Er worden jaarlijks miljarden uitgegeven aan de ouderenzorg, maar het is nauwelijks zichtbaar hoe het nu precies zit met de kwaliteit van zorg. Sinds het loslaten van vaste kwaliteitskaders en de invoering van het kwaliteitskompas bepalen zorginstellingen zelf of en hoe zij kwaliteit meten. Voor cliënten betekent dit dat zij niet goed kunnen beoordelen waar zorg goed of slecht is. Voor zorgprofessionals betekent het meer verantwoordelijkheid, minder houvast en een steeds verdere afstand tot de morele basis. Wat bedoeld was als hulpmiddel om de zorg te verbeteren, lijkt een vrijbrief te worden voor zorgorganisaties.
Van kwaliteitskader naar kwaliteitskompas
In 2014 stonden pijnlijke beelden uit verpleeghuizen hoog op de politieke agenda. Ze lieten zien hoe ouderen vaak alleen werden gelaten of niet (op tijd) verschoond werden. En dat terwijl het kabinet miljarden vrijmaakte om de ouderenzorg te verbeteren. Het gevoel dat dit anders moest leefde maatschappelijk breed. Het resultaat was een nieuwe kwaliteitsstandaard; een wettelijk kader met minimumeisen voor personele bezetting en duidelijke richtlijnen voor zorginstellingen. Het doel hiervan was helder: betere zorg en meer transparantie. Dat document heette het ‘kwaliteitskader‘ en was dwingend.
Tien jaar later is er van die transparantie nog weinig over. In 2024 werd het nieuwe kwaliteitskompas aangenomen als vervanger van het kwaliteitskader. Met dit kompas mogen zorginstellingen zelf bepalen hoe ze de kwaliteit van zorg zichtbaar maken. De vorm daarvan is volledig vrij. Of er nu een podcast wordt opgenomen, een verslag wordt gemaakt of een video op TikTok geplaatst; alles mag. En zelfs als zorgorganisaties besluiten iets te publiceren, mogen zij zelf beslissen wat dat is. Als er medicatiefouten worden gemaakt of veel valincidenten zijn, is het niet meer verplicht om hier iets over openbaar te maken. Het kompas is bedoeld om richting te geven, maar wat het vooral niet doet is concretiseren. Daarmee wordt kwaliteit een containerbegrip dat iedere zorgorganisatie naar eigen inzicht kan invullen.
Kwaliteit zonder ondergrens: de race naar de bottom
Een risico van deze vrijheid is dat het de deur opent naar een race naar de onderkant. Want wanneer zorginstellingen zelf mogen bepalen wat kwaliteit is, ontstaat er een groot verschil in wat ze communiceren. Recent onderzoek van Follow The Money laat zien dat kwaliteitsbeelden van twintig zorginstellingen nauwelijks te vergelijken zijn. Organisaties stellen ambitieuze doelstellingen op die mooi klinken, maar concrete resultaten zijn vaak moeilijk vindbaar. Daarmee blijft een belangrijke vraag onbeantwoord: Wat hebben mensen met een zorgvraag hieraan?
Als je een eigen interpretatie mag hebben van wat kwaliteit is, kun je er alle kanten mee uit. Het Generiek Kompas is enkel richtinggevend. Deze termen klinken in eerste instantie goed, maar leiden tot onduidelijkheid en onzekerheid voor cliënten, mantelzorgers en professionals. Want wat houdt goede zorg nu daadwerkelijk in?
De prijs van het loslaten
Voor zorgprofessionals neemt bij het loslaten van duidelijke kwaliteitsstandaarden de werkdruk nog meer toe. Wat er precies wordt verwacht is onduidelijk. Belangrijker nog is dat de moraliteit en betrokkenheid verder onder druk komen te staan. Want werk dat niet afkomt of waarvoor je geen verantwoordelijkheid kunt dragen, veroorzaakt stress. Dat staat haaks tegenover vakmanschap en het leidt uiteindelijk tot uitval of uitstroom. Het Generiek Kompas versterkt deze spanning alleen maar. Het biedt ruimte aan organisaties, maar leidt tot onzekerheid over wat echt nodig is om goede zorg te leveren. Ook voor patiënten en mantelzorgers zorgt dit voor onduidelijkheid.
De patiëntenfederatie: “Patiënten hebben geen idee waar het goed gaat en waar niet.”
Zonder verplichte kwaliteitsindicatoren weten cliënten niet waar de zorg goed is en waar niet. Het werken zonder duidelijke kwaliteitskaders stimuleert vervolgens ook commerciële bedrijven en investeerders. Zij krijgen meer ruimte om te besparen op personeel en andere kosten, terwijl de belofte van warme, liefdevolle zorg of ‘passende zorg’ vaak niet meetbaar is. Terwijl de kwaliteit van zorg onder druk staat, krijgen organisaties wel het volle pond betaald en wordt mantelzorg de sluitpost door personeelstekort.
Tussen kostenbeheersing en vakmanschap
We hebben te maken met een personeelstekort en het aantal gekwalificeerde zorgverleners neemt in hoog tempo af. Daardoor blijft de druk op de werkvloer onverminderd toenemen. Tegelijkertijd mogen en kunnen instellingen besparen op inzet van personeel zolang ze “kwaliteit” al dan niet symbolisch aantonen via het kwaliteitskompas. Het is balanceren op het snijvlak van geld, bezetting en kwaliteit. Voor zorgprofessionals betekent het verlies van houvast en afname van werkplezier. Juist in de ouderenzorg groeide het aantal zzp’ers explosief de afgelopen tien jaar. Voor mantelzorgers en patiënten betekent het onzekerheid over de zorg die zij of hun naasten krijgen. Hoe kan 20 miljard euro aan ouderenzorg worden verantwoord als niemand echt zicht heeft op wat die zorg oplevert? Het kompas lijkt vooral een handig instrument voor bestuurders, gericht op flexibiliteit en kostenbesparing. Voor de werkvloer betekent het vooral minder overzicht en meer werkdruk.
Als kwaliteit vrijblijvend wordt
Zonder duidelijke lat voor kwaliteit daalt de standaard. De druk op professionals stijgt en patiënten zijn onzeker over de zorg die zij ontvangen. Het oplossen van personeelstekorten door niet meer, maar juist minder zorgprofessionals in te kunnen zetten door het loslaten van regels en normen is geen duurzame oplossing. Zolang kwaliteit niet wordt geconcretiseerd, blijven begrippen als “passende zorg” vooral woorden zonder inhoud. Het werkt misschien bestuurlijk, maar in de praktijk komt zorg steeds verder af te staan van de cliënt en zorgprofessional. Vervolgens is het niet meer dan logisch dat ervaren zorgprofessionals kiezen voor de werkvorm zzp, uit liefde voor het vak.