nodig is om de groep te beschermen tegen zichzelf. De vraag is wel of onderzoek zoals dit tot nieuwe argumenten leidt bij bewindspersonen. We stelden al eerder vast dat het zzp dossier al lang niet meer gaat over de positie van de zzp’er, maar het in stand houden van het vaste dienstverband. Feiten zijn in dat opzicht niet heel helpend voor een kabinet met een doelredenatie. Ook onderzoek door TNO en CBS van een jaar geleden over de opbrengst van het ondernemerschap in de zorg, deed de gemoederen over zzp’ers in de zorg niet veranderen. Wat de impact van dit – en ander – onderzoek zal zijn blijven we volgen.