De aanpak schijnzelfstandigheid wordt gepresenteerd als een vorm handhaving, maar werkt in de praktijk als het sturen van gedrag via onzekerheid en angst. Aan de hand van tien afzonderlijke factoren laat dit artikel zien hoe angst systematisch in stand wordt gehouden in het dossier schijnzelfstandigheid. De Tweede Kamer grijpt nog steeds niet in.
Hoe een mens werkt
Ieder mens heeft behoefte aan voorspelbaarheid. We willen weten waar we aan toe zijn en het liefst direct. Onze hersenen kunnen slecht omgaan met langdurige onzekerheid, zeker als die gepaard gaat met mogelijke negatieve gevolgen. Dat is waarom wekenlang wachten op een medische uitslag zo slopend is. “Misschien is mijn leven voorbij.” En dat is ook waarom een automatische e-mail na een online bestelling geruststelt. “Mijn pakje is onderweg.” Uit gedragsonderzoek weten we dat mensen mogelijke negatieve consequenties groter inschatten dan ze feitelijk zijn. Onzekerheid vergroot angst. Voorspelbaarheid dempt angst.
Deze kennis over gedragseffecten speelde tijdens de coronapandemie ook met een gedragsteam nauwelijks een rol in het beleid, maar raakt inmiddels steeds meer ingeburgerd bij de overheid. Die inzichten rondom gedrag kunnen worden gebruikt om mensen positief te stimuleren, maar ook om gedrag af te dwingen. De overheid heeft met BIN NL een ‘samenwerkingsverband van alle ministeries voor de toepassing van gedragsinzichten in beleid, uitvoering, toezicht en communicatie’.
Wie mensen een bepaalde keuze wil laten maken, hoeft die keuze niet aantrekkelijk te maken. Het volstaat vaak om het alternatief onvoorspelbaar en risicovol te laten lijken. Het creëren van negatieve, onzekere consequenties in de toekomst is daarmee een krachtig beleidsinstrument. Hieronder de tien ingrediënten die wij zien als het aankomt op het dossier ‘handhaving schijnzelfstandigheid’. Los van elkaar lijken dit afzonderlijke problemen. Samen vormen zij een consistent patroon.
Onzekerheid als wapen, een voorbeeld
Als je maar genoeg onzekerheid creëert, dwing je af dat burgers luisteren. Een voorbeeld.
Stel dat het doel van de overheid is: “Houd je op de snelweg aan de maximale snelheid.” Met kennis over gedrag als wapen hoeft dat doel niet duidelijk te worden gecommuniceerd. Je hoeft alleen maar voldoende onzekerheid te creëren met de kans op een groot financieel risico.
- De exacte maximumsnelheid wordt niet vooraf bekendgemaakt;
- Of je een boete krijgt, wordt pas achteraf beoordeeld;
- De hoogte van die boete is vooraf onbekend;
- De beoordeling is afhankelijk van de BOA die je treft;
- Staande houden kan altijd plaatsvinden “in het kader van onderzoek”.
Het gevolg is dat geen weggebruiker nog weet waar hij aan toe is. Dus gaat iedereen langzamer rijden dan nodig is. Niet uit overtuiging, maar uit angst voor onvoorspelbare negatieve consequenties. Angst en dwang zijn aan elkaar gekoppeld. Als je angst creëert, ervaren mensen dwang om bepaald gedrag te laten zien. Wat zien we in het dossier schijnzelfstandigheid?
1. Wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid, is onbekend
In het huidige handhavingskader voor de wet DBA is vooraf niet vast te stellen wanneer een opdracht als schijnzelfstandig wordt beoordeeld. Er bestaan geen harde, toetsbare normen. Beoordeling vindt plaats achteraf, tijdens willekeurige controles door de Belastingdienst. Dat maakt rechtszekerheid vooraf onmogelijk.
2. Iedereen met een KvK nummer kan geraakt worden
De ‘aanpak schijnzelfstandigheid’ suggereert dat alleen schijnzelfstandigheid wordt aangepakt. Dat is in de praktijk niet het geval. Ook als er sprake is van volwaardig zelfstandig ondernemerschap, worden zzp’ers getroffen door de ‘aanpak schijnzelfstandigheid’. Iedereen met een KvK nummer kan willekeurig geraakt worden, 1.5 miljoen burgers in totaal.
3. Dat de zorgsector veel schijnzelfstandigheid heeft, is onbewezen
De stelling dat de zorgsector of de publieke sector in het algemeen structureel kampt met schijnzelfstandigheid wordt vaak herhaald, maar is niet onderbouwd. Dit moest de minister van Sociale Zaken ook zelf onlangs bekennen. Algemene aannames worden gepresenteerd als feit, terwijl casuïstiek ontbreekt. De ‘aanpak schijnzelfstandigheid’ is gestart zonder duidelijk beeld van wat het is, waar het zit en hoe groot het ‘probleem’ zou zijn.
4. Of en hoeveel jouw opdrachtgever aan naheffingen moet betalen, is onduidelijk
Opdrachtgevers kunnen niet vooraf bepalen of zij risico lopen op naheffingen. Daarnaast kennen zij ook de omvang van een eventuele boete – die ‘naheffing’ heet – niet. De beoordeling hangt af van interpretatie van feiten en omstandigheden, vaak jaren later. Daarmee wordt de financiële aansprakelijkheid langdurig en onvoorspelbaar, wat leidt tot terughoudendheid bij zzp inhuur.
