Er zijn weer een aantal nieuwe flexpools opgestart de afgelopen periode. Regionale samenwerkingsverbanden zouden volgens het Integraal Zorgakkoord (IZA) en zorgbestuurders moeten bijdragen aan de oplossingen voor het personeelstekort, hoge inhuurkosten en de afhankelijkheid van zzp’ers. Het idee om zorgprofessionals in loondienst meer flexibiliteit te bieden doordat zorgorganisaties meer samenwerken klinkt goed, maar hoe aantrekkelijk zijn deze flexpools in de praktijk? En wat leveren deze regionale flexpools nu eigenlijk echt op?
91 zorgprofessionals op een arbeidsmarkt van tienduizenden
De eerste berichtgeving rondom het eerste regionale loket voor alle zorgprofessionals ontstond ongeveer twee jaar geleden. Onder de naam B!NC zou er naast regionaal werkgeverschap ook ruimte zijn voor zzp-bemiddeling binnen hetzelfde platform. B!NC probeerde een brug te slaan vanuit de behoeftes van zorgmedewerkers en kondigde aan: “Door alle zorgprofessionals te omarmen en te ondersteunen, waarborgen we niet alleen de kwaliteit en betaalbaarheid van zorg, maar vergroten we ook de aantrekkingskracht van de zorgsector. En dat is precies de stap vooruit, die nu nodig is voor de toekomst”.
Toch ontstonden al snel de eerste haarscheurtjes in dit verhaal. Wij kregen signalen uit de praktijk van aangesloten zzp’ers dat het platform bewoog van het omarmen van alle zorgprofessionals naar het uitsluiten van zzp’ers. Hoewel B!NC zich daar toen niet in herkende, richt het platform zich inmiddels alleen nog op flexwerkers die in loondienst gaan.
In hetzelfde artikel lezen we dat B!NC op dit moment 91 deelnemers heeft. Het is niet bekend hoeveel uren deze zorgprofessionals daadwerkelijk werken. De programmamanager geeft zelf aan dat dit aantal niet voldoende is om alle gaten in de rooster mee te vullen, maar dat de deelnemers wel degelijk een bijdrage leveren. Als je dit afzet tegen de schaal van de tien aangesloten zorgorganisaties, samen goed voor naar schatting zo’n 25.000 tot 35.000 zorgmedewerkers, dan gaat het om minder dan een half procent. Daarmee is B!NC na twee jaar geen oplossing voor het personeelstekort gebleken, maar een kleinschalig initiatief binnen een veel groter probleem.
Het idee klopt, maar de praktijk niet
Regionale samenwerkingsverbanden worden opgestart met een aantal uitgangspunten. Het moet bijdragen aan minder concurrentie tussen zorgorganisaties, het beter benutten van zorgprofessionals via regionale uitwisseling en het behoud van personeel in loondienst. Tegelijkertijd wordt een regionale flexpool gepositioneerd als alternatief voor zzp-inhuur.
Regionale flexpools zouden zorgprofessionals meer invloed moeten geven op hun rooster. Die invloed is voor zorgprofessionals erg belangrijk. Uit ons recente onderzoek blijkt dat begrippen als “autonomie en vrijheid”, “zelf mijn agenda bepalen” en “vrijheid in hoe ik werk” de meest opgegeven reden zijn wat zorgprofessionals in vast dienstverband missen en vervolgens zoeken via een andere werkvorm. Een regionale flexpool probeert dat te bieden, maar binnen de kaders van loondienst.
Zorgprofessionals kiezen niet massaal voor de regionale flexpool
Als je kijkt naar andere voorbeelden uit de praktijk, zie je hetzelfde patroon terugkomen. Het aantal deelnemers blijkt namelijk beperkt. Flexcoop heeft ongeveer 20 deelnemers. B!NC blijft steken op 91. WorkFlow in Zuid-Holland telt slechts een paar deelnemers en Flexpertise werd na een jaar alweer stopgezet. In het geval van Flexpertise waren er bijvoorbeeld wel nieuwe medewerkers, maar die bleven vaak bij één organisatie hangen. De echte flexibiliteit rondom werken op meerdere plekken en wanneer een zorgprofessional dat wil, kwam via de regionale flexpool nauwelijks van de grond. De initiatieven zelf ontbreken niet, maar het ontbreken van deelname wel.
Niet één werkelijkheid, maar twee richtingen
Terwijl sommige regionale samenwerkingen zich nadrukkelijk afzetten tegen zzp-inhuur, zijn er ook initiatieven die juist een andere kant op bewegen. Neem bijvoorbeeld Fair Brabant. Daar wordt zzp-inhuur niet afgebouwd, maar als juist als volwaardig onderdeel gezien van het platform. Fair erkent dat er nog geen grote aantallen zzp’ers in loondienst gaan en er behoefte is aan duidelijkheid, samenwerking en verantwoorde inzet van zelfstandigen in plaats van paniekoplossingen of het volledig mijden van externe professionals. Hun aanpak lijkt effect te hebben. Met inmiddels tientallen aangesloten zorgorganisaties en honderden zzp’ers, waarvan een aanzienlijk deel maandelijks actief is, lijkt daar wel sprake van een beweging.
