In de zorgsector neemt de uitstroom steeds grotere vormen aan. De urgentie ontbreekt echter om hier iets mee te doen. Focus op het ‘dossier zzp’ blijft vooralsnog belangrijker dan focus op het behoud van eigen medewerkers.
‘Tekorten lopen steeds sneller op’
De krapte op de arbeidsmarkt in de zorg neemt sneller toe dan werd verwacht. Dit bericht Zorgvisie deze week naar aanleiding van onderzoek door Randstad. Vooral naar mbo4 beroepen is veel vraag in de zorg. Het aantal openstaande vacatures steeg in de eerste helft van dit jaar met 15% ten opzichte van vorig jaar. Er zijn nu 52.000 onvervulde vacatures, 30.000 daarvan staan open in de cure en 22.000 in de care. In 2023 steeg het aantal vacatures met 4% in plaats van met 15% van dit moment. Het aantal vacatures voor verpleegkundigen steeg dit jaar met 5%, voor verzorgenden lag dit zelfs op 25%. Voor iedere 3 vacatures voor verpleegkundigen, is er in werkelijkheid één verpleegkundige beschikbaar. Er is in de sector sprake van “een dalende instroom, hogere uitstroom en meer en complexere zorgvraag”.
‘Uitstroom sector zorg en welzijn onder landelijk gemiddelde’
Het programma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) houdt de arbeidsmarkt voor het ministerie van VWS in de gaten. Het doel is om ‘betrouwbare, onafhankelijke informatie te bieden over de arbeidsmarkt’. AZW interpreteert gegevens vanuit Statline, de database van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Een bijeenkomst van AZW eind vorig jaar liet nog zien dat het inzicht doordringt dat zzp vooral een gevolg was van beperkingen dienstverband. De vraag was vervolgens of ook de uitstroom met een kritische blik zou worden gevolgd. Dat blijkt niet het geval. In een recente ‘longread‘ over duurzame inzetbaarheid onderstreept AZW dat de uitstroom uit de sector zorg en welzijn “met 11% lager is dan gemiddeld in Nederland (ongeveer 20%).” De uitstroom valt dus best mee, maar “toch wordt hier in het maatschappelijk debat anders over geschreven“, vindt AZW. Anders gezegd: de uitstroom uit zorg en welzijn wordt overdreven.
Een voorbeeld: uitstoom sector Jeugdzorg
De sector Jeugdzorg heeft concrete cijfers beschikbaar tot en met het derde kwartaal van 2023. Dat is dus nog vóór de krachtigere uitstroom van 2024. Achtereenvolgens lees je hieronder screenshots van het ‘Totaal Jeugdzorg’, de ‘leeftijd van 25-25′ van professionals en die van ’35-45 jaar oud’.
Bij het totaal van de sector Jeugdzorg valt op dat er sprake is van krimp in kwartaal 3 van 2023
In de (jonge) leeftijd van 25 – 35 jaar ligt de uitstroom van professionals hoger dan de instroom
In de leeftijd van 35 – 45 jaar oud ligt de uitstroom zo’n 40% hoger dan de instroom
Ervaren professionals in de Jeugdzorg hebben een bovengemiddelde neiging om uit te stromen. In de longread van AZW lezen we dat “binnen de branche jeugdzorg … willen medewerkers gemiddeld het kortst in hun huidige functie door blijven werken (6,8 jaar)”. De kans op mobiliteit is daarmee niet alleen hoog, maar aan de cijfers is ook duidelijk te zien dat de uitstroom hoger ligt dan de instroom. Pakken we de infographic erbij van datzelfde AZW over zzp’ers in de Jeugdzorg, dan zien we dat 75% van de zzp’ers nog geen 10 jaar actief is als zzp’er; recent overgestapt dus. Misschien blijkt ook voor de professional in de Jeugdzorg zzp het alternatief op uitstroom. Op de vraag waarom professionals in deze sector geen voornemen hebben om er lang te blijven werken, blijft onbeantwoord.
Valt de uitstroom mee of tegen?
We vroegen ons al eerder af waar de aanpak blijft op de massale uitstroom uit de sector. Dat werkgevers twee jaar geleden de noodklok over de uitstroom luidden, heeft geen waarneembaar effect gehad. Dat een CBS onderzoek de mismatch tussen de uitstroom enerzijds en een gebrek aan aanpak anderzijds onderstreepte, bleef zonder gevolgen. Slecht bestuur in de Jeugdzorg leidt tot uitstroom, zo stelde FTM vast. Geen consequenties. Ondanks wetgeving, ervaren professionals een gebrek aan zeggenschap; ruim 1 op de 5 overweegt vertrek. Zorgwekkend? De urgentie lijkt te ontbreken, omdat ook uitstroom aan interpretatie onderhevig is. Het logische gevolg is dat de uitstroom steeds grotere vormen aanneemt. Van alle professionals die het vaste dienstverband verlaten, kiest 6% voor een bestaan als zzp’er. Dit was een constatering van Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) twee jaar geleden. 94% van de uitstroom wordt genegeerd, 6% krijgt nog steeds alle aandacht.


