De maatregelen die de ouderenzorg veranderen, stapelen zich op. Een hogere drempel naar het verpleeghuis. Meer nadruk op mantelzorg, verwachtingen van de buurt en de samenleving. Ook de huisartsen gaan minder vaak op huisbezoek. Alle maatregelen wijzen in dezelfde richting.
De ouderenzorg: van losse maatregelen naar dezelfde beweging
De maatregelen in de ouderenzorg over een langere periode volgen elkaar op in kleine stappen. Een nieuw toetsingskader voor de toegang tot het verpleeghuis, een grotere rol voor mantelzorgers en meer aandacht voor sociale netwerken en initiatieven in de wijk. Het zijn allemaal gevolgen van de landelijke transities op de toenemende vergrijzing, het groeiende personeelstekort en de oplopende zorgkosten.
Wanneer je deze ‘puzzelstukjes’ naast elkaar gaat leggen, zie je dat niet één maatregel de ouderenzorg verandert, maar het totaal van maatregelen. Waar professionele zorg vroeger steeds verder werd uitgebreid naarmate de zorgvraag toenam en complexer werd, verschuift dat uitgangspunt langzaam. Er wordt gekeken naar wat de oudere zelf nog kan, vervolgens wat familie kan betekenen en daarna welke rol de buurt of het sociale netwerk kan spelen. Om uiteindelijk te beoordelen of professionele zorg nog ‘passend’ is.
ActiZ bevestigt: het netwerk wordt leidend
Begin juni dit jaar publiceerde Actiz, de branchevereniging voor zorgorganisaties de visie: De toekomst van werk in de zorg voor ouderen. In dit document komen de verschillende maatregelen bij elkaar en is te zien hoe zorgprofessionals, mantelzorgers, vrijwilligers en de samenleving in de toekomst veel intensiever moeten gaan samenwerken dan nu het geval is. De rol van de zorgprofessional verandert daarbij nadrukkelijk. Niet alleen zorg verlenen, maar ook mantelzorgers ondersteunen, netwerken versterken en samenwerking organiseren worden onderdeel van het dagelijks werk.
De ogenschijnlijke afzonderlijke beleidsmaatregelen blijken allemaal uit dezelfde gedachte voort te komen. De samenleving zal een grotere rol moeten spelen in de zorg voor ouderen. Stap voor stap komt dit steeds meer naar de oppervlakte en verandert de koers van de ouderenzorg.
De aanname: iedere oudere heeft een netwerk
Bijna iedere maatregel gaat in de basis uit van een samenleving waarin familie, buren, vrijwilligers en sociale netwerken een deel van de zorg kunnen dragen. Veel ouderen zouden volgens die transitieprogramma’s zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen en een betrokken omgeving draagt aantoonbaar bij aan kwaliteit van leven. Maar niet iedere oudere heeft kinderen. Of heeft een goede relatie met naasten. Niet iedere mantelzorger kan de zorg combineren met werk of een eigen gezin. Niet voor iedere oudere staan buren klaar. Denk aan een jong gezin dat zelf ook al alle ballen probeert omhoog te houden. Juist die verschillen, waar het zorgbeleid afhankelijk van wil worden, zijn bepalend of het in de praktijk wel werkt.
Het ActiZ-document besteedt veel aandacht aan de manier waarop formele en informele zorg beter kunnen samenwerken. Veel minder aandacht is er voor wat er gebeurt wanneer het netwerk waarop die samenwerking is gebaseerd beperkt of zelfs afwezig is. De visie beschrijft vooral hoe de zorg eruit kan zien als die sociale basis aanwezig is.
Waar gaat de ouderenzorg naar toe?
Als de visie van ActiZ de komende jaren werkelijkheid wordt, verandert de ouderenzorg zoals we die vandaag kennen. Niet omdat de zorgvraag afneemt, maar omdat de manier waarop die zorg wordt georganiseerd verandert. De oudere blijft langer thuis wonen, terwijl formele en informele zorg steeds meer in elkaar overlopen. Mantelzorgers, vrijwilligers, de buurt en andere betrokkenen worden niet alleen een aanvulling op de professionele zorg, maar worden de zorg. De zorgprofessional is er nog wel, maar krijgt een andere rol. Niet alleen als uitvoerder van zorg, maar als degene die het netwerk rondom een oudere helpt functioneren.
