Niet stilte na de storm, maar andersom. Nadat sommige zorgorganisaties besloten om het beleid ‘geen zzp-inzet’ te voeren door enerzijds de handhaving op schijnzelfstandig en anderzijds ‘visie op goed bestuur’, zijn het diezelfde organisaties die nu -na de zomerpiek- door hun planners laten meedelen dat zij weer zzp’ers ‘mogen’ inzetten. Op zich logisch, want het heeft nooit niet gemogen. Wat treffen zzp’ers aan op de werkvloer?
Hoe kwamen we op dit punt?
Op 1 januari 2025 werd het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid opgeheven. Dat moment werd door veel zorgorganisaties gebruikt om hun beleid rondom zzp-inzet opnieuw of anders te beoordelen. Of dit nu altijd uit wetgeving voortkwam of vanuit principiële bestuurders, is de vraag. Immers de wetgeving zélf veranderde niet in vergelijking met de jaren ervoor. In de praktijk leidde het in ieder geval bij veel zorgorganisaties van terughoudendheid tot soms zelfs een volledige ‘zzp-stop’.
Voor zzp’ers betekende het dat er minder opdrachten beschikbaar waren. Voor de arbeidsmarkt zorg betekende het dat diezelfde zzp’ers in andere (zorg)sectoren gingen ondernemen of stopten met werken als zelfstandige. Ze besloten niet terug te keren naar een vast dienstverband en soms te overwinteren via uitzenden en detacheren. Dat zzp’ers niet voor een dienstverband kozen was te verwachten, want uit eerder onderzoek bleek al dat een aanzienlijk deel van de zzp’ers overwoog de zorgsector te verlaten als zij niet in die werkvorm meer zouden kunnen werken. De reden om ooit voor het zzp-schap te kiezen was bovendien niet het inkomen, maar juist flexibiliteit, eigen regie en de mogelijkheid om werk en privé beter te combineren. Desondanks bleef de behoefte aan zorgprofessionals natuurlijk bestaan. Want een personeelstekort verdwijnt niet door minder zorgprofessionals in te zetten.
De rechter bevestigt dat zzp in de zorg goed mogelijk is
Dat er weer wordt uitgereikt naar zzp’ers is niet alleen een gevolg van personeelstekorten. Zorgorganisaties lijken ook beter geïnformeerd over wat er juridisch wel en niet kan. In de afgelopen anderhalf jaar hebben verschillende rechterlijke uitspraken laten zien dat het enkele feit dat de Belastingdienst handhaaft op schijnzelfstandigheid, geen reden is om zzp-inzet dan maar volledig te beëindigen.
Zo oordeelde de rechter dat handhaving op schijnzelfstandigheid geen geldige reden is om een zzp-overeenkomst te beëindigen. Ook in andere zaken is de beoordeling van de arbeidsrelatie genuanceerder gebleken dan het beeld dat na 1 januari 2025 bij veel opdrachtgevers was ontstaan. De Belastingdienst maakte in een zaak rond een huisarts zelfs een draai en oordeelde dat er geen sprake was van schijnzelfstandigheid.
Dat maakt de beweging van zorgorganisaties begrijpelijker. De krapte op de arbeidsmarkt was er anderhalf jaar geleden immers ook. Wat veranderde, was niet alleen de behoefte aan zorgprofessionals, maar ook het inzicht in de ruimte die er juridisch daadwerkelijk is om met zelfstandigen samen te werken.
De zelfstandige zorgprofessional wordt weer gevraagd
We zien signalen dat zowel grote als kleinere zorgorganisaties die eerder afscheid namen van hun zorgvuldig opgebouwde netwerk aan zelfstandige zorgprofessionals, weer een beroep doen op deze vakkrachten. Dit keer niet gedreven door bestuurs-idealen, maar gedreven vanuit onderaf: omdat de praktijk erom vraagt. De arbeidsmarkt heeft laten zien dat zorgprofessionals niet massaal zijn teruggekeerd naar een vast dienstverband toen zzp-opdrachten schaarser werden. Ook uitzenden en detacheren bleek niet voor iedereen een alternatief.
