Duizenden zzp’ers verloren de afgelopen anderhalf jaar hun opdrachten vanwege de angst voor handhaving op schijnzelfstandigheid. Een zzp-apotheker besloot die opzegging niet te accepteren. De rechter oordeelde dat de aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid geen geldige reden was om de overeenkomst te beëindigen. De opdrachtgever moet daardoor alsnog zo’n €150.000 aan vergoeding betalen.
Rechter: handhaving schijnzelfstandigheid geen reden voor opzeggen
Een apotheek die vanwege de aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid stopte met de inzet van een zzp-apotheker, moet de overeenkomst alsnog nakomen. Dat oordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een recente uitspraak. Opdrachtgever en opdrachtnemer hadden gekozen voor projectopdracht tot en met 31 december 2026. In de overeenkomst opgenomen dat er niet tussentijds kon worden opgezegd.
Toch bepaalde de angst en onzekerheid rondom zzp inhuur dat de opdrachtgever in september ’25 wilde stoppen met alle zzp inzet. “Gezien de strengere regelgeving rondom de inhuur van zzp’ers … hebben we binnen onze hele organisatie besloten om de inhuur van ZZP’ers vanaf 1 januari 2026 te beëindigen.” De rechter wijst erop dat de onderliggende spelregels over de arbeidsrelatie al bestonden toen de overeenkomst werd gesloten. Dus blijven de afspraken in de overeenkomst leidend. Handhaving op schijnzelfstandigheid was geen ‘gewichtige reden’ om af te wijken van de overeenkomst.
“… de aankondiging van striktere handhaving door de Belastingdienst, maakt nog niet dat sprake is van een gewichtige reden”, zo stelt de rechter. De rechtbank wijst erop dat de regels rondom schijnzelfstandigheid ook al bestonden toen de overeenkomst werd gesloten. De overeenkomst bleef in stand.
Opdrachtgever is verplicht netjes te beëindigen
Fiscaal jurist Hans Baaij voorspelde een jaar geleden al dat de handhaving op schijnzelfstandigheid op zichzelf geen geldige reden was om een lopende overeenkomst met een zzp’er zomaar te beëindigen. Ook al doen opdrachtgevers net alsof er iets nieuws is ontstaan: de handhaving veranderde de spelregels niet.
De gebruikelijke spelregels zijn dat een opdrachtgever rekening moet houden met hoe lang de samenwerking loopt, welke afspraken zijn gemaakt en of een overgangsperiode redelijk is. Opdrachtgevers waren toen en zijn nu verplicht om zorgvuldig naar een oplossing te zoeken. Een onredelijke beëindiging kan leiden tot schadevergoeding of andere juridische gevolgen, zo stelde hij.
In het geval van de zzp-apotheker was in de overeenkomst opgenomen dat er niet tussentijds opgezegd mocht worden. De hele opdracht moet daardoor doorbetaald worden. Zo’n bepaling wordt meestal niet opgenomen in de overeenkomst, maar ook zonder zo’n bepaling mag er geen sprake zijn van het abrupt beëindigen van de overeenkomst van opdracht. Dit is tienduizenden zzp’ers in de zorg wel overkomen bij de overgang van 31 december 2024 naar 1 januari 2025.
Opdrachtgever baseerde gedrag op overheidsinformatie
Jasper Commandeur volgt als fiscaal jurist dit dossier en ziet in deze uitspraak vooral bevestigd wat angst voor schijnzelfstandigheid de afgelopen anderhalf jaar bij opdrachtgevers heeft veroorzaakt. Volgens hem zijn op basis van die angst soms vergaande besluiten genomen, waaronder het beëindigen van langlopende opdrachten en het invoeren van een nul-zzp-beleid.
Het valt Commandeur in deze uitspraak op dat de opdrachtgever aangeeft zich te hebben gebaseerd op informatie vanuit “de overheid“. In de uitspraak staat dat de opdrachtgever van mening was dat volgens een overheidswebsite gecommuniceerd werd dat langdurige inzet van zzp apothekers zou leiden tot een oordeel schijnzelfstandigheid. ‘Die informatie is (veel) te kort door de bocht’, benadrukt hij.
Wie wijst de zzp’er op haar rechten?
De afgelopen anderhalf jaar zijn veel opdrachtgevers op dezelfde manier omgegaan met hun zzp’ers als deze opdrachtgever. De aandacht ging volledig naar de vermeende risico’s. De financiële risico’s voor opdrachtgevers, de risico’s op schijnzelfstandigheid en de risico’s van handhaving. Het ging niet over de rechten van zelfstandigen die hun opdrachten verloren. Over hoe je wettelijk om hoort te gaan met het beëindigen van een opdracht.
De overheid communiceerde over risico’s, maar niet over rechter. De Belastingdienst wijst opdrachtgevers op risico’s en geeft achter de voordeur aan dat er onmiddellijk gestopt moet worden met zzp inhuur. Opdrachtgevers reageerden op die informatie door op grote schaal hun zzp-inzet af te bouwen. In veel sectoren werd de boodschap overgenomen dat werken met zzp’ers niet langer mogelijk zou zijn, terwijl de onderliggende wetgeving niet veranderd was.
Waarom maakt niemand zich hard voor de positie van zelfstandigen die daardoor hun opdrachten verloren? Juristen wezen er al vroeg op dat handhaving onvoldoende reden zou zijn om bestaande overeenkomsten te beëindigen. Toch verdwenen duizenden zzp opdrachten in stilte en werd handhaving als oorzaak gelaten geaccepteerd.
De afgelopen anderhalf jaar werd vooral gesproken over de risico’s voor opdrachtgevers. Deze uitspraak laat zien dat ook zelfstandigen rechten hebben wanneer een opdrachtgever een samenwerking wil beëindigen. Hoeveel zelfstandigen zijn door het dreigen met de ‘handhaving op schijnzelfstandigheid’ hun opdracht op een onjuiste wijze verloren?