Aartsen erkent in vrijwel ieder mediaoptreden dat zelfstandigen niet het probleem zijn en dat zij de gevolgen dragen van jarenlange politieke onduidelijkheid. Ondertussen verandert er voor zelfstandigen die vandaag opdrachten verliezen niets. Terwijl de minister zich vooral concentreert op de toekomst, blijft de handhaving die de groep raakt onverminderd doorgaan. Daarmee zijn het vooral veel intenties, maar geen verandering.
Aartsen: ‘de zzp’er is het probleem niet’
Sinds zijn aantreden als minister van Werk en Participatie eind februari, communiceert Thierry Aartsen voortdurend dezelfde boodschap. Bij BNR, in gesprek met ZiPconomy, tijdens de Dag van de ZZP’er, in interviews met media en tijdens een optreden deze week in Nieuwspoort klinkt telkens dezelfde boodschap. ‘Zzp’ers zijn niet het probleem’.
Aartsen herhaalt en herhaalt hetzelfde verhaal. Dat zelfstandigen jarenlang geplaagd zijn door negatieve voorbeelden. Dat het volgens hem te vaak ging over schijnzelfstandigheid, platformwerkers, misstanden en kwetsbare groepen zzp’ers. Terwijl de overgrote meerderheid volgens hem zelfstandig ondernemer is. Zzp’ers zijn dus slachtoffer van de politieke dynamiek van de laatste jaren.
Aartsen belooft daarom ‘hard te werken’ aan het normaliseren van het zzp-dossier. Ondernemerschap moet definitief erkend worden en in wetgeving worden gegoten met een Zelfstandigenwet. Opdrachtgevers zouden in de tussentijd zeker niet moeten stoppen met inhuur, aldus Aartsen. De overheid heeft jarenlang verzuimd duidelijke wetgeving te bieden en daar ondervinden zelfstandigen de gevolgen van.
In vrijwel ieder optreden geeft hij zelfstandigen gelijk.
Voor zelfstandigen verandert er niets
Voor zzp’ers blijft de praktijk hetzelfde als van voor minister Aartsen. Nog altijd melden zelfstandig ondernemers dat opdrachten verdwijnen. Nog altijd hanteren organisaties een nul-zzp beleid of beperken zij de inzet van zelfstandigen uit angst voor financiële consequenties. De belangenorganisatie Comité ZZP blijft voortdurend wijzen op nieuwe signalen, casuïstieken en voorbeelden van zelfstandigen die in hun bestaan geraakt worden door de handhaving tegen zzp’ers.
Het probleem is namelijk niet de zzp’er, maar de opzet van de handhaving. De huidige wetgeving is onduidelijk, precies zoals Aartsen stelt. Desondanks wordt er gehandhaafd op precies die wetgeving. De angst en onzekerheid heeft van een aanpak tegen schijnzelfstandigheid, een aanpak tegen zzp’ers in het algemeen gemaakt. In 2016 was diezelfde wet nog juist reden om juist níet te gaan handhaven. In 2026 wordt de handhaving in stand gehouden, terwijl de uitwerking voor de praktijk precies is zoals destijds voorspeld.
Aartsen zijn optredens staan staan bol van de erkenning en begrip. Daarmee probeert de minister wel het verhaal te veranderen, maar grijpt hij niet in op de praktijk van vandaag. Zo blijft de groep die het probleem niet is wel iedere dag de consequenties ervaren.
De aanpak: intenties naar de toekomst toe
Alle oplossingen die de zzp’er ruimte moeten geven, liggen in de toekomst.
- De Zelfstandigenwet moet duidelijkheid brengen, maar moet eerst nog langs experts, een stresstest, de Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer voordat invoering op zijn vroegst in 2028 mogelijk is. Als het kabinet blijft zitten;
- De campagne ‘Zo kan zzp wel’ moet opdrachtgevers geruststellen, maar heeft maanden nodig om uiteindelijk deze zomer gelanceerd te kunnen worden. Ondertussen blijft www.hetjuistecontract.nl online staan, een website die Thierry Aartsen als Kamerlid nog offline wilde hebben;
- Het eerste kamerdebat van minister Aartsen over het zzp-beleid moet nog komen. Hij heeft zich dus nog niet hoeven verantwoorden over het in stand houden van de handhaving. Op 2 april verdween het zzp-debat van de agenda. Vervolgens schoof het debat van 15 april naar 28 mei en daarna opnieuw door. Mogelijk tot na de zomer.
Via welke technieken wordt de groep zzp’ers beïnvloed?