De zorgorganisatie is niet vanzelfsprekend het middelpunt meer van waaruit alle lijnen lopen. De zorg ontstaat vaker rondom de oudere zelf. Aan de keukentafel, in de wijk en binnen het netwerk dat beschikbaar is. Dat vraagt om zorgprofessionals die niet alleen vakinhoudelijk sterk zijn, maar ook zelfstandig kunnen samenwerken, verbinden en regie durven nemen. Wie in staat is om zelfstandig te werken, verschillende partijen met elkaar te verbinden en het overzicht te houden in een steeds complexere thuissituatie, krijgt een rol die verder gaat dan het verlenen van zorg alleen. De toekomstige ouderenzorg vraagt niet alleen om goede zorgverleners, maar om professionals die het verschil kunnen maken in de thuissituatie van de oudere.
Ook de huisarts trekt zich terug uit de wijk
Ook in de thuissituatie gaan formele zorgverleners zich inmiddels terugtrekken. In een onderzoek van NU.nl blijkt dat huisartsen minder vaak op huisbezoek gaan. Doordat de druk op de huisartsenzorg toeneemt, de bevolking vergrijst en de zorgvraag complexer wordt, moeten huisartsen keuzes maken om hun werk uitvoerbaar te houden. Juist nu mensen langer thuis blijven wonen, wordt de huisarts minder vaak zichtbaar in de thuissituatie.
Het huisbezoek stond jarenlang symbool voor de zichtbare aanwezigheid van medische zorg in de thuissituatie, maar ook huisartsen moeten binnen de grenzen van schaarste of wel ‘passende zorg’ werken. Daarmee past ook deze ontwikkeling in dezelfde beweging die op andere plaatsen in de ouderenzorg zichtbaar is.
Toezichthouder de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa): “We verwachten dat zorgverzekeraars zich maximaal inspannen om de huisartsenzorg regionaal passend te organiseren.”
Bron: EenVandaag
De zorgprofessional krijgt er een nieuwe opdracht bij
De zorgprofessional blijft betrokken bij de zorg die wordt verleend, maar er komt een tweede opdracht bij. Naast het verlenen van zorg wordt van zorgprofessionals verwacht dat zij mantelzorgers begeleiden, kennis delen, samenwerking stimuleren en het netwerk rondom een oudere helpen versterken. Niet alleen de organisatie van zorg verandert, maar ook inhoudelijk verandert het vak. De kwaliteit van zorg wordt afhankelijker van factoren waarop die professional zelf slechts beperkt invloed gaat hebben. Een sociaal netwerk laat zich niet hetzelfde organiseren zoals een zorgteam of een rooster dat doet.
Hoe wordt recht op zorg nog verantwoord en welke verschillen ontstaan er? Hoe pakt het uit voor ouderen die niet kunnen terugvallen op familie, buren of een sociaal netwerk? Want niet iedere oudere beschikt daarover. De uitdaging ligt niet in het beleid zelf, maar in de praktijk waarin het iedere dag opnieuw moet werken.
Ouderenzorg vanaf de keukentafel, niet langer de thuiszorgorganisatie
In de praktijk komt het nog steeds terecht bij de zorgprofessional. Niet de brancheorganisatie zit aan de keukentafel, maar de (wijk)verpleegkundige, praktijkondersteuner of de huisarts. Zij moeten steeds vaker uitleggen waarom professionele zorg niet langer vanzelfsprekend is, waarom het netwerk belangrijker wordt en waarom eerst naar de omgeving wordt gekeken voordat zorg wordt ingezet. Die keuze wordt uiteindelijk zichtbaar in het gesprek tussen zorgprofessional en oudere. Van zorgprofessionals wordt niet alleen verwacht dat zij anders gaan werken, maar ook dat zij uitleggen waarom de zorg verandert. De zorgprofessional verleent daarmee niet alleen zorg, maar wordt ook de uitvoerder van een maatschappelijke transitie. Voor zelfstandig ondernemers in de zorg biedt het veel kansen.