Wie loopt nu welke risico’s bij de inzet van zzp’ers bij schijnzelfstandigheid in de zorg? Welke partijen zijn betrokken bij naheffingen en claims? In dit overzicht worden de mogelijke gevolgen en risico’s van schijnzelfstandigheid op een rij gezet, met extra aandacht voor de zorgsector.
Mr. Hans Baaij is fiscaal jurist en gespecialiseerd in de arbeidsrelatie tussen zzp’er en opdrachtgever
Naheffingen voor de opdrachtgever door de Belastingdienst
De Belastingdienst heeft vanzelfsprekend een groot belang bij het achterhalen van schijnzelfstandigheid. Als de Belastingdienst aantoont dat iemand niet als ZZP-er werkte, maar in loondienst dan betekent dit dat de opdrachtgever alsnog loonbelasting, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen moeten afdragen. Werd er door de ZZP-er BTW in rekening gebracht dan vervalt de teruggaaf van BTW (voorbelasting) met terugwerkende kracht. Dit omdat de werkende geen ondernemer is voor de BTW en de BTW ten onrechte op de factuur stond. In de zorgsector is meestal geen sprake van het in rekening brengen van BTW.
Claim voor de opdrachtgever door pensioenfondsen
Een tweede instantie die belang heeft om schijnzelfstandigheid aan te tonen, zijn de pensioenfondsen. Als de werkende een werknemer blijkt te zijn, moet er met terugwerkende kracht alsnog pensioen afgedragen worden door de opdrachtgever. Die strop kan voor Nederlandse bedrijven oplopen tot 1,5 miljard euro uitgaande van 200.000 schijnzelfstandigen. Volgens professor Verhulp zijn er misschien wel 600.00 schijnzelfstandigen, dus in potentie ligt er een claim bij de opdrachtgevers van 6 miljard euro.
Claim op werknemerschap door de zzp’er
De derde groep worden gevormd door de ZZP-ers die achteraf met succes claimen in loondienst gewerkt te hebben. Zij hebben alsnog recht op vakantiegeld en vakantiedagen, doorbetalen bij ziekte, ontslagbescherming en alle andere voordelen die werknemers genieten. Dit soort claims zijn zeker denkbaar bij ZZP-ers die ziek zijn geworden en die hun derving van inkomsten door de opdrachtgever willen laten compenseren. Ook denkbaar zijn claims van ZZP-ers waarvan de opdrachten gestopt werden vanwege de vrees voor handhaving door de Belastingdienst. Een opdrachtgever die ineens stopt met de samenwerking met een ZZP-er vanwege schijnzelfstandigheid loopt evenwel het risico in het eigen mes te vallen: het argument om iemand niet meer met (schijn)zelfstandige te werken, kan met terugwerkende kracht tegen die opdrachtgever gebruikt worden.
Geen zachte landing voor opdrachtgevers
Bovenstaande risico’s voor de opdrachtgevers zijn waarschijnlijk voor de buitenwereld niet te verhullen. Accountants zullen door het afschaffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 voorstaande risico’s moeten schatten en in het jaarverslag opnemen. Derhalve krijgen zowel de Belastingdienst als pensioenfondsen prima zicht op de mate van schijnzelfstandigheid van de ZZP-ers bij de betreffende organisatie.
Ondertussen claimen al veel schijnzelfstandigen als werknemer gewerkt te hebben eisen alsnog hun ‘rechten’ als werknemer op. De rechtbank Middelburg wees een nabetaling van € 100.000 toe aan een intensivist en een schijnzelfstandige kapper (om maar eens een andere sector te nemen) kreeg een schadevergoeding van € 30.000.
Van een zachte landing is voor opdrachtgevers dus geen sprake. De gevolgen van schijnzelfstandigheid konden wel eens ontploffen in het gezicht van de zorginstellingen. Hoe zit het met de risico’s voor de zzp’er?
Correctie op aangifte ZZP-er door de Belastingdienst
Blijkt de ZZP-er achteraf geen ondernemer te zijn dan vervallen de MKB winstvrijstelling, starters- en zelfstandigenaftrek, eventueel de aftrek van BTW, en het vervallen van de aftrek van kosten zoals die van representatie, cursussen en afschrijvingen. Tot nu toe is er bij ZZP-ers vaak wel sprake van een zachte landing. De Belastingdienst controleert vrijwel alleen de opdrachtgevers en laat vooralsnog de schijnzelfstandigen zelf met rust.
Claim op loon conform CAO door opdrachtgevers
Van de kant van opdrachtgevers is er voor de ZZP-ers wel gevaar te duchten. Opdrachtgevers kunnen mogelijk met recht claimen dat het verdiende loon conform de CAO dient te zijn. Dat kan betekenen dat wat de schijnzelfstandige per uur meer heeft ontvangen dan de CAO norm met terugwerkende kracht terug moet betalen aan de opdrachtgever.
De arbeidsrelatie is maatwerk
Door de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer niet optimaal in te richten, lopen beide partijen serieuze risico’s. Omdat iedere ZZP-er anders is en omdat de overeenkomsten van opdracht variëren, is maatwerk per arbeidsrelatie noodzakelijk. Door het probleem van schijnzelfstandigheid grondig en per werkende te inventariseren en juridisch dicht te spijkeren, wordt voor beide partijen het risico van onverwachte claims geminimaliseerd.
Heb je fiscaal juridische vragen? Stel ze direct aan Hans Baaij via zijn contactformulier