Dit weekend publiceerde journalistiek onderzoekplatform Follow The Money (FTM) een artikel waaruit blijkt dat het ‘reddingsplan’ voor de ouderenzorg een monsterbezuiniging is. Daarnaast wordt alsmaar duidelijker dat de problemen op de arbeidsmarkt zich inmiddels opstapelen. We vragen zzp’er in de zorg Daan van der Stelt wat de overheidsplannen betekenen voor zijn praktijk.
Reddingsplan blijkt bezuiniging
In 2022 presenteerde vorig en toenmalig minister van VWS Conny Helder het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO-programma). ‘Je kon er eigenlijk niet op tegen zijn’ was haar boodschap en tientallen organisaties haakten aan om het WOZO-programma te realiseren met als doel: de ouderenzorg naar huis verplaatsen. Inmiddels blijkt na onderzoek van FTM dat het plan een keiharde bezuiniging bevat. De behoefte aan verpleeghuisplekken neemt door de vergrijzing sterk toe, maar er komen onder het mom van WOZO geen plaatsen meer bij en dat levert een besparing van 1,2 miljard op. Het zo mooi overkomende doel langer thuis blijkt een verschraald zorgpakket te zijn en tienduizenden ouderen die nu nog recht op een verpleeghuisplek hebben, worden daarvan in de nabije toekomst uitgesloten. Dit vormt de basis van het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg wat binnenkort door ondermeer minister Fleur Agema zal worden gepresenteerd.
Minister Agema: van kritisch naar medeplichtig
Fleur Agema (PVV) zette zich vanuit de oppositie jarenlang intensief in voor ouderen. Als Kamerlid ging zij kritisch en regelmatig met gestrekt been in op onderwerpen over de ouderenzorg. Ze wilde voorkomen dat de toegankelijk van de ouderenzorg en in het bijzonder de toegang van het verpleeghuis onder druk komt te staan. Sinds het aantreden van het nieuwe kabinet mag Fleur Agema zich minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) noemen, maar haar rol in de coalitie(regering) lijkt een aanmerkelijke verandering te geven in haar standpunten. Daarmee komt haar geloofwaardigheid op het spel te staan. Waar zij in de oppositie kritisch was op degene die de plannen moest uitvoeren, is zij nu zelf degene die het eigenaarschap heeft over de uitvoerbaarheid.
Plannen zonder door te rekenen
Je zou verwachten dat een programma als WOZO een uiterst goed doordacht en doorberekend plan is, want het geeft een fundamentele toekomstige richting aan de ouderenzorg. Gek genoeg blijkt uit onderzoek van FTM dat het helemaal niet doordacht en doorberekend is. Wanneer ouderen langer thuis moeten blijven wonen ontstaan er andere kosten en deze kosten heeft VWS niet meegenomen. Ouderen die thuis wonen lopen meer risico op (dure) ziekenhuisopnames, er zijn meer hulpmiddelen of aanpassingen thuis nodig en thuiswonende ouderen blijven huursubsidies krijgen. De uitkomst is dat bezuinigingen op de ene plek leid tot meer uitgaven op andere plaatsen en daardoor nemen de totale zorgkosten niet af. Daarnaast vormen personeelstekorten en een gebrek aan professionele zorg een risico voor de WOZO plannen.
WOZO: toenemende ongelijkheid binnen de ouderenzorg
Door de beoogde bezuinigingen op publieke verpleeghuisplaatsen neemt de particuliere markt voor ouderenzorg toe. Onderzoekers die betrokken zijn bij het artikel van FTM zien dat in deze kleinschalige woonzorgcomplexen vooral vermogende ouderen terecht komen die nog relatief gezond zijn. Dit kan de solidariteit binnen het zorgstelsel doen afnemen, omdat zo het reguliere verpleeghuis steeds zwaardere clienten krijgt en daardoor minder aantrekkelijk wordt voor zorgpersoneel. In de particuliere huizen kan zorgpersoneel vaak ook meer verdienen en hoeven ze minder zware zorg te leveren. Daarnaast gaat het langer thuis wonen niet helpen om het personeelstekort op te lossen. Daar bovenop komt er meer druk op mantelzorgers om een deel (informele) zorg op zich te nemen. Met het aannemen van het kwaliteitskompas heeft de vorige minister de personeelsnorm losgelaten en is het aan familie en naasten om voor de oudere te zorgen. Dat kan dan weer leiden tot meer overbelast raken van mantelzorgers met als gevolg ziekteverzuim en het risico dat situaties achter de deur ontsporen. Samengevat heeft het WOZO-programma een waterbed effect. De positieve beweging van het één zet een negatieve beweging in gang van het ander, zonder met een echte oplossing te komen.
De praktijk: kwetsbare ouderen in de knel door zorgtekort
Hoewel het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg nog gepresenteerd moet worden, is de ingeslagen route van langer thuis wonen al goed merkbaar in de wijk. Waar een jaar of tien geleden kwetsbare ouderen met een vorm van cognitieve achteruitgang meestal werden opgenomen in een veilige verpleeghuisomgeving, is dat nu anders. Vaak ging het hierbij om mensen met een bepaalde vorm van dementie, waarvoor het verpleeghuis ook voor de omgeving een veilige plek bood. Tegenwoordig wonen deze mensen steeds vaker thuis, bijvoorbeeld met een ‘VPT-financiering’. Dit is het zogeheten Volledig Pakket Thuis; de financiering van een verpleeghuis, maar dan voor zorg thuis. Met dit pakket zouden mensen dezelfde zorg moeten krijgen als in een zorginstelling, maar dit is een wassen neus. Vooral de mensen die intensieve zorg nodig hebben komen hier het slechtst uit. Mensen ontvangen zorg vanuit een regulier wijkteam, maar door het personeelstekort en de toenemende vergrijzing lopen de routes van de wijkverpleging (bom)vol. Er is daardoor nauwelijks marge voor ongeplande zorg en productie draaien lijkt de norm.
Hoe ziet een WOZO week eruit?
Bij deze kwetsbare ouderen wordt vaak twee keer per dag een half uur geplande zorg geleverd, wat duidelijk onvoldoende is. Hoewel zij van maandag tot en met vrijdag 8 uur per dag naar een dagbesteding gaan (50 cliënten op slechts 3 medewerkers), blijven er nog 121 uur per week over waarin zij thuis zijn. In die tijd alarmeren zij regelmatig, waarbij het wijkteam soms even langsgaat, maar door de volle routes nooit lang kan blijven. Daarnaast bellen deze mensen vaak verward aan bij buren, die zelf meestal ook op leeftijd zijn en niet voortdurend paraat kunnen staan. Ook zoeken deze ouderen herhaaldelijk contact met hun vaak enige kind, dat aan het werk is en niet steeds kan komen. Wat deze mensen écht nodig hebben, is continue nabijheid, structuur, voorspelbaarheid en warmte. Dit soort zorg is simpelweg niet thuis te realiseren, maar zou in een verpleeghuis wél mogelijk moeten zijn. Dit alles speelt vandaag de dag zich al af voordat het ‘reddingsplan’ überhaupt van start gaat. Wat mij betreft is het WOZO een plan dat ouderen en zorgprofessionals verder in de knel brengt.