Verpleegkundigen en verzorgenden meer invloed geven op beleid en besluitvorming is een belangrijk en terugkerend thema binnen de zorg. Uit een recent artikel van Zorgvisie blijkt dat daadwerkelijk meebeslissen na jaren nog altijd uitzonderlijk is. Onderzoeken wijzen al langer op een relatie tussen ervaren zeggenschap, mobiliteit en uitstroom van zorgprofessionals. Er zijn verschillende initiatieven geweest rondom zeggenschap, maar de praktijk laat zien dat aandacht nog geen garantie is voor verandering.
Van advies naar wetgeving, zonder grote doorbraak
Zeggenschap behoort inmiddels tot één van de vaste thema’s van de arbeidsmarkt zorg. Al jaren wijzen onderzoeken erop dat zorgprofessionals in alle beroepsvormen behoefte hebben aan meer invloed op hun werk en betrokkenheid bij besluiten die in de praktijk landen. Er kwamen landelijke programma’s op zeggenschap te versterken en er volgde uiteindelijk zelfs wetgeving. Daarmee leek aan vrijwel alle randvoorwaarden te zijn voldaan om verpleegkundigen en verzorgenden écht meer invloed te geven binnen zorgorganisaties. Uit een recent artikel van Zorgvisie blijkt dat verpleegkundigen in slechts tien van de 69 ziekenhuizen en umc’s daadwerkelijke zeggenschap hebben bereikt. In de ouderenzorg komt deze vorm van zeggenschap nog minder vaak voor.
Corona beloofde doorbraak
De coronapandemie bracht het onderwerp van noodzakelijke zeggenschap verder op de voorgrond. Toen werd duidelijk dat verpleegkundigen en verzorgenden verantwoordelijk waren voor de uitvoering van beleid, maar lang niet altijd betrokken werden bij de besluitvorming daarover. In 2020 verscheen het advies Niets over ons, zonder ons. Dat advies vormde een belangrijke aanjager voor het onderwerp en werd gevolgd door het Landelijk Actieplan Zeggenschap (LAZ) waarvoor tientallen miljoenen beschikbaar kwamen. Na 4 jaar gaat het overheidsprogramma binnenkort LAZ stoppen.
Daarna volgde de Wet Zeggenschap in de Zorg als aanvullend onderdeel van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Zeggenschap kreeg daarmee ook een wettelijke basis en werkgevers zouden zich daar echt aan moeten houden, zo werd verteld. Dat blijkt niet zo te zijn. Met politieke aandacht, subsidieprogramma’s en zelfs wetgeving zou je verwachten dat de praktijk inmiddels verder zou zijn. Dit artikel van Zorgvisie laat echter zien dat die verandering beperkt is gebleven. Zelfs de initiatiefnemers erkennen in het artikel dat wetgeving geen garantie biedt voor daadwerkelijke invloed van zorgprofessionals.
Zeggenschap blijft hardnekkig
Waarom is invloed geven aan de mensen die het werk doen zo ingewikkeld? De meerwaarde van zeggenschap blijkt namelijk groot. In het artikel van Zorgvisie wordt verwezen naar eerder onderzoek van onderzoeksbureau Panteia. Daaruit blijkt dat een gebrek aan ervaren zeggenschap uitstroom en mobiliteit onder zorgprofessionals voorkomt. Een gebrek aan ervaren zeggenschap raakt daarom niet alleen aan professionele autonomie en ontwikkeling. Het heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt en behoud van personeel.
In het onderzoek worden onder meer schaalgrootte van de werkgever, oude organisatiestructuren, de aanwezigheid van meerdere locaties en een gebrek aan tijd genoemd als belemmering voor zeggenschap. Wordt daarmee niet het echte probleem vermeden? Want zeggenschap draait niet alleen om vergaderen; het draait met name om de ruimte voor zorgprofessionals om zich te kunnen organiseren en invloed uit te oefenen op beleid. In die praktijk mogen zorgprofessionals tot nu toe wel mee doen, maar niet belissen.
De behoefte van zeggenschap verdwijnt niet
Dat het organiseren van zeggenschap in de praktijk lastig blijkt te zijn, verandert niets aan de behoefte van zorgprofessionals om invloed uit te oefenen op hun werk.
Daardoor zoeken zorgprofessionals naar andere manieren om die ruimte en regie alsnog te vinden. Het is logisch om te kijken naar andere werkvormen waar je dit vanuit professionele autonomie wel kunt organiseren. Veel zorgprofessionals in loondienst blijven voor invloed afhankelijk van bestuurlijke keuzes. Keuzes die lang niet altijd de praktijk vooruit helpen. Maar daar mag je dan als zorgprofessional weer niks van vinden. Weg zeggenschap.
Zelfstandigen ervaren meer directe regie over hun werk en vakmanschap. Niet omdat zelfstandig ondernemerschap alle problemen oplost, maar omdat keuzes over opdrachten, werktijden en professionele invulling dichter bij de zorgprofessional zelf liggen. Echte zeggenschap betekent om invloed en beslissingsbevoegdheid te hebben over het eigen werk. Precies op dat punt lopen veel zorgprofessionals in loondienst tegen grenzen aan, terwijl zelfstandig ondernemerschap die ruimte juist nadrukkelijk biedt en het ook goed past bij de kenmerken van zzp-schap. Zelfs wetgeving om die inspraak in loondienst te organiseren bracht de doorbraak bij wetgevers niet.
En nu?
Dat zorgprofessionals behoefte hebben aan invloed op hun werk is helder. Ook de relatie tussen zeggenschap, werkplezier en behoud van zorgpersoneel is duidelijk. Toch blijft de invloed van zorgprofessionals op te veel plaatsen beperkt. Wat zijn de consequenties wanneer zeggenschap ondanks wetgeving, subsidies en landelijke programma’s onvoldoende tot stand komt? Wie houdt er toezicht op die ontwikkeling en wie spreekt organisaties aan wanneer de praktijk achterblijft bij de bedoeling van het beleid?
Want als het belang van zeggenschap breed wordt erkend, maar de uitvoering grotendeels vrijblijvend blijft, wordt zeggenschap vooral een containerbegrip. We weten wat zorgprofessionals nodig hebben, we weten wat de gevolgen zijn wanneer dat ontbreekt, maar de praktijk verandert nauwelijks.