Personeelstekorten, uitstroom, instroom, verzuim en – vooral – die zzp’er in de zorg. De cijfers over de arbeidsmarkt in de zorg vliegen je om de oren. Laten we die 1,3 miljoen werkenden in zorg en welzijn eens terugbrengen naar 100 zorgprofessionals. Tijd voor een overzicht. Hoeveel mensen werken vast, hoeveel flexibel en hoeveel als zzp’er? Hoe liggen de verhoudingen nu echt?
Wat als de arbeidsmarkt in de zorg uit 100 professionals bestaat?
De arbeidsmarkt in de zorg is enorm in beweging. Personeelstekorten, stijgend ziekteverzuim, groeiende uitstroom en de opkomst van het zzp-schap maken de arbeidsmarkt complex en onoverzichtelijk. Cijfers over de arbeidsmarkt gaan vaak over honderdduizenden medewerkers. Dat zegt vaak weinig over de echte dynamiek. Daarom kijken we naar de arbeidsmarkt alsof die zou bestaan uit 100 zorgprofessionals. Door de cijfers terug te brengen naar 100 personen, wordt de werkelijkheid veel duidelijker en ontstaat inzicht in waar de knelpunten én kansen liggen voor de zorg.
Verhouding vast, flex en zzp
Als de arbeidsmarkt in de zorg uit 100 personen zou bestaan, dan hebben 64 daarvan een vast contract. De groep flexibel werkenden – exclusief zzp’ers in de zorg – is maar liefst 27 personen groot. Deze groep heeft een tijdelijk contract en/of wisselend aantal uren. Het aantal zzp’ers is 9 personen groot op het totaal van 100. De instroom van zorgmedewerkers in een vast dienstverband blijft achter op de groei van het aantal flexcontracten en zzp’ers. Het vaste dienstverband in de zorg is dus bepaald niet de norm en de populariteit is dalende. Steeds meer zorgprofessionals kiezen voor flexibel werken in de zorg.
Flexcontract: wel verloond, maar grote onzekerheid
De grootste mobiliteit op de arbeidsmarkt zit bij de 27 flexwerkers. Deze groep bestaat uit tijdelijke contracten (3, 6 of 12 maanden), nuluren- en min/max-contracten, oproep-, uitzendconstructies en interne flexpools van zorgorganisaties. CBS-data laat zien dat flexkrachten gemiddeld 3,5 keer sneller uitstromen dan mensen met een vast contract. Flexwerkers wisselen veel vaker van arbeidsrelatie vanwege onzekerheid over uren, inkomen en contractverlenging. Hogere werkdruk door onregelmatige diensten en vaak moeten invallen wordt opgegeven als voorname vertrekreden. Deze mensen hebben wél een arbeidsovereenkomst, maar kennen weinig bestaanszekerheid.
ZZP-schap populair: van 6 naar 9 in tien jaar
Op dit moment zijn 9 personen van de 100 professionals zzp’er in de zorg. Tien jaar geleden – in 2013 – waren dit er nog 6 van de 100; een stijging van 50% in tien jaar tijd. Gemiddeld genomen kiezen jaarlijks 1,5 zorgprofessional voor het zzp-schap. Het aandeel zzp’ers stijgt structureel, vooral in sectoren met veel flexwerkers zoals VVT, jeugdzorg en sociaal werk. De redenen voor de stap naar zzp zijn al jaren bekend. Voldoende kunnen verdienen, zelf bepalen hoeveel je werkt, meer autonomie en een betere werk- privé balans. Het zzp-schap bevalt dus goed. Vooral flexwerkers maken de stap naar het zzp-schap.
Verzuim onder vaste medewerkers dubbel zo hoog
Het ‘vaste dienstverband als norm’ brengt ook tweemaal zo hoge verzuimkosten met zich mee. Volgens het CBS ligt het gemiddelde ziekteverzuim in zorg & welzijn op 8 op de 100 personen, het hoogste van alle sectoren in Nederland. Flexwerkers verzuimen de helft minder dan vaste medewerkers (4 personen bij flex tegenover 8 personen bij vast), maar dat komt niet door een betere gezondheid. Het blijkt dat flexkrachten zich minder vaak ziek melden uit angst voor het niet verlengen van hun contract. De combinatie van hoog verzuim, hoge uitstroom en dalende populariteit van vaste contracten zorgt voor een structurele krapte op de arbeidsmarkt.