Reframing: de zzp’er als slachtoffer
Nadat zelfstandigen jarenlang zijn neergezet als risico, worden zij door Aartsen gepresenteerd als slachtoffer van jarenlange politieke onduidelijkheid. Daarmee verandert de minister het verhaal over zzp’ers. Niet de zelfstandige staat centraal als probleem, maar de onduidelijkheid rondom de regels. Daar kun je het als zzp’er niet mee oneens zijn. Het levert erkenning op, maar verandert niets aan de dagelijkse praktijk.
Erkenning zonder verandering
Vrijwel ieder bezwaar dat zelfstandigen de afgelopen anderhalf jaar hebben geuit, wordt door Aartsen erkend. Maar de situatie blijft hetzelfde. Aartsen erkent dat opdrachten verdwijnen. Hij erkent dat opdrachtgevers onzeker zijn. Hij erkent dat de overheid jarenlang geen duidelijk wettelijk kader heeft geboden. Daarmee wordt de aanpak dat zelfstandigen gelijk krijgen, terwijl Aartsen nu zelf de overheid is en er voor de praktijk niets verandert.
Vermijden van het kernprobleem
De minister benoemt voortdurend de gevolgen van de handhaving, maar gaat niet in op de vraag hoe die gevolgen vandaag moeten worden opgelost. Dat is ook lastig, want dan kom je automatisch op de handhaving uit als kernprobleem. In plaats daarvan verschuift Aartsen voortdurend de aandacht naar de toekomst. Wetgeving en campagnes moeten duidelijkheid bieden. Ondertussen blijft het probleem bestaan. Als zelfstandigen niet het probleem zijn maar wel geraakt worden, waarom wordt er dan niet ingegrepen?
Uitstelgedrag: alle oplossingen liggen in de toekomst
De Zelfstandigenwet moet duidelijkheid brengen, maar wordt op zijn vroegst in 2028 verwacht. De campagne ‘Zo kan zzp wel’ moet opdrachtgevers geruststellen, maar wordt pas maanden na de aankondiging gelanceerd. Het eerste grote debat over het zzp-beleid werd ondertussen meerdere keren doorgeschoven. Vrijwel iedere oplossing bevindt zich net buiten het heden. De problemen spelen vandaag, de oplossingen volgen later.
Respons-substitutie: oplossingen die het probleem niet oplossen
Wanneer opdrachtgevers stoppen met inhuren vanwege risico’s rondom handhaving, zou je verwachten dat het bieden van voorspelbare duidelijkheid centraal zou staan. Eerst nieuwe wetgeving dus. In plaats daarvan worden campagnes en communicatie als oplossing aangedragen. Dit richt zich op de beleving van het probleem, niet de oorzaak. Op die manier kun je als overheid stellen dat je wel reageert, terwijl het vermijdende gedrag van opdrachtgevers niet wordt opgelost.
Symboliek
Nogal wat maatregelen hebben een talig en symbolisch karakter. Er wordt gesproken over ‘normaliseren’, ‘erkenning’, ‘positieve beeldvorming’ en ‘het verbeteren van communicatie’. Dit zijn suggesties die de indruk wekken dat de overheid zelfstandigen anders wil benaderen. Ondertussen blijven de risico’s waarop opdrachtgevers hun keuzes moeten maken bestaan. De boodschap wordt positiever, maar de gevolgen blijven voor veel zelfstandigen hetzelfde.
Successen claimen
Aartsen benadrukt vooral wat hij wel doet. ‘Inbedding’ verdween als zwaar criterium en de concept VBAR moest plaats maken voor een concept Zelfstandigenwet. Het toetsingskader dat de Belastingdienst gebruikt is aangepast aan de Uber-jurisprudentie. Zzp’ers met een uurtarief tot € 38 kunnen eenvoudiger een dienstverband claimen.
Het zijn veranderingen die Aartsen in zijn mediaoptredens als succes claimt en volgens hem bewijs vormt voor beweging.
Maar enige beweging sluit niet aan bij wat nodig is. Voor de zelfstandig ondernemer die vandaag een opdracht verliest verandert er niets. De maatregelen waar Aartsen naar verwijst helpen een zelfstandig ondernemer met gezond tarief niet. Dus blijft er één vraag boven de markt hangen.
Als zelfstandigen volgens Aartsen niet het probleem zijn, waarom grijpt hij dan niet in op de gevolgen? Tot dat moment houden we een merkwaardige tegenstelling. Aartsen presenteert zelfstandigen als slachtoffer van jarenlange politieke onduidelijkheid en de huidige handhaving, maar verdedigt tegelijkertijd de handhaving die schade veroorzaakt aan diezelfde slachtoffers.