Deze week meldden Brabantse zorgorganisaties dat zij 127.680 uur per jaar besparen in de wijkverpleging. Laagcomplexe zorgtaken zoals ogen druppelen, steunkousen aantrekken, wassen en aankleden worden voortaan vaker door cliënten zelf of hun naasten uitgevoerd. In deze zelfde week bood V&VN een petitie aan met 30.000 handtekeningen van zorgprofessionals die zich zorgen maken over de voorgenomen eigen bijdrage in de wijkverpleging. Aan de ene kant een succesverhaal over efficiëntie. Aan de andere kant een breed gedragen waarschuwing over toegankelijkheid van zorg. Zal zelfredzaamheid als beleidsinstrument in de wijkverpleging gaan werken in de praktijk?
Betere zorg of het opvangen van tekorten?
Het begin van de reeks verschuivingen van zorgtaken in Brabant startte in 2022. Het initiatief begon bij één zorgorganisatie en werd al snel regionaal uitgerold. Het Brabantse voorbeeld wordt gebracht als een logisch antwoord op de toekomst. De nieuwe generatie ouderen zou een generatie zijn die meer grip wil op eigen regie en zelfredzaamheid. De zorg kan daarop slimmer georganiseerd worden, vinden de zorgbestuurders. Wie kan er tegen autonomie zijn?
Toch is het belangrijk om de structurele problemen binnen de wijkverpleging niet te vergeten. Deze sector kampt al jaren met oplopende personeelstekorten, een dubbele vergrijzing en hoge werkdruk. Steeds meer zorg verschuift uit het verpleeghuis naar de thuissituatie, terwijl de vraag naar zorg blijft stijgen. Het lijkt een toekomstbestendig verhaal dat cliënten laagcomplexe zorgtaken zelf uitvoeren en zorgprofessionals zich richten op de meer complexere zorg. Maar eerdere signalen laten zien dat dit in de praktijk vaak leidt tot extra druk op zorgverleners. Want herinrichting van zorg en technologische oplossingen lossen het structurele tekort aan zorgprofessionals niet op. ‘Anders organiseren’ is niet enkel een visie op betere zorg, maar ook een manier om een zorgstelsel met te weinig zorgprofessionals overeind te houden.
30.000 zorgen
Tergelijkertijd komt er ook een een ander geluid uit de sector op. V&VN bood deze week een petitie aan met 30.000 handtekeningen van zorgprofessionals, onderwijs- en werkgeversorganisaties tegen de voorgenomen eigen bijdrage in de wijkverpleging. Volgens de petitie dreigt deze eigen bijdrage de toegankelijkheid van zorg voor kwetsbare clienten te beperken. Verwacht wordt dat mensen met behoefte aan wijkverpleging dit daardoor gaan uitstellen of zelfs helemaal niet meer gaan aanvragen uit angst voor de extra kosten. Waar de Brabantse zorgorganisaties tijdswinst en zelfredzaamheid als een gegeven ziet, waarschuwt de petitie dat bezuinigingen gezondheidsrisico’s en zwaardere zorgbehoeften kunnen veroorzaken.
Aan de ene kant wordt een verhaal verteld over efficiëntie en dat cliënten gestimuleerd worden door zelf meer te doen. Aan de andere kant klinken grote zorgen uit de praktijk over de gevolgen van verminderde toegang tot zorg. Deze signalen bij elkaar laten goed zien dat wat op papier slimmer organiseren heet, de uitwerking in de praktijk niet altijd zo hoeft te zijn.
Verschuiven in plaats van oplossen
De V&VN-petitie en de Brabantse aanpak van binnen de wijkverpleging laat zien dat de huidige verschuivingen of transities in de zorg onderdeel zijn van een breder patroon. Steeds vaker verschuiven de laagcomplexe zorgtaken naar clienten zelf. En niet te vergeten; naar hun mantelzorgers. Terwijl de druk op zorgprofessionals steeds groter wordt, lopen ook mantelzorgers tegen grenzen aan. Zorgorganisaties zetten in op efficiency met digitalisering en technologie, maar dat is een verschuiving op papier. Want de behoefte aan zorgprofessionals wordt niet zomaar minder. De verantwoordelijkheid om de keuze maken tussen wat cliënten nog nodig hebben en wat haalbaar is binnen de beschikbare tijd, komt bij de zorgprofessional te liggen. Dit zet het morele kompas onder druk van zorgprofessionals onder druk. Voor clienten kan het betekenen dat zij tegen grenzen aanlopen van zorgcapaciteit, terwijl de zorgprofessionals steeds vaker aanvoelen dat ze niet de kwaliteit kunnen leveren die zij zelf als norm stellen. De vraag is niet alleen hoe we zelfredzaamheid stimuleren, maar ook hoeveel professionele zorg we bereid zijn te vervangen door informele inzet. Uiteindelijk gaan we zien dat efficiëntie en toegankelijkheid naast elkaar komen te staan.