De afgelopen weken werd opnieuw duidelijk dat zorgprofessionals ook in 2026 de prijs betalen voor de voortdurende onduidelijkheid rond het zzp-dossier. Een groep principiële zorgbestuurders presenteert een zzp-stop nog steeds als ‘verantwoordelijkheid nemen’. Voor de praktijk betekent dit iets anders. Vaste medewerkers blijven werken onder dezelfde structurele werkdruk, terwijl zzp’ers via hun bestaanszekerheid onder druk worden gezet.
Zorgbestuurders willen nog steeds van zzp’ers af
Twee recente artikelen in Zorgvisie laten zien hoe bestuurders het dossier schijnzelfstandigheid in de zorg blijven framen. In een verslag van een poll reageren zorgbestuurders en HR-directeuren fel op de uitstel van boetes voor schijnzelfstandigheid. Zij zijn voor strengere handhaving en geven aan dat “slecht gedrag” op deze manier wordt beloond. Slecht gedrag wil in dit geval zeggen; het door blijven gaan met de inhuur van zzp’ers. Instellingen die “hard hebben gewerkt aan nul zzp” worden op deze manier niet beloond voor hun ‘goede’ gedrag. In een opiniestuk van twee VVT-bestuurders wordt die lijn herhaald. Een zzp-stop is noodzakelijk voor “kwaliteit, continuïteit en rechtmatigheid”, terwijl uitstel wordt neergezet als een ondermijning van het “eerlijke speelveld”. In beide stukken zie je dezelfde logica terugkomen. Een zzp-stop is logisch, want zzp is een probleem dat gecorrigeerd moet worden.
‘Bij dwang keren ze vast weer terug in loondienst’
De twee artikelen maken duidelijk dat deze zorgbestuurders zzp niet zien als het symptoom van een vastgelopen arbeidsmarkt, maar als een gedragsprobleem dat je moet corrigeren. In hun logica is ‘geen zzp-inhuur’ puur een kwestie van discipline. Wie stevig doorzet, krijgt uiteindelijk iedereen weer in loondienst. Het uitgangspunt is daarmee dat zzp’ers vooral verdwaalde werknemers zijn die met voldoende druk, dreiging en handhaving terugkeren naar de ‘normale’ arbeidsrelatie. Ondernemerschap speelt in dit frame geen enkele rol. Dat professionals bewust kiezen voor autonomie, zeggenschap en andere voorwaarden is totaal niet relevant. Zorgbestuurders gaan uit van het vaste dienstverband als enige logische norm. Andere keuzes moeten worden gebroken. We zitten daarmee nog steeds in het “buigen of barsten” scenario van halverwege vorig jaar. Daarmee ontkennen deze zorgbestuurders de werkelijkheid waarin professionals juist weglopen van het vaste dienstverband zelf.
Zorgbestuurders lijnrecht tegenover eigen zorgkoepels
De landelijke zorgkoepels – waar ook de twee zorgbestuurders bij aangesloten zijn – gaf het afgelopen jaar een heel ander geluid. ActiZ, VGN, de Nederlandse ggz en NFU pleiten al langer voor professionele en onderbouwde inhuur van zelfstandigen. Dit in tegenstelling tot zorgbestuurders die op zoek zijn naar ‘0 zzp’ en het ‘afkicken van de verslaving’. De koepels geven aan dat de zorg zonder flexibele inzet simpelweg niet functioneert en dat zelfstandigen juist helpen om continuïteit en kwaliteit mogelijk te maken. In reacties op de poll in Zorgvisie klagen bestuurders juist over de kwaliteit en continuïteit door zzp-inzet. Zij vinden dat zzp’ers de kwaliteit ondermijnen, dat solidariteit afneemt en vaste medewerkers harder moeten werken als gevolg van zzp-inhuur. In de bestuurskamers is men er nog niet uit of de zorg niet zonder zelfstandigen kan. Voor de mensen die het werk doen ligt dat anders.
Ook in 2026 betaalt de zorgprofessional de prijs
Zorgbestuurders verergeren de problemen waar hun eigen medewerkers dagelijks onder lijden, door de aanpak schijnzelfstandigheid onnodig te vertalen naar ‘nul zzp’. De structureel hoge werkdruk, hardnekkig verzuim, onmogelijke roosters, tekort aan collega’s en een gebrek aan zeggenschap over het eigen werk lossen ze niet op.Terwijl arbeidsmarkt data laat zien dat juist deze problemen professionals richting zelfstandigheid of uitstroom duwt, stellen zorgbestuurders nog steeds dat zzp een afwijking is die met discipline en handhaving moet worden gecorrigeerd. De werkelijkheid van de werkvloer – te weinig mensen, te veel werk, te weinig invloed – komt in hun verhaal niet voor. Zelfs een jaar ná de start van de onvolledige aanpak schijnzelfstandigheid. De problemen in de praktijk blijven daarmee voorlopig nog de motor achter de keuzes die professionals maken.