In mijn interview met Headfirst deze week laat ik zien hoe ik in het zzp dossier sta. Mijn conclusie is dat we inmiddels in een openlijk anti-flex arbeidsmarktbeleid zitten, uitgevoerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De zzp’er is inmiddels onderdeel geworden van die aanpak. Welke stappen heb ik doorlopen in mijn eigen proces om tot dit standpunt te komen?
Het startte met de ‘aanpak van schijnzelfstandigheid‘
De woorden ‘schijnzelfstandigen‘ en ‘schijnconstructies‘ worden al heel wat jaren in één adem genoemd met de arbeidsmarkt. Mensen die zich ‘voor de schijn’ als zelfstandige uitgeven en ‘constructies’ die iets ‘schijnen’ te zijn dat niet werkelijk zo is. Verdachtmaking via taal heet dat. Als je dat vervolgens combineert met woorden zoals de ‘onderkant van de arbeidsmarkt‘ en ‘het beschermen van kwetsbaren‘, dan begint het volk ook daadwerkelijk te geloven dat er sprake is van een enorm probleem. Het beeld van gedwongen zelfstandigheid werd op die manier geboren. Toen was mijn beeld nog dat schijnzelfstandigheid gericht aangepakt zou kunnen worden.
Maar schijnzelfstandigheid bleek een slag in het duister
Op het moment dat het ministerie van SZW werd gevraagd om bewijs aan te leveren over die vermeende schijnzelfstandigheid, bleef het stil. De overheid kan niet uitleggen wanneer er precies sprake is van schijnzelfstandigheid. Ook is onbekend hoeveel schijnzelfstandigheid er is en het is eveneens onbekend waar het probleem precies zit. Wat wel aangetoond werd is dat het aantal ‘gedwongen zelfstandigen’ slechts enkele procenten bedroeg van het totaal aantal zzp’ers. Schijnzelfstandigheid bleek met andere woorden een niet te bewijzen probleem. Ook de webmodule bewees dat een beoordeling vooraf niet goed te organiseren was. Toch werd de beleidskoers niet onderbroken en werd schijnzelfstandigheid als bedreiging gepresenteerd. Dit deed mij concluderen dat we blijkbaar in een doelredenatie zitten. De vraag was alleen, met welk doel?
De ‘aanpak schijnzelfstandigheid‘ werd ‘groepen schijnzelfstandigen‘
Dat ‘schijnzelfstandigheid’ niet vast te pakken is, komt voort uit de arbeidswet van het jaar 1907. Als iedere zzp opdracht apart moet worden beoordeeld en ‘alle feiten en omstandigheden’ mee moeten doen bij de beoordeling, dan is er niets algemeens te zeggen over schijnzelfstandigheid. Dé schijnzelfstandige bestaat om die reden niet, ook al werd er in de media inmiddels veelvuldig gesproken over ‘schijnzelfstandigen’, in plaats van ‘schijnzelfstandigheid‘. Ook werden verhalen over ‘groepen schijnzelfstandigen’ verzonnen en door diverse ministers zo herhaald, wat vervolgens leidde tot ‘sectoren’ waar schijnzelfstandigheid zou woekeren. Tot op de dag van vandaag niet aangetoond, maar het werd zo wel een mantra. Een uitschieter was polder hoogleraar Verhulp die stelde dat 90% van alle zzp’ers schijnzelfstandig zou zijn.
Waarschuwingen over negatieve effecten werden genegeerd
Aan de andere kant waren er de voorspelde gevolgen van niet concrete wetgeving. De impact op de arbeidsmarkt zou groot zijn. In 2016 werd bij de start van de wet DBA besloten om niet te handhaven. De onrust onder opdrachtgevers was groot en die onrust was logisch. Opdrachtgevers wisten niet en weten niet wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid. Je kúnt het dus niet vooraf goed doen als opdrachtgever als je het zou willen. In 2016 was die onrust voldoende om de handhaving uit te stellen, in 2025 bleek dat geen probleem meer. Ondanks dat er geen nieuwe wetgeving was en de arbeidswet dezelfde spelregels hanteerde als in 2016. Vervolgens hakte de angst en onzekerheid er hard in op de arbeidsmarkt. Omdat schijnzelfstandigheid niet precies kan worden vastgesteld, zagen opdrachtgevers massaal af van zzp inhuur. Logisch en voorspeld.
