In de aanloop naar het Rondetafelgesprek van vandaag, waarschuwt de uitzendbranche voor de risico’s van continuïteit van zorg als de inzet van zzp’ers wordt belemmerd. Dit is een draai ten opzichte van vorig jaar, toen een deel van de uitzendbranche nog opriep zzp’ers in de zorg aan te pakken.
Uitzendkoepel ABU waarschuwt voor risico continuïteit van zorg
Grote bemiddelaars in de zorgsector maken zich zorgen over de continuïteit van zorg als de handhaving op schijnzelfstandigheid door gaat. Zorgorganisaties zijn afhankelijk van zzp’ers en het niet durven inhuren heeft gevolgen voor cliënten en patiënten. De aanpak van zzp’ers kan de continuïteit van zorg in gevaar brengen, zo stelt de directeur van uitzendkoepel ABU. Dit standpunt is aanvullend op de ‘position paper’ die de ABU inleverde voor het Rondetafelgesprek van vandaag. In die paper schrijft de ABU dat “in de zorgsector veel zzp’ers worden ingezet. Bemiddelaars vrezen dat strikte handhaving zal leiden tot een tekort aan personeel, wat de continuïteit van de zorg in gevaar kan brengen. Intermediairs voor grote zorgorganisaties maken zich zorgen over deze ontwikkeling en staan voor een belangrijk dilemma: stoppen met de inzet van zzp’ers, met name in de intramurale zorg, en daarmee het risico lopen dat de zorg niet kan worden gecontinueerd, of doorgaan met het inzetten van zzp’ers en daarmee een grote boete van de Belastingdienst riskeren.”
ABU maakt draai: bemiddeling krijgt positie
De ABU maakt hierbij een draai ten opzichte van vorig jaar en positioneert hiermee bemiddeling in plaats van uitzenden. Het vorige kabinet stelde het vaste dienstverband nog als ‘de norm’. Aangezien een uitzendkracht of gedetacheerde ook een dienstverband heeft, kon de uitzendbranche in eerste instantie mee met dit kabinetsbeleid. Het was vooral ABU-lid Randstad dat opriep tot het ingrijpen op de zzp markt, zodat uitzenden meer positie zou krijgen. Het was uitzendkoepel ABU die halverwege vorig jaar nog stelde dat de ‘onstuimige groei van zzp’ers de zorgsector heeft ontwricht‘. De ABU vond het toen nog ‘noodzakelijk dat er snel duidelijke en uitvoerbare zzp-regels komen‘, want het moest afgelopen zijn met al die gelukszoekers die ‘louter om financiële redenen‘ kiezen voor het zzp-schap. Inmiddels is de ABU van standpunt gewijzigd en geeft zij aan dat de aanpak van schijnzelfstandigheid de continuïteit van zorg in gevaar kan brengen. Grote bemiddelende organisaties zoals Zorgwerk, Aethon en Happy Nurse maken onderdeel uit van het ledenbestand van de ABU.
Waarom willen intermediairs liever uitzenden dan bemiddelen?
Commerciële intermediairs hebben er dikwijls belang bij om aan te sturen op uitzendkrachten in een dienstverband, in plaats van het bemiddelen van zzp’ers. Uitzenden levert simpelweg meer geld op. Op het moment dat een uitzendkracht op de loonlijst staat van een intermediair, dan vermenigvuldigt het bureau het uurloon van de kandidaat met een ‘omrekenfactor’. In die omrekenfactor zit een stuk werkgeverslasten, bureaukosten en winst. Binnen de zorg wordt in verband met schaarste een omrekenfactor tot wel 3.5 keer gebruikt. Meestal ligt de factor lager, zo rond de 2.0 tot 2.5. Dat wil zeggen dat een zorgmedewerker die € 18 bruto per uur verdient bij het bureau, bij een factor 2.5 voor € 45 per uur wordt verhuurd. Exclusief BTW. Welk deel van het uitzendtarief ‘winst’ is, is niet goed zichtbaar en dat werkt in het voordeel van een bedrijf zoals Randstad. Bij (zuivere) bemiddeling is de verdeling van inkomsten tussen zzp’er en bureau veel scherper te zien. Dit komt doordat het uurtarief van de zzp’er en de bemiddelingsfee van het bureau zichtbaar zijn. Een aantal intermediairs zien om deze redenen liever uitzendkrachten op de loonlijst, dan zzp’ers in een bestand. Beide typen intermediairs, zowel bemiddelaars als uitzendbureaus, zijn aangesloten bij koepels zoals de ABU en NBBU.
Bij dwang naar dienstverband ‘kiest 10-15% voor uitzenden’
Is uitzenden binnen een dienstverband voor zorgmedewerkers een alternatief op zzp? Als zzp’ers gedwongen worden naar een dienstverband “schat” de directeur van de ABU dat “10 à 15 procent van de zzp’ers via een uitzendbureau gaat werken”, zo stelt het artikel van Skipr. Deze inschatting doet mogelijk geen recht aan de werkelijkheid. Tijdens ons onderzoek juli dit jaar polsten we de interesse voor een uitzendconstructie onder zzp’ers. We stelden eerst de vraag of een dienstverband een optie is. Voor 75% van de ruim 1000 respondenten bleek dat niet het geval. Van de overgebleven 25% van de respondenten bleek 1 op de 10 ondervraagden een dienstverband bij een uitzendbureau te zien zitten. Dat is 2% van de totale onderzoekspopulatie; 1 op de 50 zzp’ers in de zorg. Het lijkt daarmee onverstandig om een uitzendcontract als een logisch alternatief te zien. Uitstroom uit de sector blijft voor het leeuwendeel van de groep zzp’ers de logische oplossing bij een gedwongen dienstverband.
NBBU: wens van de werkende staat centraal
Naast uitzendkoepel ABU, is er ook de NBBU. Susan van Tilburg is bestuurslid bij de NBBU en heeft jarenlange ervaring met de bemiddeling van zzp’ers in de zorg. We hebben haar gevraagd hoe zij kijkt naar uitzenden tegenover zzp. “In de media zien we veelvuldig terugkomen dat er vanuit diverse hoeken kritiek is op de arbeidsvorm die zorgprofessionals kiezen. Dit leidt af van de vragen waar de sector voor staat. Wat de NBBU betreft is het optimaal benutten van het arbeidspotentieel in de zorg het uitgangspunt. Het creëren van werkgeluk voor zorgprofessionals, zodat we uiteindelijk continuïteit van zorg kunnen borgen is het doel. Een deel flexibele formatie is bedrijfseconomisch gezien logisch en zowel bemiddelen als uitzenden maakt daar onderdeel vanuit maken. Wij kijken liever naar een oplossingsrichting die recht doet aan de wensen van de arbeidskrachten en een passend antwoord is op de vraag naar flexibel en ondernemend werken.“, aldus van Tilburg. Zij wijst erop dat het afschalen van Personeel Niet In Loondienst (PNIL) niet mogelijk is bij hoog verzuim en veel openstaande vacatures. Deze zomer werd bekend dat het verzuim in de zorg weer gestegen is naar 7,5% en het tekort aan personeel sneller oploopt.