De bemiddelaar ziet de zzp’er ook weer staan
Sommige bemiddelaars zijn weer actiever zelfstandige zorgprofessionals aan het benaderen. Uit eigen onderzoek van ZZP-erindezorg.nl bleek eerder dat de handhaving de flexmarkt in de zorg heeft veranderd en bezorgde intermediairs een sleutelpositie. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat het vertrouwen van zzp’ers in zorgbureaus sinds de start van de handhaving onder druk kwam te staan. Het beperken van zzp-inzet leidde niet automatisch tot een overstap van deze professionals naar een vast dienstverband of uitzenden. De zzp’er die nu opnieuw wordt benaderd, heeft de afgelopen periode waarschijnlijk niet stilgezeten. Die heeft keuzes gemaakt en is misschien uit de zorg vertrokken of werkt ergens anders.
Wat treft de zzp’er in de zorg nu aan op de werkvloer?
Een zzp’er die na maanden of misschien zelfs langer weer een afdeling oploopt, stapt niet per se dezelfde afdeling op. De vacatures zijn er nog, de personeelstekorten zijn er nog, de werkdruk is er nog en sommige teams lijken vooral verder opgerekt en uitgeput. Want het werk dat eerder door de flexibele schil werd opgevangen, is niet verdwenen.
De praktijk laat zien dat vaste medewerkers in zekere zin opgelucht zijn om weer een zzp’er te zien. Tegelijkertijd zien zzp’ers dat er vaste gezichten zijn vertrokken die echt bij de organisatie en het team hoorden. De mensen die zijn gebleven, hebben de afgelopen maanden veel moeten opvangen en zijn op sommige plekken simpelweg overvraagd. De zzp’er komt daarmee niet terug op dezelfde werkvloer als waar hij of zij eerder niet meer mocht zijn. De samenstelling van het team kan zijn veranderd, kennis en ervaring zijn verloren gegaan en de druk op de achterblijvers is toegenomen. Dat de zzp’er nu weer de ruimte krijgt, lijkt dat te onderstrepen. Wat heeft het dan uiteindelijk voor nut gehad?
De behoefte aan extra zorgprofessionals is immers niet verdwenen. De flexibele schil werd kleiner, maar het werk bleef bestaan. En daarmee wordt ook duidelijk wat een zzp’er aantreft als hij of zij weer wordt gevraagd: niet noodzakelijk een organisatie die het personeelstekort heeft opgelost, maar soms een team dat de afgelopen periode vooral heeft geprobeerd het vol te houden.
De behoefte laat zich niet wegstrepen
De zzp’er is niet verdwenen omdat de behoefte aan flexibiliteit verdwenen was. De keuzes van zorgorganisaties werden tijdelijk onderdrukt door beleid, onzekerheid en angst voor handhaving. Nu de praktijk beter geïnformeerd is en andere opties voor externe flex uitgeput zijn, komt de zzp’er opnieuw in beeld. De opbouw gaat weliswaar voorzichtiger dan de afbouw, maar zzp inzet groeit weer en niet zonder reden.
Want de flexibele schil blijkt niet zomaar te vervangen. De inzet van een bepaalde werkvorm kan beperkt worden, maar daarmee verdwijnt de behoefte aan mensen niet. Na de stilte die volgde toen zzp’ers radicaal doorgestreept werden, volgde de storm voor vaste medewerkers. Dit jaar werd het een opnieuw een hete zomer met veel tekorten. Omdat dit niet vol te houden was, worden er weer steeds meer zzp’ers gevraagd.
Want niet de Belastingdienst, zorgbestuurders of een ministerie bepalen hoe de praktijk er komt te zien. Uiteindelijk bepalen teams met vaste medewerkers wanneer de maat vol is. Na de stilte door zzp te beëindigen, volgde de storm voor vaste medewerkers. Dat is niet duurzaam en ook dat werd voorspeld. De praktijk heeft de zzp’er nog steeds nodig.