Negatieve gevolgen zijn dus blijkbaar niet onwenselijk
Gedrag is altijd logisch en ook bewust niet ingrijpen is logisch. Vermijden of ontsnappen heet dat. Beleid niet aanpassen terwijl vast staat dat zelfstandig ondernemers hard geraakt worden, blijft alleen in stand als dat beleid niet onwenselijk is. Als het namelijk ongewenst was geweest, was er wel wat aan gedaan. Zo verdween mijn beeld dat het om een ‘aanpak schijnzelfstandigheid’ ging. Als je de brede groep zzp’ers raakt en daar op voorhand op gewezen bent, dan is dat blijkbaar de bedoeling. Een fors verwijt. Waren er nog andere verzwarende omstandigheden die de verdachtmaking van een anti-zzp campagne konden onderbouwen?
De campagne en nieuwe wetgeving bleken gekleurd
Drie aspecten in de jaren tussen ’16 en ’25 vallen op.
- De diverse concepten wet VBAR scharnierden op ‘inbedding = dienstverband’. Dit was en is juridisch volstrekt onhoudbaar, omdat je niet één element uit de beoordeling van de arbeidsrelatie kan halen en kan verbijzonderen. Maar het gebeurde wel, ondanks dat ook het ministerie van SZW talloze juristen voor zich heeft werken. Blijkbaar moest de zzp’er die bij ‘piek’ en ‘ziek’ ingezet werd, definitief de pas afgesneden worden. Want dat zou het gevolg zijn van deze belemmerende wetgeving;
- De overheidswebsite www.hetjuistecontract.nl heeft aantoonbaar verkeerde informatie op de website staan. Ook hier vanuit het verzonnen mantra ‘inbedding = dienstverband’. Ook hier greep niemand in. De onzekerheid onder opdrachtgevers leidde in ’16 nog tot het moratorium op de handhaving, om via deze nieuwe website via onvolledige en gekleurde informatie onzekerheid en angst te laten groeien;
- De zorgsector zou geplaagd worden door grote groepen ‘schijnzelfstandigen’ en de Belastingdienst is dan ook die sector als proeftuin gaan behandelen. Sinds 2023 bezoekt zij zorgorganisaties, maar beoordeelde zij niet iedere zzp opdracht apart. Stelselmatig kwamen en komen verhalen binnen van zorgorganisaties die te horen krijgen dat zzp’ers in de zorg ‘ingebed’ werk doen en dat er radicaal afscheid van genomen zou moeten worden.
Inmiddels zag ik een trend. Het communiceren van ‘inbedding = dienstverband’ was breed verspreid, via concept wetgeving tot overheidswebsite, tot aan de houding van de Belastingdienst. Dat is voor mij geen toeval, want het is daar te georganiseerd en gelijktijdig voor ontstaan.
Luister ook naar onze podcast over schijnzelfstandigheid.
Het doel bleek minder flex, meer vast
Welk doel moest met het middel ‘aanpak schijnzelfstandigheid’ behaald worden? De daadwerkelijke intenties zijn het afgelopen jaar vrijwel geruisloos bekend geworden en het heeft niets met schijnzelfstandigheid te maken. Van Hijum legde het klip en klaar neer vorig jaar. “Als je zeker bent van je inkomen en van je werktijden geeft dat rust. Het schept ruimte om plannen te maken voor de toekomst. Om misschien een huis te kopen of een gezin te stichten. Nederland kent ontzettend veel mensen met een onzeker arbeidscontract, veel meer dan het Europees gemiddelde. Ook wordt er veel via uitzendbureaus gewerkt in Nederland. En we zien dat dit zorgt voor misstanden…”
Het vaste dienstverband is de norm.
Fiscale aftrekposten voor zzp’ers worden in rap tempo afgebouwd. Nuluren en oproepcontracten moeten vanaf 1 januari 2027 verdwijnen. Uitzenden en detacheren is fors duurder gemaakt om het onaantrekkelijk te maken. Het anti-zzp beleid maakt onderdeel uit van een breder pakket aan maatregelen voor de arbeidsmarkt, maar mag niet zo genoemd worden. Omdat je dan ook iets zegt over zelfstandig ondernemers en dat durft de VVD niet aan. Dus doe je net alsof je met zzp oplossingen gaat komen, maar dan wel op de lange termijn. Het heet de Zelfstandigenwet en moet in 2028 in gaan. Als het kabinet blijft zitten. Mijn beeld?
“Veel beloven weinig geven, doet de gek in vreugde leven.”
De samenleving heeft niet gekozen voor een arbeidsmarkt met minder flex en meer vast. Als we naar het gedrag van werkenden kijken dan is juist het tegenovergestelde het geval. De kramp vanuit het ministerie van SZW wordt dan ook groter en openlijker. Gaan we in het zzp-dossier door op een oneigenlijke koers die geen formeel mandaat heeft, of grijpt de politiek in? Ik blijf het volgen.