Pluryn laat zien wat er gebeurt wanneer jarenlange problemen rondom falend werkgeverschap niet worden opgelost, terwijl de mensen die deze problemen opvingen wel verdwijnen. De afhankelijkheid van externe inhuur groeide met ruim 200 procent in vier jaar, totdat de handhaving op schijnzelfstandigheid van start ging. Inmiddels blijkt dat teams verder leeglopen en calamiteiten met bewoners zich opstapelen.
‘Bewoners sterven, personeel loopt weg’
Bij Pluryn stapelen de incidenten zich inmiddels op tot een duidelijke trend en halen dan ook de media. Op de locaties Kemnade Werkenrode en De Winckelsteegh overlijden cliënten, raakten bewoners zwaargewond en zijn inmiddels politie, Openbaar Ministerie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd betrokken. Vorig jaar was één van deze locaties ook in het nieuws omdat een bewoner onder een kokend hete douche was gezet. En als gevolg daarvan overleed. Tientallen medewerkers verlieten vanwege de talloze incidenten en calamiteiten de afgelopen tijd gefrustreerd en zelfs getraumatiseerd deze locaties. Ex-medewerkers moesten zwijgcontracten tekenen om te voorkomen dat verhalen de media bereikten.
Medewerkers spreken over zwalkende teams, voortdurende personeelswisselingen, een gebrek aan vaste collega’s en management dat ver van de werkvloer af staat. Pluryn laat via een eigen boodschap inmiddels weten nog ‘iets’ te moeten doen met deze punten. Ja, er is onvoldoende nazorg, een tekort aan vaste medewerkers, hoog ziekteverzuim en groot personeelsverloop. Dit is echter niet nieuw.
Slecht werkgeverschap speelde al jaren
Pluryn behoort tot de grootste zorginstellingen van Nederland en ondersteunt ongeveer 6.400 cliënten binnen de gehandicaptenzorg, jeugdzorg en GGZ. In meerdere jaarverslagen schrijft Pluryn al jaren over haar worsteling met het behoud van personeel en haar afhankelijkheid van externe inhuur. In 2023 bedroeg het ziekteverzuim over 6500 professionals nog 8,9 procent. In datzelfde jaar stroomde bijna een kwart van al haar personeel uit. De afhankelijkheid van externe inhuur groeide als gevolg daarvan door tot een van de grootste binnen de sector. De kosten voor personeel niet in loondienst (PNIL) explodeerden van 27 miljoen euro in 2021 naar ruim 82 miljoen euro in 2024, zo’n 20% van alle uitgaven aan personeel. Het gemiddelde in de sector lag in 2024 op ruim 9%.
Wel wijzen op externe inhuur, niet op slecht werkgeverschap
Wat is de kern van het probleem met een zorginstelling die geen grip krijgt op zorglocaties? Jarenlang vertellen de politiek, ambtenaren en zorgbestuurders hetzelfde verhaal. De zorg zou te afhankelijk zijn geworden van externe inhuur. Teveel zzp’ers, te dure uitzendkrachten en te weinig vaste medewerkers. Dus werd “het verbeteren van de balans tussen medewerkers in loondienst en flexwerkers” ook eind 2024 nog eens door toenmalig minister Agema gecommuniceerd. Minder externe flex zou gelijk staan aan meer kwaliteit van zorg.
Over de oorzaak van de disbalans tussen vast en flex wordt niet tot nauwelijks gesproken. Want alhoewel zorgbestuurders, ambtenaren en vakbonden wel weten dat die groeiende externe inhuur wordt veroorzaakt door falend werkgeverschap, kijken we daar liever van weg. Het jezelf afzetten tegen zzp’ers bleek media-genieker en eenvoudiger. Zo stelde ex politicus Vera Bergkamp als zorgbestuurder dit jaar nog dat organisaties moeten “afkicken van hun zzp-verslaving” en tot ‘nul zzp’ moeten gaan, volgens haar een vorm van goed bestuur.
Deze zzp-stop als heldendaad komt niet uit de lucht vallen, maar is een rechtstreeks gevolg van nieuw afbreukrisico voor zorgbestuurders: de handhaving op schijnzelfstandigheid. Terwijl al jaren bekend was dat veel van de grootste zorgwerkgevers van Nederland worstelden met ziekteverzuim, uitstroom, personeelstekorten en het behoud van medewerkers, werd de zorg tegelijkertijd de proeftuin voor de handhaving op schijnzelfstandigheid. De eerste sector waar de Belastingdienst flink zou huishouden.
Crisis Pluryn werd groter vanaf 1 januari ’25
Want ondanks dat werkgevers in de zorg al jaren kampen met de kwaliteit van het vaste dienstverband, moest het vaste dienstverband toch weer de norm worden. Vanaf het moment dat de handhaving op schijnzelfstandigheid van start ging, escaleerde bij Pluryn de personele crisis nog verder. In 2024 was de organisatie al voor ongeveer 20 procent van haar personeelsuitgaven afhankelijk van externe inhuur. Tweemaal het gemiddelde van de sector. Het was niet de enige organisatie waar de afhankelijkheid van externe inhuur maximaal opgelopen was.
