“Dus je bent vóór schijnzelfstandigheid?” Het is een herkenbare reflex als je het standpunt inneemt dat je tegen de handhaving op schijnzelfstandigheid bent. Onzin. Je kunt voor de aanpak tegen schijnzelfstandigheid zijn, maar tegen deze versie ervan. Stop déze handhaving, want hij raakt zelfstandig ondernemers. Het standpunt van Comité ZZP is na anderhalf jaar puinhoop de juiste.
Handhaving raakt inmiddels de brede groep zzp’ers
De ‘handhaving op schijnzelfstandigheid’, vertaalt zich in de praktijk naar handhaving op de brede groep zzp’ers. Politiek gezien was dat niet het doel, maar ambtelijk wordt dit beleid kabinet na kabinet zo gevoerd. Onduidelijkheid blijft in stand, opdrachtgevers trekken zich terug, opdrachten verdwijnen en zelfstandig ondernemers worden op voorhand uitgesloten. Ook wanneer de ‘arbeidsrelatie’ via een overeenkomst van opdracht mogelijk is, wordt er vanuit angst en onzekerheid vanaf gezien. De grens tussen het aanpakken van misstanden en ruimte voor zelfstandig ondernemers is er in de praktijk niet meer. Deze versie van handhaving raakt de misstanden én de ondernemers. Dus stop déze handhaving, zo stelt Comité ZZP terecht.
Genuanceerd als het moet, ongenuanceerd als het kan
Zelfs nu al enige tijd duidelijk is dat de boodschap vanuit het ministerie van Sociale Zaken en de Belastingdienst niet aansluit bij de juridische werkelijkheid, wordt de aanpak schijnzelfstandigheid niet gecorrigeerd. Want zodra de rechter zich positief uitspreekt over zzp’ers, dan ligt alles genuanceerd per geval en is er ‘iets meer duidelijkheid‘ over de mogelijkheden. Zodra het gaat om de aanpak van schijnzelfstandigheid in het algemeen, is nuance niet langer van toepassing.
Het ministerie van SZW heeft al erkend dat zij geen idee heeft over de omvang of risicovolle sectoren bij de aanpak van schijnzelfstandigheid. Ze kan ook niet uitleggen wanneer er precies sprake is van schijnzelfstandigheid, maar toch moet iedereen zich aan de wet houden. Het gevolg is onnavolgbaar beleid richting burgers. Een genuanceerde overheid als het moet, ongenuanceerd beleid als ze ermee wegkomt. Dat is geen toevalligheid en hebben we in meerdere dossiers voorbij zien komen. Op papier is er nuance, in de praktijk een generieke aanpak.
Lees ook: Hoe de aanpak schijnzelfstandigheid het vertrouwen in de overheid ondermijnt
Déze handhaving voldoet niet aan ‘behoorlijk bestuur’
De gevolgen in de praktijk raken direct de principes van onze rechtsstaat. Het ‘evenredigheidsbeginsel’ wordt overtreden, omdat deze handhaving structureel méér zzp’ers raakt dan de groep waarvoor het beleid bedoeld is. De ‘proportionaliteit’ van de maatregel staat daarmee onder druk. Ook de ‘rechtszekerheid’ wordt aangetast, als zelfstandig ondernemers onnodig als risicovol worden gezien, veroorzaakt door de manier waarop de overheid in de praktijk communiceert. Tenslotte haalt deze aanpak haar doel niet, áls het doel de ‘aanpak schijnzelfstandigheid’ zou zijn. Niet bepaald ‘doelmatig’ beleid dus als het wel de arbeidsmarkt verstoort, maar niet schijnzelfstandigheid eruit filtert.
Er werken ambtenaren binnen het ministerie van Sociale Zaken die deze elementen van ‘behoorlijk bestuur’ kennen. De principes zijn van toepassing en dat heeft consequenties. Zo is in de kinderopvangtoeslagaffaire serieus onderzocht of ambtenaren strafrechtelijk vervolgd konden worden voor hun handelen, vanwege van mogelijke ernstige schendingen van deze fundamentele rechtsbeginselen. Dat heeft uiteindelijk niet tot vervolging geleid, maar het laat zien hoe dicht de uitvoering van beleid op die grens kan zitten.
Anderhalf jaar later, geen aanpassing van beleid
Dat zelfstandig ondernemers aangepakt worden via de aanpak schijnzelfstandigheid is nu anderhalf jaar oud. De effecten zijn allang zichtbaar. Opdrachtgevers haken af, zelfstandigen verliezen opdrachten en hele sectoren bewegen uit voorzorg weg van zzp-inhuur. Niet omdat het juridisch niet kan, maar omdat opdrachtgevers dénken dat het niet kan. Omdat de overheid hen die indruk gegeven heeft. Vorige week was er weer een nieuw voorbeeld.
Tijdens die anderhalf jaar is er voor de bühne voortdurend gesproken, gedebatteerd en afgestemd, maar zonder enig resultaat. Zelfs zzp belangenorganisaties hebben hun verzet tegen de handhaving nu opgegeven. Met de boodschap dat ‘de discussie over handhaving nu beëindigd is’, papegaaien ze het ministerie van Sociale Zaken na. De wens als vader van de gedachte.
Comité ZZP: geen extremisme, maar het logische standpunt
De oproep van Comité ZZP om de handhaving te stoppen is geen activistische uitschieter, zoals het ministerie van SZW en zzp belangenclubs het afdoen.
Het is de enige logische uitkomst als je wél je verantwoordelijkheid pakt. Het argument van Comité ZZP is eenvoudig en moeilijk te weerleggen. Als een maatregel zijn doel niet bereikt, aantoonbare schade veroorzaakt en tegelijkertijd een groep raakt die het probleem niet is, dan moet je die maatregel stilzetten. Niet omdat je misstanden accepteert, maar omdat de schade groter is dan de misstanden. Wat de vereniging scherp stelt is dat de huidige handhaving niet langer onderscheid maakt tussen schijnzelfstandigheid en ondernemerschap, maar dat het beleid generaliseert. Na anderhalf jaar is dat niet langer een technisch probleem, maar een moreel vraagstuk.
Je blijft ingrijpen, terwijl je weet dat je de verkeerde groep raakt. Dus: stop déze handhaving, want hij raakt zelfstandig ondernemers. Schijnzelfstandigheid aanpakken is nodig. Maar als je daarvoor echte zelfstandigen opoffert, dan ben je niet aan het handhaven. Dan ben je aan het afbreken.
