tuchtrecht

Na zzp’ers, moeten nu ook oproepkrachten verdwijnen uit de zorg. Dit is waarom.

De overheid is opnieuw een werkvorm in de zorg aan het wegregelen. Na zzp’ers, moeten nu ook eigen oproepkrachten binnen organisaties verdwijnen uit de zorg. Via een nieuw wetsvoorstel wordt zorgmedewerkers ‘meer zekerheid’ beloofd, terwijl oproepkrachten in de zorg helemaal niet op die zekerheden zitten te wachten. 117.000 zorgmedewerkers raken op deze manier hun werkvorm kwijt, in een krappe en overbelaste arbeidsmarkt in de zorg.

Met een vast dienstverband ben je veilig

De Nederlandse arbeidsmarkt wordt al jaren vanuit dezelfde gedachte benaderd. Werk moet zekerheid geven en flex moet worden teruggedrongen. Het ‘vaste dienstverband is de norm’ en de wensen van werkenden zelf zijn hierbij niet relevant. In beleidsstukken van de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ en de nieuwe wet ‘Meer zekerheid flexwerkers’ zie je die lijn keer op keer terugkomen. De overheid stelt dat flexwerkers “meer perspectief (moeten krijgen, red.) op een contract voor onbepaalde tijd” en dat verschillen tussen vast en flex moeten worden verkleind. Omdat werkenden tegen zichzelf beschermd moeten worden.

Maatregelen moeten leiden tot “meer mensen met een vast contract”, wat tot “een betere balans op de arbeidsmarkt” zou leiden. De onderliggende aanname is dat werknemers met een flexibel contract liever een vast contract hebben. Het kabinet maakt zich op voor het aannemen van een nieuwe wet die dwang naar een vast dienstverband moet vereenvoudigen, door de werkvorm oproepkracht in loondienst door te strepen. In de vorige – mislukte – wet werd geprobeerd flex minder aantrekkelijk te maken en vast aantrekkelijker. Nu wordt de werkvorm oproepkracht hard doorgestreept, met als doel om mensen richting een vast contract te duwen.

De intentie is hetzelfde als bij het dossier zzp en geldt dus ook voor mensen met een flexibel arbeidscontract. Een vast dienstverband is het doel, dus flex wordt gepresenteerd als een probleem dat moet worden opgelost.

117.000 oproepkrachten in de zorg gaan verdwijnen

Als de zorgsector uit 100 personen zou bestaan, dan werken er 27 daarvan in een flexibele vorm, zoals zzp’ers, oproepkrachten (nul-uren) en uitzendkrachten. Op een totaal van 1.3 miljoen werkenden in de zorg werken er vele tienduizenden professionals met zo’n nul-uren oproepcontract. Neem bijvoorbeeld de VVT sector – verpleeghuizen en thuiszorg. “In de VVT werken ruim 58.000 oproepkrachten met een nul-urencontract”, zo stelt werkgeverskoepel Actiz. ActiZ vertegenwoordigt organisaties “met bijna 500 duizend medewerkers”, waarmee het aantal oproepkrachten neerkomt op ruim 10% van het totaal. Precieze cijfers uit de GGZ, VG-sector en ziekenhuizen zijn niet openbaar, maar uit beleidsstukken komt naar voren dat er 117.000 oproepkrachten in een dienstverband werken in de zorg. De ‘Wet meer zekerheid flexwerkers’ heeft met “een verbod op oproepkrachten een ongewenst effect”, aldus koepel Actiz.

Dat is goed voor te stellen, want de VVT sector weet dat deze oproepkrachten – net als zzp’ers – niet voor een vast contract gaan kiezen.

Oproepkrachten negeren jaarlijks een vast contract

Recent onderzoek vanuit het ministerie van Sociale Zaken zelf liet zien dat oproepkrachten geen behoefte hebben aan een vast contract. Van de 226.000 oproepkrachten in Nederland zijn er slechts 52.000 afhankelijk van dit werk als inkomensbron. De overige 174.000 zijn dat niet. De meerderheid van de oproepkrachten kiest dus bewust voor flexibiliteit en laat zich niet dwingen. Dat zie je terug in het gedrag. Sinds de huidige ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ moeten werkgevers iedere 12 maanden een vast aanbod doen voor het gemiddeld aantal uren dat gewerkt is. Maar oproepkrachten in de zorg gaan daar niet op in. Omdat een oproepcontract bij hun situatie past.

In de zorg gaat het bovendien vaak om mensen die het oproepwerk naast iets anders doen. Ze kiezen bewust voor autonomie, zo komt uit het onderzoek naar voren. Zelf bepalen wanneer je werkt, de combinatie met privé is leidend en ze hebben vaak een andere rol zoals ouder, mantelzorger of student. Precies dezelfde omstandigheden zoals die andere groep; de zzp’er in de zorg. Het vaste contract waar de overheid nu op stuurt, sluit expliciet níet aan bij flexibel werkenden. Daarmee wordt goed zichtbaar wat hier over de werkvormen heen écht speelt. Flexibiliteit is voor een groot deel van de zorgprofessionals geen probleem dat opgelost moet worden, maar precies de reden waarom ze dit werk doen. Toch moeten deze flexibele werkvormen koste van kost verdwijnen.

Meer tekort, bovenop tekorten

In het voorbeeld van de VVT sector betekent dit 0.4 fte x 58.000 oproepkrachten = 25.000 fulltimers. Als je rekent met het gemiddelde contract van 0.6 fte per huidige vaste zorgmedewerker in de VVT, gaat het dus over omgerekend ruim 42.000 collega’s die grotendeels niet meer aansluiten bij de gaten in het rooster. Zonder deze nieuwe maatregel lopen de tekorten op basis van arbeidsmarktprognoses zorg 2025–2035 al op tot 260.000 zorgmedewerkers.