De Belastingdienst geeft aan tevreden te zijn dat de ‘gepercipieerde pakkans bij opdrachtgevers’ toeneemt – kamercommissie SZW, september ’24
5. Informatie vanuit de overheid is aantoonbaar onjuist
Voorlichting over schijnzelfstandigheid suggereert vaak dat duidelijk is “wat wel en niet mag”, zoals in het voorbeeld van www.hetjuistecontract.nl. In werkelijkheid wijkt die communicatie af van rechtspraak en de praktijk. Toch hebben bewindspersonen herhaaldelijk verwezen naar deze feitelijk onbetrouwbare en onvolledige informatie, waarmee de onzekerheid en onduidelijkheid verder groeit.
6. Oude beloftes worden genegeerd
Sinds de invoering van de Wet DBA zijn meerdere keren toezeggingen gedaan over duidelijke kaders, modelovereenkomsten en rechtszekerheid vooraf. Die beloften zijn niet waargemaakt. Ook in de zorgsector zijn jarenlang beloftes gedaan over dat zelfstandig ondernemerschap in de zorg positie heeft, via de kwaliteitswet Wkkgz bijvoorbeeld. In plaats van het respecteren van haar eigen uitspraken, wordt er door de Belastingdienst bij bezoeken aan organisaties gecommuniceerd dat zzp helemaal niet mogelijk zou zijn.
7. De ‘zachte landing’ is niet gelukt, maar de aanpak gaat door
De zachte landing om opdrachtgevers te laten wennen aan de handhaving was bedoeld om rust, duidelijkheid en tijd te bieden. Door de onduidelijke wet DBA is dit vanaf dag één omgeslagen in angst voor zzp inhuur. Net zoals in 2016 ook het geval was. En ook in 2025 was de onzekerheid er weer onmiddellijk en stokte de inhuur van zzp’ers. Toch wordt er – een vol jaar later – nog steeds vastgehouden aan de ingezette koers. Dat de belofte van zachte landing niet gelukt is, heeft geen politieke gevolgen.
8. Rechterlijke uitspraken worden genegeerd
Juridische specialisten constateren dat de Belastingdienst in haar beoordeling van schijnzelfstandigheid niet consequent de wetgeving en rechtspraak volgt. In de praktijk verwijst de Belastingdienst bijvoorbeeld naar de negen criteria uit Deliveroo, maar selecteert zij alleen de onderdelen die een beoordeling dienstverband ondersteunen. Zij negeert belangrijke elementen zoals zelfstandig ondernemerschap.
9. Zo snel mogelijk weer ‘normaal handhaven‘
Vorige week dwong de Tweede Kamer af dat de niet-zo-zachte landing zou worden verlengd. Het kabinet ging akkoord, maar schoorvoetend en slechts voor drie maanden. Daarmee wordt de intentie van de ministeries van Sociale Zaken en Financiën duidelijk: de koers die deze onduidelijkheid en onzekerheid creëert, moet zo snel mogelijk weer opgepakt worden. Want het werkt.
10. De ene ‘boete’ niet, wel kans op nieuwe ‘boete’
Het woord ‘boete’ doet het altijd goed bij het dreigen met negatieve financiële consequenties bij burgers. Vorige week viel op dat de ene ‘boete’ boodschap snel plaats maakte voor een nieuwe ‘boete’ boodschap. De ‘verzuimboete’ voor organisaties wordt uitgesteld, maar de nieuwe ‘vergrijpboete’ werd snel vaker aangehaald. Nu is deze vergrijpboete alleen van toepassing bij kwaadwillendheid, dus in de praktijk zelden relevant, maar dat is het doel niet. Wat blijft hangen, is het woord ‘boete’. Nieuwe onzekerheid dus.
Tweede Kamer neemt weer geen Verantwoordelijkheid
De aanpak schijnzelfstandigheid leidt in de praktijk tot het ontmoedigen van alle vormen van zzp inzet. Dat is een rechtstreeks gevolg van deze strategie. Gebaseerd op de onduidelijke wet DBA, die juist volgens de polder heel duidelijk is. In 2016 was deze onduidelijkheid al bekend, want ook toen leidde het tot veel onrust. In de tussenliggende jaren heeft de overheid het nagelaten om de problematiek op te lossen en wetgeving concreet te maken. Dat hoeft ook niet als je iedere vorm van ‘buiten dienstverband’ werken afwijst en dit als achterliggende agenda zou hebben.
Is de huidige aanpak schijnzelfstandigheid een gerichte gedragsinterventie? Je zou kunnen zien dat via het creëren van angst en door onvoorspelbare, negatieve, financiële risico’s gewenst gedrag naar dienstverband = de norm wordt afgedwongen. Vanuit dat perspectief is de rol van de Tweede Kamer vorige week veel te klein geweest. Na ruim een jaar debat en herhaalde waarschuwingen, bleef slechts een verlenging van drie maanden over op een zachte landing die helemaal geen zachte landing is. Drie maanden, terwijl het zzp-dossier gemiddeld eens per vier tot zes maanden wordt besproken. Dat betekent dat deze verlenging feitelijk voorbij is voordat de Kamer zichzelf opnieuw de kans geeft om het onderwerp inhoudelijk te agenderen. Daarmee koopt de Kamer geen tijd voor zzp’ers en opdrachtgevers, maar schuift zij haar verantwoordelijkheid vooruit. Terwijl de onzekerheid intussen volledig intact blijft.