In de eigen jaarverslagen beschrijft Pluryn hoe de afhankelijkheid van externe inhuur juist jaar na jaar opliep. De kosten voor externe inhuur stegen van circa 27 miljoen euro in 2021 naar 47 miljoen euro in 2022, vervolgens naar 66,8 miljoen euro in 2023 en uiteindelijk naar 82,5 miljoen euro in 2024. Een stijging van ruim 200% in vier jaar. De oorzaak van die noodzaak tot externe inhuur? Volgens de organisatie zelf kwam het door hoog ziekteverzuim onder vaste medewerkers, een gebrek aan instroom van sollicitanten, het al bestaande personeelstekort en een groot verloop onder eigen medewerkers. Met 22% aan uitstroom plus een verdere daling van het totaal aantal fte’s in een dienstverband liep de druk voor de resterende medewerkers maximaal op. Dit was voorspeld door zorgorganisaties.
Want ondanks een reeks aan waarschuwingen vanuit zorgorganisaties en landelijke koepels dat zij niet om konden gaan met de aanpak op schijnzelfstandigheid, ging de handhaving tegen zzp’ers in de zorg stug door.
Handhaving schijnzelfstandigheid doet druk op vaste medewerkers stijgen
Vanaf de zomer van 2024 probeerde Pluryn de inzet van zzp’ers in de zorg terug te dringen; de bulk van externe inhuur. Het financiële resultaat was zichtbaar. De uitgaven aan PNIL daalden in 2025 van de eerdere 82,5 miljoen euro naar 64,6 miljoen euro. Terwijl het aantal vaste medewerkers niet gestegen was. Dus erkent Pluryn in hetzelfde jaarverslag dat het zonder externe inhuur niet gelukt is om veiligheid, continuïteit en stabiliteit te bieden. Sterker nog, Pluryn schrijft letterlijk dat de organisatie voor een stabiele personele bezetting niet zonder PNIL kan. Probleem voor de organisatie is namelijk dat zzp’ers niet massaal in vaste dienst treden of zich als uitzendkracht laten verlonen. De beschikbaarheid van externe flex nam daarmee fors af en gaten in het rooster werden praktijk. Er is namelijk geen volwaardig flex alternatief op geen zzp’ers in de zorg.
De handhaving leidde dus niet tot meer zorgmedewerkers in vaste dienst, maar beperkte wel de mogelijkheden om het personeelstekort op te vangen. Daarmee kwam de druk nog meer terecht bij vaste medewerkers die al jaren onder spanning stonden.
Onafhankelijk onderzoek: zzp werd vast onderdeel van de bezetting
Terwijl Den Haag jarenlang predikte over aantrekkelijk werkgeverschap, stabiele teams en een gezonde vast-flexbalans, laten organisaties zoals Pluryn zien dat de organisatie nog helemaal niet klaar was om met minder PNIL om te gaan. De enige reden waarom we het in dit artikel over deze organisatie hebben is omdat zorgmedewerkers en mantelzorg de media benaderden. Dit probleem speelt veel breder en speelt iedere dag.
Het oplossen van personeelstekorten, hoog ziekteverzuim en forse uitstroom werd geen prioriteit voor Den-Haag. Het belemmeren van oplossingen om dat tekort op te vangen in de praktijk werd dat wel. Mede onder druk van vakbond FNV, die enerzijds zzp’ers wil zien verdwijnen om vervolgens mee te huilen met overbelaste vaste medewerkers. De aandacht ging naar het belemmeren van zzp’ers, terwijl zij een cruciale schakel vormen voor zorgorganisaties. Zoals ook het onafhankelijke onderzoek van AZW en Panteia nog eens onderstreepte.
Wie is verantwoordelijk voor overleden bewoners?
Wie is verantwoordelijk wanneer organisaties jarenlang waarschuwen voor grote problemen met eigen personeel en er vervolgens ernstige incidenten plaatsvinden? Zijn vaste medewerkers die dagelijks proberen de zorg overeind te houden verantwoordelijk? Is het management van Pluryn verantwoordelijk dat probeert een afweging te maken tussen financiële risico’s bij externe inhuur en continuïteit van zorg? Of ligt de verantwoordelijkheid buiten Pluryn?
Ligt de verantwoordelijkheid bij de politiek die jarenlang praat over goed werkgeverschap in de zorg, maar het niet faciliteert? Dezelfde politiek die instemde met de handhaving op zzp’ers in de zorg als proeftuin. Ligt de verantwoordelijkheid bij de minister, die in haar eigen rapport leest dat grote delen van de zorg afhankelijk zijn van zzp’ers in de zorg. Om vervolgens niet in te grijpen op de handhaving schijnzelfstandigheid? Ligt de verantwoordelijkheid bij de Belastingdienst die zorgorganisaties al jaren adviseert om volledig en radicaal te stoppen met zzp-inhuur, ook al laat de rechter zien dat dit onnodig is?
Wie is verantwoordelijk? Ongetwijfeld wordt het weer wijzen naar elkaar.
De vraag is niet of de handhaving op schijnzelfstandigheid in de zorg grote gevolgen heeft. Die gevolgen halen inmiddels de media. De vraag is hoeveel vertrekkende medewerkers en hoeveel sterfgevallen er nog nodig zijn voordat Den Haag erkent dat het arbeidsmarktprobleem in de zorg niet wordt opgelost door mensen die flexibel werken in de zorg weg te jagen. Zij zijn juist de mensen die al jarenlang het tekort opvangen.
Pluryn bewijst dat goed werkgeverschap niet ontstaat bij minder zzp’ers. Goed werkgeverschap is een voorwaarde om minder afhankelijk te kunnen worden van zzp’ers.