Dit is hoe oproepkrachten gaan verdwijnen

De nieuwe wet Meer zekerheid flexwerkers wordt hard en dwingend. Het wetsvoorstel is bedoeld om flexwerkers “meer inkomens- en roosterzekerheid” te geven. De verschillen tussen vast en flex moeten verkleind worden, via een “aantrekkelijk” vast contract. Concreet betekent dat voor oproepkrachten dat nul-urencontracten verdwijnen en worden vervangen door een zogenaamd ‘bandbreedtecontract’ met een minimum en maximum aantal uren. Het minimumaantal uren moét worden afgesproken en mag daar nog maar 30 procent vanaf wijken. Voor zorgmedewerkers betekent dit net als bij zzp’ers dwang naar omstandigheden die zij niet willen. Geen vrijblijvende oproep tot werk, maar een dwingende. Meer vooraf vastgelegde beschikbaarheid, in plaats van flexibiliteit. Deze wet brengt daarmee geen kleine aanpassing, maar dwang richting voorspelbaarheid. Want het doel is een vast contract.

Vorige wet met hetzelfde doel is mislukt

De wet Meer zekerheid flexwerkers volgt op een wet die hetzelfde probeerde.. en haar doelen niet haalde. De evaluatie van de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ (Wab) laat zien dat het vaste contract voor werkgevers niet aantrekkelijker geworden is. De wet heeft ook de positie van flexkrachten niet verbeterd. ZiPconomy vat scherp samen dat de Wab het flexwerk nauwelijks heeft teruggedrongen. De koers wordt nu verlegd naar meer dwang. Eerst probeerde Den Haag flex minder aantrekkelijk te maken, nu komt er een wet die flex mogelijkheden simpelweg doorstreept. Een overheid die voorschrijft hoe gewerkt moet worden. Niet omdat de praktijk daar behoefte aan heeft, maar omdat de wetgever vindt dat ‘meer vast’ beter is.

Doordrammen naar een vast contract

De zorgprofessional stemt al meer dan tien jaar met zijn voeten. Weg van het vaste dienstverband en richting werkvormen met meer eigen regie en flexibiliteit. Oproepkrachten, uitzendkrachten, zzp’ers; het groeide allemaal in aantal. Deze beweging is voorspelbaar en logisch, vanwege het dwingende karakter van het vaste dienstverband. Vervolgens wordt deze flexibilisering door de overheid bestempeld als probleem, om er vervolgens beleid op te kunnen maken. Oproepkrachten hebben ‘behoefte aan zekerheid’, zoals zzp’ers ‘schijnzelfstandig’ zouden zijn. Een probleem bedenken dat vervolgens beleid nodig heeft.

Voor de zorg betekent dit dat mogelijkheden worden afgesloten. Eerst zzp aanpakken, nu oproepkrachten afschaffen, straks concluderen dat uitzenden zo duur is. Terwijl eigen onderzoek laat zien dat al deze professionals helemaal niet zitten te wachten op ‘meer zekerheid‘ en de vorige wet laat zien dat werkenden alsnog andere wegen zoeken. Of simpelweg de sector verlaten.

De conclusie is wat mij betreft dat dit niet langer gaat over het oplossen van problemen. Dit gaat over je wil aan burgers. Het afdwingen van een ideaalbeeld, opgeschreven door polderpartijen en beleidsmakers. Zoals in het eindrapport van de Toeslagenaffaire werd vastgesteld: “De overheid handelde vanuit een vooraf vaststaand beeld van fraude, waardoor tegenbewijs en nuance geen rol meer speelden”.

Dat mechanisme zie je opnieuw terug in de arbeidsmarkt. Er is een onbewezen probleem en hier moet beleid voor komen, ook als de praktijk als reactie hierop laat zien dat het probleem niet bestaat. Hoeveel signalen uit de samenleving moet je negeren, voordat je erkent dat dit beleid niet aansluit op de mensen voor wie het bedoeld is? Of andersom. Als problemen steeds opnieuw vanuit het niets ontstaan – ondanks tegenbewijs – dan dient dat beleid dus niet de burger, maar de politiek, polder en beleidsmakers zelf.

Bewust starten en aan alle eisen voldoen?
Het WTZa abonnement

€10,-

per maand (incl. BTW)
Onze gratis e-books
wtza checklist
Wtza checklist

Voldoe jij al aan de Wtza? Met deze checklist controleer je of jij voldoet aan de Wet Toetreding Zorgaanbieders die van kracht is sinds 1 januari 2022.

  • Wanneer moet je voldoen aan de Wtza?
  • Hoe controleer je of je in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) staat?
  • Hoe vraag je eHerkenning aan?
wkkgz checklist
Wkkgz checklist

Met deze checklist controleer je of jij voldoet aan de Wet Kwaliteit Klachten en Geschillen Zorg die van kracht is sinds 1 januari 2016.

  • Wanneer moet je voldoen aan de WKKGZ en Wtz?
  • Hoe controleer je of je in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) staat?
  • Hoe vraag je eHerkenning aan?
zorg webinar
Gratis overzicht met top 5 risico's

Het zzp-schap voor zorgprofessionals biedt mooie kansen, maar komt ook met verantwoordelijkheden en verplichtingen.

Krijg inzicht in risico’s en hoe je ermee om kan gaan als zzp’er in de zorg.

Blijf op de hoogte

Elke 2 weken de belangrijkste updates in je mailbox

Start met de gratis
uitlegvideo's

Binnen enkele minuten ontvang je een e-mail met jouw inloggegevens voor ons platform. Met deze gegevens kun je direct inloggen en de gratis video’s bekijken.