Daarmee onstaat een interessant beeld. Waar het ene regionale samenwerkingsverband stelt dat zzp-inhuur niet meer mogelijk is, laat een ander zien dat het in de praktijk gewoon gebeurt. Terwijl die regionale initiatieven elkaar landelijk raken via de landelijke koepel Regio+. Twee tegenovergestelde dingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Als zzp echt niet kan, dan kan het nergens. Maar als het op de ene plek wel lukt en op de andere niet, dan gaat het blijkbaar niet om mogelijkheden, maar om bestuurlijke keuzes.
Gebrek aan wetgeving of gebrek aan leiderschap?
Een veelgebruikt argument van zorgbestuurders om te stoppen met zzp-inhuur is de wetgeving. Het zou volgens hun niet meer kunnen. Door onduidelijkheid rondom handhaving kiezen organisaties ervoor om risico’s te vermijden en zetten zij in op loondienstconstructies binnen flexpools. Maar als andere regionale platformen wel doorgaan met zzp-inhuur, blijven groeien en zich verder ontwikkelen, dan is er een andere vraag. Gaat dit echt over wetgeving? Of gaat het over leiderschap en durf?
Wat willen zorgprofessionals zelf?
Wat in veel van deze discussies onderbelicht blijft, is wat zorgprofessionals zelf willen. De afgelopen jaren hebben groepen zorgprofessionals bewust gekozen voor meer autonomie, flexibiliteit en regie over hun werk. Niet als tijdelijke oplossing, maar als structurele keuze. Die behoefte verdwijnt niet doordat een organisatie een flexpool opzet. Want als een regionaal loket onvoldoende aansluit bij de behoefte van de zorgprofessionals zelf, wordt het simpelweg niet gekozen. Dat zie je ook terug in de praktijk. Zorgprofessionals zoeken geen constructie die een beetje flexibiliteit biedt binnen loondienst, maar een manier van werken die daadwerkelijk past bij hun persoonlijke leven en voorkeuren. En dat is precies waarom sommige zorgprofessionals voor het zzp-schap kiezen of voor andere manieren van flexibel werken in de zorg.
Waarom werken regionale samenwerkingsverbanden met zzp wel?
Als je vanuit de ogen van zorgprofessionals kijkt, is het logisch dat regionale samenwerkingsverbanden die samenwerken met zzp’ers wel groeien. Deze platformen sluiten namelijk beter aan op de behoefte van zorgprofessionals. Waar een flexpool die alleen loondienst biedt gebonden is aan kaders, biedt het werken als zzp’ers binnen een platform directe regie over wanneer, waar en onder welke voorwaarden een zorgverlener werkt.
Die duidelijkheid en vrijheid maken het voor zorgprofessionals niet alleen aantrekkelijk, maar ook herkenbaar. Het is geen nieuwe constructie waar ze zich toe moeten verhouden, maar een manier van werken die ze al kennen en transparant is. Er hoeven geen moeilijke keuzes gemaakt te worden voor een andere werkvorm zoals bijvoorbeeld terug gaan in loondienst. In plaats daarvan kunnen zorgprofessionals blijven werken op een manier die bij hen past, terwijl ze toch binnen een regionaal samenwerkingsverband actief zijn. En daarin zit het belang van aansluiting vinden bij wat de zorgprofessional zelf wil. Niet in het enkel bestaan van een platform, maar in de mate waarin het aansluit op wat zorgprofessionals zelf willen.
Zonder aansluiting blijft het bij een idee
Regionale flexpools zijn ontstaan vanuit een idee om meer samenwerking, minder concurrentie en het beter benutten van beschikbaar zorgpersoneel te stimuleren. Maar de deelname blijft beperkt, de impact op het personeelstekort is klein en groei komt moeilijk op gang. Sterker nog, sommige gevallen zoals bij Flexpertise stopt het initiatief zelfs volledig. Tegelijkertijd zien we dat regionale samenwerkingsverbanden die ruimte bieden aan alle zorgprofessionals en werkvormen meer beweging op gang brengen. Het verschil zit ‘m in hoe een platform aansluit op de behoeftes van zorgprofessionals. En of die belofte ook echt wordt waargemaakt
Regionale samenwerkingsverbanden die zich alleen verhouden tot loondienstconstructies in plaats van de behoeften van alle zorgprofessionals, blijven moeite houden om echt van de grond te komen. Daarmee blijft de regionale flexpool vaak wat het nu is. Een goed bedoeld idee, dat zonder echte aansluiting onvoldoende bijdraagt aan de oplossing van het personeelstekort.