Prinsjesdag 2025 laat zien hoe de zorgsector in een onmogelijke spagaat is terecht gekomen. Enerzijds wordt erkend dat de zorg kampt met een structurele krapte, terwijl er geen enkele concrete verbetering voor het vaste dienstverband wordt aangekondigd. Anderzijds worden zelfstandigen steeds verder belemmerd in de ruimte voor ondernemerschap. Het gevolg: zorgprofessionals zitten klem.
Prinsjesdag 2025
Prinsjesdag 2025 liet opnieuw zien hoe de grote thema’s van dit moment allemaal samenkomen. Een haperende economie, druk op de koopkracht, blijvende onzekerheid op de arbeidsmarkt en de oplopende kosten van de zorg. In de Troonrede werd benadrukt dat ‘bestaanszekerheid’ en ‘samenhang in de samenleving’ voorop moeten staan. De Miljoenennota toonde de cijfers die daarbij horen. Normaal gesproken is Prinsjesdag hét moment waarop beleid voor het aankomende jaar zichtbaar wordt.
Vooral zorgprofessionals zouden mogen verwachten dat er ingegrepen wordt in de voortdurend oplopende werkdruk en personele tekorten. Het liep anders.
Vast dienstverband werkt niet, maar oplossingen blijven uit
In de Miljoenennota 2025 wordt het probleem van personeelstekort in de zorg duidelijk erkend.
“Het aanpakken van de personeelskrapte in de zorg is ook een prioriteit” – Miljoenennota 2025
Het kabinet waarschuwt dat wanneer de zorgverlening op dezelfde manier blijft georganiseerd, er “in 2040 25% van de beroepsbevolking in de zorg zou moeten werken. Dit is niet haalbaar”. De urgentie is dus helder en niet vreemd met de voorspelbare vergrijzing. Toch blijven concrete verbetermaatregelen voor vaste medewerkers uit. Er is geen aankondiging om het vaste dienstverband aantrekkelijker te maken, CAO’s te hervormen of de werkdruk terug te dringen.
Tien, twintig jaar geleden gingen er nog miljoenen of miljarden naar de zorg om acute problemen op te lossen. Er werden directe investeringen toegezegd en maatregelen getroffen om het werk aantrekkelijker te maken. Inmiddels is duidelijk waarom de zorg haar personeelstekort niet oplost. Overheid en vakbonden wijzen naar werkgevers om het dienstverband aantrekkelijk te maken. Die terugwijzen naar overheid en vakbonden om betere werkomstandigheden te faciliteren.
Ook Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) werd niet concreet
Het vermijden van echte oplossingen voor vaste medewerkers in de zorg is inmiddels een trend. Er wordt wel overleg gevoerd over hoe het zou moeten, maar er worden geen randvoorwaarden getroffen om het tij te keren. Dus wordt er vooral vanuit hoop gesproken.
“Ook zetten de ondertekenaars zich in om tot en met 2028 het stijgende arbeidsmarkttekort te verlagen.” – AZWA
Het personeelstekort in zorg en welzijn werd ook in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord nadrukkelijk erkend, maar de beloften gaan niet gepaard gaan met structurele investeringen. “Het akkoord blijft ver verwijderd van structurele investeringen in salarisherstel of het inhalen van achterstanden”, aldus NU’91. Ook het nieuwe Zorgakkoord brengt dus geen oplossingen voor zorgmedewerkers. Praktisch gevolg is dat de loonkloof niet wordt opgelost voor vaste medewerkers en werkgevers niet worden gefaciliteerd bij de stap naar goed werkgeverschap.
Ondertussen wordt zzp belemmerd
Terug naar Prinsjesdag 2025 en de maatregelen rondom de arbeidsmarkt. De ruimte voor zelfstandigen wordt momenteel ingeperkt, met name door de huidige handhaving op schijnzelfstandigheid en de aankondiging van de VBAR. In de Troonrede werd benadrukt dat “iedereen moet kunnen rekenen op bestaanszekerheid”, maar dat geldt vooral voor mensen met een vast dienstverband. Voor zzp’ers betekent de Miljoenennota minder fiscale ruimte, onder meer door de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek en de beperking van de mkb-winstvrijstelling. De verplichte AOV werd als pijler van zzp bestaanszekerheid gepresenteerd en voor sommige zzp’ers daalt de koopkracht. De politiek koppelt bestaanszekerheid aan loondienst, terwijl voor veel zorgprofessionals geldt dat zij hun bestaan niet voldoende zeker zijn in een vast dienstverband.
Flexibilisering tegen de stroom in
Voor zorgprofessionals die buiten loondienst werken betekenen deze ontwikkelingen dat de spagaat groter wordt. Het vaste dienstverband blijft onaantrekkelijk, terwijl het zelfstandig ondernemerschap wordt ontmoedigd. Zorgprofessionals zitten daarmee klem, maar vinden steeds beter hun weg. We voorspelden al eerder dat zolang de loondiscussie blijft steken, zorgprofessionals voor flexibiliteit kiezen. Dat zal ook aankomend jaar niet gaan wijzigen als we Prinsjesdag 2025 ter harte nemen. Zolang politiek en sociale partners vasthouden aan oude structuren zonder concrete verbeteringen, zal de praktijk zelf het antwoord blijven geven. Dat antwoord is wat ons betreft dat professionals vrijheid, zeggenschap en ruimte zoeken om hun werk wél goed te kunnen doen. Ook als Den Haag die keuze steeds moeilijker maakt.