Een video op social media over het verdwijnen van oproepkrachten in de zorg werd massaal bekeken en leverde honderden gefrustreerde reacties op. Ook oproepkrachten kondigen aan te stoppen met de zorgsector, zoals ook zzp’ers dat deden toen hun werkvorm werd belemmerd. Het ‘vaste dienstverband als norm’ doet steeds meer flexibel werkende zorgmedewerkers kiezen voor alternatieven, zoals uitstroom.
Oproepkrachten verdwijnen vanaf 1 januari 2027
Vanaf 1 januari 2027 verdwijnen wat het kabinet betreft nulurencontracten en oproepcontracten. Daarvoor in de plaats komt het bandbreedtecontract: een contract met vooraf afgesproken minimum- en maximumuren. Afwijken van het minimum aantal uren mag voor slechts 30%. Deze wijziging wordt afgedwongen via de ‘Wet meer zekerheid flexwerkers‘. In de zorg gaat het om in totaal 117.000 zorgmedewerkers die geconfronteerd worden met het verdwijnen van de flexibele werkvorm oproepcontract of nul-uren contract. Ondanks dat de groep voor het leeuwendeel bestaat uit zorgmedewerkers die bewust kiezen voor flexibiliteit en ieder jaar expliciet afzien van een vast dienstverband, gaf het ministerie van Sociale Zaken aan dat zij hier geen boodschap aan heeft. Net zoals bij zzp worden flexibele werkvormen belemmerd en beperkt.
Zorgsector krijgt geen uitzondering
Dat het binnen de zeer krappe arbeidsmarkt van de zorg niet verstandig is om zorgmedewerkers van hun flexibele werkvorm te beroven, probeerde Kamerlid André Flach nog over te brengen aan SZW minister Hans Vijlbrief. Vooral de sector van verpleeghuizen en thuiszorg maakt zich veel zorgen over het verdwijnen van 58.000 oproepcontracten in die sector. Belangenorganisatie Actiz weet dat deze medewerkers zich niet laten dwingen naar een vast contract en zien veel van deze professionals onder druk komen te staan.
Onderzoek door het ministerie van SZW zelf had namelijk al aangetoond dat de groep oproepkrachten niet te dwingen zijn. Oproepkrachten en nul-uren contracten hebben geen behoefte aan een vast contract bleek uit onderzoek, omdat driekwart van de groep het werk er vaak ‘bij’ doet. Ze zijn niet afhankelijk van het inkomen en de kans is dus zeer reëel dat zij zich niet vast gaan leggen op contracturen.
Het SEO onderzoek stelt letterlijk dat oproepkrachten “doorgaans bewust kiezen voor flexibiliteit (…) en geven aan liever géén minimumafspraken te maken.”
De Tweede Kamer had daar geen boodschap aan. De zorgsector krijgt geen uitzonderingspositie. Werknemers hebben ‘recht op voorspelbare uren en inkomenszekerheid’, ook als werkenden geen behoefte hebben aan voorspelbare uren of inkomenszekerheid. Geen uitzondering voor de zorgsector dus. Het gevolg laat zich raden.
Oproepkrachten kondigen aan te stoppen met de zorg
Via een video op het social medium TikTok worden zorgmedewerkers geconfronteerd met het schrappen van de mogelijkheid om als oproepkracht te werken. Met 160.000 views en ruim 400 reacties wordt het sentiment onder de video vrij helder. Dat na zzp’ers nu ook oproepkrachten moeten verdwijnen uit de zorg wordt niet begrepen.
De reacties liggen in het verlengde van het onderzoek van SEO in opdracht van het ministerie. Dit beleid past niet.
Het levert een duidelijk signaal op over wat er onder een deel van de flexibele zorgmedewerkers leeft.
- Bij flexibel werken staan privé omstandigheden vaak centraal. “Ik kon zelf plannen wanneer en waar ik werkte. Ideaal met jonge kinderen. Ik zou alleen akkoord gaan met een 1 uurs contract want dan blijf ik de zelfregie houden wat voor mijn gezin super werkte”. Een contract van 1 uur is binnen de nieuwe wet geen oplossing;
- Het vaste contract beschermt in de praktijk niet. “Lang geleden was ik ook oproepkracht en er waren bijna nooit gaten in het rooster. Ik vond het fijn als oproepkracht omdat je toch meer vrijheid hebt wanneer je wil en kan werken. Werk nu met vaste uren maar werk vaak veel meer uren dan mijn contract uren dus word echt niet beschermd!!!”
- Flexibel werken is een manier om de werkdruk op te kunnen vangen en zelf regelmaat te kunnen bepalen. “Had een vast contract maar door al deze ongein en drukte heb ik ontslag genomen. Ik ben er klaar mee. Ontzettend jammer ik hield van m’n werk.” Onder de reacties zitten talloze zorgmedewerkers die aankondigen te stoppen onder deze voorwaarden.
- Het oproepcontract en nulurencontract blijkt een heel belangrijke werkvorm voor zorgmedewerkers die in alle andere gevallen zouden stoppen. “Mijn oproepcontract is de enige reden dat ik niet ben gestopt in de kraamzorg en met mij vele collega’s.”
Het is niet zonder reden dat één op de drie zorgprofessionals flexibel werkt in de zorg en bewust géén vast dienstverband heeft. Het vaste dienstverband werkt voor veel zorgprofessionals niet.
Ook oproepkrachten kondigen aan te stoppen
Het terugdringen van flexibele werkvormen is geen op zichzelf staande maatregel, maar een duidelijke beleidsrichting. Eerst werd het zzp-schap ontmoedigd, nu verdwijnen nuluren- en oproepcontracten. Daarmee wordt genegeerd dat deze werkvormen voor een grote groep zorgprofessionals een bewuste en noodzakelijke keuze zijn om überhaupt in de zorg te kunnen blijven werken. Omdat het vaste dienstverband te rigide is en te belastend is.
Na de aanpak richting zzp’ers zie je nu hetzelfde beleid bij oproepkrachten. Toen Hans Vijlbrief nog Kamerlid was stelde hij dat “er een heleboel mensen zijn die als zzp’er werken en dat met plezier doen. Gaan we die mensen nu het leven onmogelijk maken?” Flexibiliteit had volgens hem juist een bewuste functie op de arbeidsmarkt. Maar dat was vorig jaar. Inmiddels is hij minister en wordt flexibel werken door hem de pas afgesneden.
Over een jaar of twee vragen we af wie dat allemaal bedacht heeft. Want de impact op dit soort maatregelen wordt pas achteraf serieus genomen. Beleid leidt tot uitstroom, uitstroom leidt tot personeelstekorten en personeelstekorten worden vervolgens gebruikt om nieuwe ingrepen voor te stellen. Zo ontstaat geen oplossing, maar een zichzelf versterkende neerwaartse spiraal waar de zorgsector steeds verder in vastloopt.