Waarom verlaten zorgprofessionals hun organisatie en wat zegt dat over de uitstroom in de zorg? Nieuwe resultaten uit het landelijke uitstroomonderzoek van RegioPlus laten zien dat jaarlijks duizenden professionals hun werkgever verlaten. De landelijke koepel van werkgevers onderzocht in 2025 ruim 17.000 vertrekkende zorgmedewerkers bij meer dan 200 zorg- en welzijnsorganisaties.
Hier vind je het RegioPlus factsheet uitstroomonderzoek 2025.
De cijfers geven inzicht in de oorzaak van de uitstroom en het personeelsverloop in de sector zorg en welzijn. Als je de factsheet goed bekijkt dan krijg je een ander beeld van personeelstekorten dan wat je hoort in het publieke debat. De discussie over uitstroom gaat vaak over CAO voorwaarden of een contractvorm zoals zzp, maar het onderzoek laat vooral zien dat werkomstandigheden zoals werkdruk, onvoldoende ontwikkelmogelijkheden en weinig invloed op het werk belangrijke factoren zijn.
Wat zeggen deze cijfers werkelijk over de arbeidsmarkt in de zorg?
Wat het uitstroomonderzoek laat zien
Het landelijke uitstroomonderzoek brengt de belangrijkste vertrekredenen in kaart van zorgprofessionals die vrijwillig hun organisatie verlaten.
De vijf belangrijkste categorieën zijn:
- Privésituatie;
- Ontwikkelmogelijkheden;
- Werkinhoud;
- Planning en tijd;
- Werkdruk.
Daarnaast nemen ook andere factoren in kracht toe, zoals:
- Ongewenst gedrag en agressie op de werkvloer;
- Gebrek aan inspraak of invloed binnen organisaties
De vertrekredenen laten zien dat uitstroom uit organisaties zelden één oorzaak heeft. Het gaat vaak om een combinatie van factoren die samen bepalen of zorgprofessionals hun werk nog duurzaam kunnen blijven doen. Wat alle factoren gemeen hebben is dat het gaat over de werkomstandigheden binnen organisaties, niet de inhoud van het vak zelf.
Het meest opvallende cijfer: professionals verlaten de sector nauwelijks
Het meest interessante resultaat van het uitstroomonderzoek krijgt relatief weinig aandacht in het publieke debat.
Van de medewerkers die hun organisatie verlaten blijkt dat..
- 52% naar een andere organisatie gaat binnen dezelfde branche;
- 24% naar een andere branche vertrekt binnen de sector zorg en welzijn;
- 14% de zorgsector volledig verlaat.
Samengevat wordt er dus vooral gezocht naar een werkgever die de werkomstandigheden wel goed georganiseerd heeft of een sector waar de werkomstandigheden beter zijn. Wat ook opvalt: 65% van de professionals die hun sector verlaten, verwacht in de toekomst terug te keren naar de zorg. Je zou daaruit kunnen concluderen dat er wordt gehoopt op verbetering in de toekomst.
Dat betekent dat veel professionals niet afscheid nemen van het vak zelf, maar vooral van de manier waarop het werk binnen een specifieke organisatie of sector is georganiseerd. De uitstroom uit organisaties is dus niet hetzelfde als uitstroom uit de sector. Dit onderscheid wordt in de media zelden gemaakt.
Privéredenen als vertrekreden
In het rapport wordt ‘privésituatie’ genoemd als belangrijkste vertrekreden. Dat lijkt op het eerste gezicht alsof vertrek uit organisaties vooral persoonlijke oorzaken heeft. Maar wanneer je kijkt naar wat onder deze categorie valt, ontstaat een ander en herkenbaar beeld.
Onder privéredenen die tot vertrek leiden vallen bijvoorbeeld:
- Lange reistijd;
- Mantelzorg;
- Verhuizing;
- Verandering van levensfase.