Uitstroom uit de sector: 11 personen per jaar
Als we naar de cijfers van uitstroom kijken dan blijkt dat flexwerkers de grootste groep uitstromers vormen. Van de 100 zorgprofessionals verlaten ieder jaar 11 personen de sector. Diverse instroom programma’s laten ook weer 11 personen instromen. Daarom blijft de boodschap vanuit de overheid dat er ‘voldoende’ mensen werken in zorg en welzijn. Die boodschap verhult echter het verlies aan menselijk kapitaal. Even een echt cijfer: 11 personen op de 100 betekent dat 154.000 zorgmedewerkers uitstromen ieder jaar. Dat is 13.000 per maand, waarvan ‘slechts’ 1700 vanwege pensioen. Het leeuwendeel gooit de handdoek in de ring.
Daarnaast ook belangrijk, is dat alhoewel de instroom getalsmatig gelijkloopt met de uitstroom, verdwijnen veel ervaren krachten terwijl instroom vaak onervaren is. Dit zorgt voor een oplopende druk op teams. Het blijkt dat vooral flexwerkers uitstromen (6 personen op de 100), tegenover het vaste dienstverband (4 personen) en zzp uitstroom (1 persoon). Terwijl flexwerkers 27% van de populatie uitmaken, veroorzaken zij in absolute aantallen veruit de grootste uitstroom. De groep is daarmee disproportioneel vertegenwoordigd in de dynamiek. Flexwerkers zijn daarmee de motor van uitstroom. Terwijl zzp’ers in de zorg juist de laagste uitstroom kennen. De werkvorm zzp blijkt duurzamer dan vast dienstverband.
Overzicht: de arbeidsmarkt bij 100 professionals
- 64 zorgmedewerkers hebben een vast dienstverband. Daarvan zijn er gemiddeld genomen 8 ziek;
- 27 zorgmedewerkers hebben een flexcontract. Zij verlaten 3,5 maal zo snel de zorgsector als vaste medewerkers dat doen;
- 11 zorgmedewerkers verlaten jaarlijks het dienstverband, waarvan het leeuwendeel vanwege overbelasting en uitputting;
- 1,5 van die 11 kiezen voor zzp-schap. De rest verlaat de sector. Inmiddels zijn 9 op de 100 professionals zelfstandig;
- ZZP’ers stroomden nauwelijks uit de zorgsector, financieren hun eigen (beperkte) verzuim en ervaren veel minder overbelasting.
De meest gezonde werkvorm wordt belemmerd
De uitstroom onder vaste contracten en flexwerkers is hoog. Het ziekteverzuim bij vaste medewerkers zelfs twee keer zo hoog als bij flexwerkers. Ondertussen laten zzp’ers in de zorg juist een ander beeld zien. Zij kennen de laagste uitstroom én het laagste verzuim. De zzp-werkvorm blijkt aantoonbaar duurzamer, met meer behoud van mensen voor de sector, meer autonomie voor de professional en een betere balans tussen werk en privé. Naast het feit dat de groep in omvang de minst aantrekkelijke groep is om beleid op te maken.
Toch richt het beleid zich niet op het vergroten van bestaanszekerheid voor flexwerkers of het verlagen van de werkdruk bij vaste contracten. Al jaren gaat het vooral over het beperken van zzp-inzet. De zzp’er zou niet ‘solidair’ zijn en daar moet tegen opgetreden worden. Daarmee wordt juist de groep geraakt die het minst bijdraagt aan de uitstroom en het meest bijdraagt aan stabiliteit in de zorg. Naast het feit dat zij hun eigen verzuimkosten dragen. Daarmee gaat de aandacht naar de verkeerde groep: in plaats van het weglekken van menselijk kapitaal in het dienstverband te stoppen, wordt de meest duurzame werkvorm ontmoedigd.
De cijfers zijn duidelijk: als de arbeidsmarkt uit 100 zorgprofessionals bestaat, verlaat 1 zzp’er de sector per jaar, tegenover 4 vaste medewerkers en 6 flexwerkers. Het is dus niet de zzp’er die het zorgstelsel onder druk zet. Het zijn de structurele problemen rondom werkdruk, lage autonomie, lage tarieven en contractonzekerheid die het echte lek op de arbeidsmarkt veroorzaken. Beleidskeuzes die richten tegen zzp’ers in de zorg lossen dat probleem niet op, maar vergroten het.
Bronnen
- CBS StatLine – Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn (AZW)
- AZW / CBS Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn 2024
- CBS Ziekteverzuim StatLine – Zorg & Welzijn
- AZW Jaarbeeld Arbeidsmarkt 2024
- CBS Longread Uitstroom Zorg & Welzijn 2024