Dit zijn juist situaties waarin flexibiliteit in werk en roosters belangrijk wordt. Juist op dat punt knelt het al jaren binnen zorgorganisaties. Wanneer organisaties weinig ruimte bieden voor een gezonde werk en privé balans, zoeken professionals vaak naar andere oplossingen. Dat kan betekenen dat zij een andere werkgever zoeken, maar soms ook dat zij hun werk anders organiseren. De conclusie is daarom niet dat professionals de zorg verlaten om persoonlijke redenen. De conclusie is eerder dat veel organisaties onvoldoende flexibiliteit bieden om het werk duurzaam vol te houden. Dit verklaart waarom zorgprofessionals niet altijd terugkeren naar loondienst, ondanks het personeelstekort.
Vertrekredenen verschillen per levensfase
Het uitstroomonderzoek laat ook zien dat vertrekredenen verschillen per leeftijdsgroep.
- Voor professionals onder de 35 jaar zijn ontwikkelmogelijkheden de belangrijkste reden om een organisatie te verlaten;
- Voor professionals tussen 35 en 55 jaar spelen vooral privésituatie en werkinhoud een rol;
- Voor professionals ouder dan 55 jaar wordt werkdruk steeds belangrijker.
Dit laat zien dat de arbeidsmarkt in de zorg geen uniform probleem kent. Verschillende groepen professionals zoeken verschillende oplossingen.
Wat deze cijfers zeggen over de arbeidsmarkt in de zorg
De cijfers uit het uitstroomonderzoek laten een duidelijk patroon zien dat al jaren zichtbaar is in de zorgsector.
Professionals verlaten organisaties wanneer:
- Werkdruk structureel hoog is;
- Invloed op het werk beperkt is;
- Ontwikkelmogelijkheden ontbreken;
- Werk en privé moeilijk te combineren zijn.
Dit zijn structurele arbeidsmarktvraagstukken. Ze hebben te maken met de manier waarop werk in zorgorganisaties wordt ingericht en georganiseerd. De discussie over contractvormen, zoals het vaste dienstverband, flexcontracten of zzp raakt slechts een deel van het probleem.
De kernvraag waar het op neer komt is; onder welke omstandigheden willen zorgprofessionals hun werk blijven doen?
Flexibel werken als reactie op organisatieproblemen
Wanneer zorgprofessionals merken dat hun werk niet goed aansluit bij hun leven of belastbaarheid, zoeken zij vaak naar andere manieren om hun werk te organiseren. Dit gebeurt steeds vaker via flexibel werken in de zorg.
De meest voorkomende voorbeelden zijn;
- Werken via een flexpool;
- Tijdelijk detacheren of uitzenden;
- Werken als zzp’er in de zorg;
- Een hybride combinatie van loondienst en zzp
Flexibel werken wordt in dat geval geen doel op zich, maar een manier om regie te houden over werktijden, werkdruk en professionele ruimte. Voor veel zorgprofessionals is dat een manier om het vak vol te houden.
Conclusie: uitstroom uit organisaties is niet hetzelfde als uitstroom uit de zorg
Het landelijke uitstroomonderzoek laat zien dat het vertrek van zorgprofessionals vaak anders werkt dan in het publieke debat wordt gesuggereerd. Veel professionals verlaten hun organisatie, maar liever niet de zorgsector zelf. Werkdruk, ontwikkelmogelijkheden en invloed op het werk spelen een belangrijke rol in die beslissing. Voor de toekomst van de zorgarbeidsmarkt betekent dat dat oplossingen niet alleen gezocht moeten worden in contractvormen, maar vooral in de manier waarop werk in organisaties wordt ingericht. Zolang zorgprofessionals zoeken naar meer regie over hun werk, zullen verschillende werkvormen zoals loondienst, flexibel werken en zzp in de zorg naast elkaar blijven bestaan. De arbeidsmarktprognoses zorg 2025–2035 laten zien dat we deze werkvormen hard nodig hebben om zoveel mogelijk mensen te behouden voor de zorg.